Zo wordt/blijft je paard superfit

Een fit paard presteert goed en heeft minder kans op blessures. Kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen en coördinatie zijn zogenaamde ‘grondmotorische eigenschappen’ die samen de lichamelijke fitheid van je paard bepalen. Deze eigenschappen zijn relatief goed te trainen, maar het is wel mede afhankelijk van de discipline, niveau en huidige fitheid van je paard.

Je paard fit houden en krijgen doe je onder andere met regelmatige en afwisselende training. Spierontwikkeling is een bijzonder proces: tijdens de training komen spiercellen in disbalans. Tijdens een actieve herstelperiode zorgt het lichaam ervoor dat de balans wordt hersteld en de spieren net iets sterker worden. Dit proces heet ‘supercompensatie’ en zorgt er bij herhaling voor dat een paard fitter en sterker wordt. Afhankelijk van je trainingsdoel, de conditie en gezondheid van je paard bouw je langzaam het trainingsprogramma op. Als je zelf weinig kennis hebt over het opbouwen van trainingsprogramma’s voor paarden, laat je dan adviseren door een inspanningsfysioloog voor paarden of een dierenarts of dierenfysiotherapeut die zich hierin heeft laten scholen.

Voorkom overbelasting
Om overbelasting te voorkomen, is rust tussendoor en afwisseling in je training erg belangrijk. Als je elke dag hetzelfde doet in je trainingen kan het zijn dat je altijd wellicht te veel doet en je paard geen herstel gunt. Het kan ook zo zijn dat je altijd te licht traint. Ook dat is niet goed, want dan wordt het lichaam niet geprikkeld om zich te verbeteren. Variatie qua intensiteit en duur is dus erg belangrijk. Na een intensieve training moeten er altijd één of meerdere hersteltrainingen volgen.

Spierkracht
Krachttraining is ervoor bedoeld om de bewegingsspieren in de hals, rug en benen van het paard te versterken. Dit is nodig bij bijvoorbeeld springen, om te kunnen verzamelen, maar ook om sneller te worden. Ook een recreatiepaard moet voldoende sterk zijn om het ruitergewicht te kunnen dragen. Sterke spieren beschermen en stabiliseren de gewrichten. Je kunt spieren trainen door heuvelop te stappen en heuvelaf te stappen in verzameling zonder dat het paard op je hand gaat hangen. Meer galopperen en korte versnellingen in de galop in je basistraining vergroten ook spierkracht.. Springen zorgt ook voor sterkere spieren, maar heeft vooral toegevoegde waarde als de sprong op een correcte manier wordt uitgevoerd. Een paard mag iets moe worden, maar stop zodra de coördinatie afneemt in verband met blessurerisico. De stabiliserende spieren van de wervelkolom kun je ook versterken met zogenaamde carrot stretches ofwel ‘worteloefeningen’. Dit zijn buigingsoefeningen vanaf de grond om de core stability (omvang en activiteit van de stabiliserende spieren) te verbeteren.

Lenigheid/souplesse
Ieder paard heeft een natuurlijke scheefheid in zich. Het is aan de ruiter om het paard door middel van training recht te richten zodat het zich soepel naar beide kanten beweegt en buigt om blessures door overbelasting als gevolg van de scheefheid te voorkomen. Je kunt lenigheid trainen door het rijden van voltes en schouderbinnen- en buitenwaarts, travers, renvers en appuyementen. Deze oefeningen maken de rug en hals losser en geven de schouder bewegingsvrijheid. Je kunt al deze oefeningen ook aan de hand trainen. Met buigzaamheidsoefeningen uit het grondwerk leg je de basis voor werken aan de hand.

Uithoudingsvermogen/conditie
Een paard met een goed uithoudingsvermogen kan simpel gezegd doen wat in een reguliere training van hem gevraagd wordt zonder uitgeput te raken. Het cardiovasculair systeem (hart en bloedsomloop) kun je verbeteren, mits de training goed in elkaar steekt.  Het is voor de gezondheid van je paard belangrijk om balans te vinden tussen de intensiteit, duur en frequentie van trainen. Houd hierbij rekening met het feit dat weefsel minimaal een dag, maar vaak 48-72 uur nodig heeft om te herstellen tussen twee trainingen. Train daarom nooit twee dagen achter elkaar intensief, maar wissel een zwaardere training af met een of meerdere hersteltrainingen. Dit kan, afhankelijk van niveau, conditie en gezondheid van het paard vrije beweging, licht (!) longeerwerk of een lichte dressuurtraining zijn.

Verhoog geleidelijk in meerdere weken of maanden de duur en intensiteit van de training. Dit is afhankelijk van waarvoor je traint. Je doel is om aan de fysieke eisen die tijdens de wedstrijd worden gevraagd te voldoen. Zwaarder trainen is niet gewenst.  Maak de training nooit tegelijkertijd zowel langer als zwaarder, om overbelasting te voorkomen. Zorg ervoor dat je paard het gevraagde niveau gemakkelijk aankan. Dit geeft hem een beetje reserve als de omstandigheden niet ideaal zijn. Zorg dat de spieren op de dag van de wedstrijd optimaal hersteld zijn van eerdere trainingen.  Dit doe je dit door enkele dagen tot weken (afhankelijk van discipline en niveau) voor de wedstrijd het trainingsvolume terug te brengen, maar niét de intensiteit.  Dit wordt ook wel tapering genoemd binnen de trainingsleer. Schrijf je slechts voor één proef in, als je denkt dat je paard anders overvraagd wordt.

Als je paard eenmaal in conditie is, dan moet je zeker een paar keer per week blijven trainen. Als je minder dan drie keer per week traint,  zal zijn conditie  zeer zeker achteruitgaan. Dan is geleidelijke opbouw nodig om weer op het gewenste niveau terug te komen.

Coördinatie
Het rijden van tempowisselingen tussen en binnen de verschillende gangen en het rijden van oefeningen die om lengtebuiging vragen, is een goede coördinatieve/gymnastische oefening. Daarnaast kan het werken met balken/ cavaletti, zowel onder het zadel als aan de longe, ook heel goed werk zijn om de coördinatie te verbeteren, ook voor dressuurpaarden. Hoe beter de coördinatie en hoe meer spiervezels betrokken zijn bij een oefening hoe meer kracht er ontwikkeld kan worden. Ook trainen op verschillende soorten terrein stimuleert de coördinatie van je paard. Bij toenemende vermoeidheid neemt de coördinatie af. Pas dus op met aan een vermoeid paard coördinatief ingewikkelde dingen te vragen en stop op tijd met de training, om blessures te voorkomen.

Heeft je paard een tijd stil gestaan, vergeet dan niet voor je weer begint met de training het zadel te laten checken. Ook hoeven en tanden hebben een check up nodig. Begin pas weer met trainen als deze basisvoorwaarden op orde zijn en laat je waar nodig bijstaan door een dierenarts, dierenfysiotherapeut of inspanningsfysioloog.  Bouw de training heel rustig weer op.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.