Zo houd je de wei het jaar rond in topconditie

Weidegang is voor de meeste paarden essentieel voor hun gezondheid en geluk. Gras zit vol goede voedingsstoffen, mits de wei goed onderhouden wordt. In dit artikel lees je alle ins en outs van weidebeheer het jaar rond.

Gras in het kort:

  • De meeste grassoorten komen ieder voorjaar weer opnieuw op, zonder dat inzaaien nodig is. Gras vormt na inzaaien een dichte zode, waardoor de meeste onkruiden worden onderdrukt. Het vormt, tot het moment dat uit een grashalm een are groeit, voortdurend nieuwe spruiten of groeipunten. Daardoor beschikt gras over een groot herstelvermogen.
  • Gras groeit het hele jaar door, maar hoe hard verschilt per periode en grassoort. Gemiddeld is de maximale groei in mei-juni en vermindert de groei in juli-augustus. In augustus-september neemt de groei weer licht toe om daarna geleidelijk te verminderen.
  • Na de winter vormt het gras nieuwe wortels. Op dat moment moeten er genoeg zuurstof en voedingsstoffen in de bodem aanwezig zijn. Dit is het moment waarop onderhoud van de zode en bemesting op de agenda staan.
  • Niet iedere grassoort is geschikt voor paarden. Koeiengras is vanwege de hoge voedingswaarde niet goed voor paarden. Een paardenweide dient te worden ingezaaid met een graszaadmengel geschikt voor paarden. Paarden bijten het gras zeer kort af met hun tanden. Voor gras is het moeilijker om te herstellen als het groeipunt is afgegraasd. Daarom zijn grassoorten waarvan de groeipunten zeer laag bij de grond liggen erg geschikt. Ook hebben paarden behoefte aan structuurrijk voer en dus grovere grassoorten. Geschikte grassoorten zijn onder andere roodzwenk, beemdlangbloem, timothee en veldbeemdgras. Ook Engels raaigras (het late type) is opgenomen in paardengrasmengsel, dit is een veredelde soort die minder suikergehaltes produceert in het vroege seizoen omdat de groei later op gang komt.

Weideonderhoud

  • Dagelijks uitmesten is de beste manier om de wei in goede conditie te houden. Het houdt de wormdruk in de wei laag en voorkomt grote mestplaatsen waar paarden niet meer eten. Als handmatig uitmesten te arbeidsintensief is, kan de mest ook gesleept worden. Dit kan alleen bij omweiden en wanneer de wei na het slepen rust krijgt.
  • Paarden grazen vaak banen in de wei. Ook eten ze niet op de plaatsen waar ze mesten. Bij standbeweiding moeten een of twee keer per jaar de bossen lang gras die blijven staan worden gemaaid met de bosmaaier en afgevoerd. Dit voorkomt verstikking van de grasmat in de winter. De graszode blijft op deze manier mooi gesloten en verspreiding van onkruid wordt voorkomen. Bij omweiding kan dit ‘bloten’ gebeuren zodra de paarden naar de volgende wei gaan.
  • Onkruid als brandnetel, distels en zuring kunnen de wei flink overwoekeren, vooral als de grasmat beschadigd is. Sommige onkruiden zijn giftig voor paarden, zoals Jacobskruiskruid, scherpe boterbloem en veldzuring. Een paard zal deze zolang ze in de wei groeien zelden opeten, tenzij de wei kaal gegeten is of de hele wei is overwoekerd. Zodra gras gehooid wordt eten paarden giftige kruiden wel op. Voor de zekerheid moeten giftige onkruiden zo snel mogelijk verwijderd worden, zodat ze zich niet kunnen vermeerderen. Dit kan door te spuiten met herbicide of door uitsteken met een speciale onkruidsteker. Voer giftige planten die je uitsteekt af in een vuilniszak en voer ze af met restafval. Behalve in de weide kunnen giftige kruiden, heesters en bomen ook in de directe omgeving van de weide voorkomen. Daarom moeten ook die gecontroleerd worden.
  • Om je wei goed te houden, is het zaak kale plekken te voorkomen. Op kale plekken zullen namelijk minder gewenste soorten te groeien die het andere gras verdringen. Dit kun je tegengaan door overbelasting en vertrapping van de wei te voorkomen, zowel bij nat als erg droog weer. Ook bijvoeren op de wei kan voor kale plekken zorgen.

Bemesten en bekalken van de wei
Gras kan alleen groeien als er voldoende voedingsstoffen in de bodem aanwezig zijn. Bemesting helpt om de grasproductie te verhogen en om ervoor te zorgen dat het gras smakelijk is en een goede samenstelling heeft. De zuurgraad van de grond kan verbeterd worden door middel van bekalking. In het vroege voorjaar is het tijd om de wei te bemesten en te bekalken. Dit kan met kunstmest of drijfmest. Ook kan gekozen worden voor bemesten met compost of gecomposteerde mest. Dit is alleen toegestaan in een vastgestelde uitrijperiode. Deze regels gelden ook bij houden van hobbydieren. Soms wordt ook gekozen voor bijvoorbeeld lavagruis als meststof. Bemesting van de wei moet worden afgestemd op de voedingstoestand van de grond. Met behulp van een bodemmonster kan een gespecialiseerd bedrijf bepalen in welke conditie de weidegrond is. Aan de hand daarvan wordt een bekalkings- en bemestingsadvies opgesteld, soms voor meerdere jaren. Hoeveel mest wordt geadviseerd is afhankelijk van of de weide alleen begraasd wordt of dat er ook gehooid wordt.

