Weidegang als ruwvoer voorziening

Foto: virgonira

Een wei vol grazende paarden: het is de meest natuurlijke vorm van voeropname. Hoewel de energiewaarde soms even hoog is als bij krachtvoer, wordt gras ook bij de ruwvoeders gerekend. In Nederland zijn de weilanden door de vruchtbare bodem van zo’n goede kwaliteit, dat paarden er snel dik van kunnen worden. Onbeperkte weidegang is daarom maar voor enkele paarden weggelegd.

Grazen is voor paarden de meest natuurlijke vorm van voeropname. Hoeveel uren per dag jouw paard het beste in de wei kan staan hangt af van het feit of je paard veel of weinig moet werken, of er veel of weinig gras staat, wat de voedingswaarde van het gras is en of het gebit van je paard goed is. Uiteindelijk is de conditie van je paard de graadmeter voor de beweidingstijd. Omdat het ene paard het andere niet is, zijn richtlijnen hiervoor alleen een aanduiding. Beperking van de grasopname kan door strookbegrazing of door het gebruik van een graasmasker. Ook hier geldt dus dat elke situatie anders is en eenieder een voerregime moet maken, dat past bij de gezondheid van het paard, het weiland “heel laat” en ook praktisch uitvoerbaar is.

Wat is de voedingswaarde van gras?
De voedingswaarde van gras verandert naarmate het langer doorgroeit. De energiewaarde is omgekeerd evenredig aan het ruwe celstofgehalte. Jong gras bevat minder ruwe celstof en meer energie dan gras dat gebloeid heeft. Ruwvoer met een hoog energiegehalte heeft meestal ook een hoog eiwitgehalte, omdat jong bladrijk gras eiwitrijk is.

Naast energie levert vers gras ook redelijk veel eiwit. Vaak levert dit teveel eiwit op voor paarden (niet voor koeien). De hoeveelheid eiwit in het gras is afhankelijk van de groeifase en de mate van bemesting:

  • Jong en bladrijk gras bevat meer eiwit dan lang en stengelig gras
  • Meer bemesting stimuleert de grasgroei en levert een hoger eiwitgehalte op in het gras

Wanneer er minder snelgroeiende grasplanten in de wei staan of wanneer het weiland minder wordt bemest, heeft dit vaak geen nadelige gevolgen voor de energie- eiwitvoorziening voor je paard. Wordt het  grasland helemaal niet bemest, dan krijgen bepaalde grasplanten onvoldoende groeikansen, waardoor onkruiden de overhand krijgen. Dit is nadelig voor de kwaliteit van je grasland. Het is dus zaak eerst de grond te (laten) testen en hierop de bemesting af te stemmen.

Gras in Nederland bevat redelijk lage gehalten aan koper, selenium en soms zink. Het caroteengehalte (voorloper van vitamine A) is hoog, evenals het vitamine E-gehalte. Gras bevat weinig vitamine D. Het langdurig voeren van ruwvoer - dus ook gras - zonder aanvullend supplement of krachtvoer geeft een reële kans op tekorten. Kies dus een geschikt vitamine-mineralen brokje of krachtvoer uit, ook als je paard veel weidegang krijgt. Let op: van krachtvoer kan je paard aankomen. Een supplement voeren levert geen extra energie, dus je paard wordt daar niet dikker van.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.

Dit artikel is geschreven op basis van eerder verschenen artikelen van en samen met Anneke Hallebeek. Meer informatie over dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding op www.bonpard.com, www.voedingadviespaard.nl en www.voedingsconsulentpaard.nl