Maaien van grasland
Maaien is een belangrijk onderdeel van weideonderhoud. Het bevordert de groei van het gras en houdt de grasmat gezond.

  • Maaien kan ingezet worden voor het winnen van hooi of kuil
  • Vaak wordt het land in het voorjaar gemaaid en daarna een tijd met rust gelaten voor de paarden er voor het eerst op gaan.
  • Het toppen van een jonge grasmat waarin veel onkruid groeit is een goede manier van onkruidbestrijding.
  • Maaien moet in ieder geval gebeuren voor de grashalm een aar vormt en in bloei komt. Dit is het moment dat de groeipunten stilvallen.
  • Voor de wei in het late najaar dicht gaat, moeten lange grasresten worden gemaaid om verstikking in de winter te voorkomen.

Bewateren en ontwateren van de wei
Voor een goede groei van gewassen is een optimale vochtvoorziening noodzakelijk. Door de grote verschillen in de hoeveelheid neerslag, verschilt het waterbeheer van jaar tot jaar. Om de kwaliteit van je grasmat te bewaken, en wortels diep te laten wortelen, is het advies om het weiland alleen te beregenen wanneer dit nodig is. 

Ook het langdurig achterblijven van regenwater of een drassige zode zijn geen wenselijke situaties. Een doordacht afwateringsplan helpt om een niet te natte bodem voor beweiding te realiseren. Een aantal zaken zoals dichtheid van de bodem, grondwaterpeil, aanwezigheid van sloten of zelfs aanwezigheid van drainage spelen daarin een rol.

Beschadigd grasland herstellen
Wanneer een weide goed beheerd wordt, dus op de juiste manier wordt bemest, ontwaterd, begraasd en gemaaid, is herinzaai amper nodig en komen giftige kruiden nauwelijks voor. Op een weiland dat slecht onderhouden is, te intensief begraasd of kapotgetrapt gaat de kwaliteit van het gras achteruit. Grassoorten die door paarden graag gegeten worden verdwijnen en onkruid en minderwaardige grassoorten nemen de wei over. Bovendien wordt op plekken waar paarden graag mesten niet meer gegraasd. Dit kan bij langdurige en intensieve beweiding soms wel vijftig procent van de wei zijn.  Een oplossing om kwaliteit van de wei te verbeteren is het grasland vernieuwen. De meest grondige manier is omploegen en opnieuw inzaaien.  Nadeel is dat het een prijzige klus en dat de wei een tijd niet te gebruiken is. Voordelen zijn een wei die meer en beter gras opbrengt en die vrij is van wormbesmetting. Belangrijk is om eerst de oorzaak van de slechte toestand van de wei te achterhalen en die aan te pakken. Soms is het nodig om te wei te bekalken of drainage te verbeteren.

Doorzaaien en inzaaien
Een alternatief voor totaal vernieuwen van de grasmat is frezen en daarna inzaaien van de bestaande grasmat. Ook inzaaien zonder frezen is een mogelijkheid. Dit kan na een strenge winter een optie zijn om beschadigd grasland snel te herstellen. Het bestaande gras mag bij doorzaaien niet te lang zijn, omdat dan de jonge kiemplantjes verstikt raken. Kaal gelopen en vertrapte plekken kunnen in het najaar worden ingezaaid. Als de weide in de winter begraasd wordt, kan inzaaien ook in het voorjaar gebeuren.

De beste zaaitijd
De beste tijd om gras te zaaien is tussen 15 augustus en 15 september, zodat de graszaden voldoende tijd hebben om te kiemen en een goede zode te vormen (wettelijk gezien mag er na 15 september niet meer gezaaid worden). Alle grassoorten behalve Engels raaigras moeten voor 1 september worden ingezaaid.  In het voorjaar inzaaien kan ook. Het gras groeit dan snel en dat geeft minder kans op onkruiden. Nadeel is dat inzaaien in het voorjaar het eerste jaar minder gras oplevert en de grasmat kwetsbaarder is.

Afrastering
Zonder goed functionerende afrastering geen wei. Zorg voor een veilige omheining. Prikkeldraad is verboden, hier moet altijd een omheining voor staan. Controleer voor de paarden voor het eerst de wei op gaan of alle palen nog stevig staan en of, in het geval van elektrische omheining, de stroom nog goed geleidt. Check dit gedurende het jaar regelmatig. Maai ’s zomers begroeiing onder de draad met de bosmaaier om weglekken van stroom te voorkomen. Vervang draad op plekken waar deze vonkt of tikt.