Wat is rhinopneumonie?

snotneus-neusuitvloeiing-rhino

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

Rhinopneumonie ook wel 'rhino' genoemd, is een besmettelijke ziekte die verkoudheid, abortus en in sommige gevallen verlammingsverschijnselen kan veroorzaken. Deze virusziekte wordt veroorzaakt door verschillende herpesvirussen, meestal EHV-type 1 en EHV-type 4). Een paard dat het virus heeft opgelopen, draagt het zijn hele leven bij zich. Bij stress of verminderde weerstand kan het virus actief worden.

Hoeveel verschijningsvormen kent rhinopneumonie?
Rhinopneumonie kent drie verschijningsvormen:

  1. Verkoudheidsvorm
  2. Abortus vorm
  3. Neurologische vorm

De verkoudheidsvorm komt zeer regelmatig voor, vooral bij jonge paarden en wordt vooral door het Equine Herpes Virus 4 (EHV-4) veroorzaakt. Paarden krijgen (soms hoge) koorts en soms een snotneus; ze gaan hoesten en/of krijgen dikke benen. Deze vorm is doorgaans redelijk onschuldig. Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan 80 procent van alle paarden in Nederland afweerstoffen in het bloed heeft tegen EHV4. Dit virus blijft doorgaans in de neus.

De abortus vorm van rhino komt regelmatig voor en wordt veroorzaakt door het EHV-1 virus. Dit virus kan via het bloed naar de organen worden verspreid. Als het virus in de baarmoeder van een drachtige merrie terecht komt, kan dit zorgen voor abortus of geboorte van een dood of zwak veulen. Verwerpen gebeurt meestal tijdens het laatste deel van de dracht. Infectie heeft dan vaak al weken of maanden eerder plaatsgevonden.

De neurologische vorm komt maar heel af en toe voor. Als het EHV1-virus in het zenuwstelsel terechtkomt, kan de neurologische vorm optreden. Een paard kan onder andere last krijgen van een slappe staart, moeite met plassen en ongecoördineerde bewegingen (ataxie). Daarna treden er soms ernstigere verlammingsverschijnselen op. Meestal zijn bij rhinopneumonie alleen de achterbe­nen aangetast, maar in de ernstigste gevallen kunnen ook de voorbenen meedoen. Deze verschijnselen ontstaan meestal drie tot vijf dagen na de laatste koortsdag. In zeldzame gevallen krijgt een paard 14 dagen na de laatste  koortsdag nog verlammingsverschijnselen, maar gemiddeld kun je aannemen dat je paard na tien dagen uit de gevarenzone is. 

Uiteindelijk sterven er jaarlijks enkele paarden aan deze meest ernstige vorm.

Is rhinopneumonie besmettelijk?
Rhinopneunmonie is besmettelijk; paarden besmetten elkaar door direct en indirect contact (bijvoorbeeld briesen of hoesten) in dezelfde ruimte. Besmetting gebeurt ook via aanraking in de wei of via borstels. Ook via voer- en drinkemmers en tuigage kan het virus worden overgebracht. Ook mensen kunnen via hun kleren en handen het virus overdragen van het ene naar het andere paard. Door goed te douchen en schone kleren en schoenen te dragen, sluit je deze vorm van besmetting zoveel mogelijk uit. Je kunt paarden met rhino op straat of in het bos probleemloos passeren, zolang direct contact wordt voorkomen. Samen met het vaccineren van je paard is dit tevens de belangrijkste maatregel om een besmetting met dit virus te voorkomen.

Hoe ziet de behandeling van een paard met rhinopneumonie eruit?
Voor rhinopneumonie is geen specifieke behandeling. Zijn paarden alleen verkouden, dan herstellen ze doorgaans snel. De abortusvorm loopt vaak fataal af voor het (ongeboren) veulen, maar geeft geen echte ziekteverschijnselen bij de merrie. Paarden met de neurologi­sche vorm hebben wel intensieve verpleging nodig in samenwerking met de dierenarts. De vooruitzichten voor een paard met deze vorm van rhino zijn afhankelijk van de ernst van de verschijnselen. Een paard dat zelfstandig kan staan, heeft een goede kans op herstel. De blaas moet dan meestal meerdere malen per dag worden geleegd met een catheter en vaak moet ook het rectum worden leeggehaald. Een paard dat evenwichtsproblemen heeft, wordt soms in een zogenaamde paardenbroek gehangen. Met een goede verzorging is er een kans dat deze paarden geheel of gedeeltelijk herstellen. Paarden die komen te liggen, gaan vaak een zeer lange herstelfase tegemoet met mogelijk blijvende afwijkingen. Vaak wordt daarom besloten het dier in te laten slapen.

 

 

Als je denkt dat er op jouw stal een vorm van rhinopneumonie is uitgebroken, moet eerst je vermoeden worden bevestigd. Bij abortus laat je de diagnose bevestigen door het inzenden van de verworpen vrucht en de placenta. Het kan zijn dat de dierenarts een monster neemt (vaginaalswab, aspiratiebiopt long, neusswab, bloed). Bij een verdenking moet je jouw stal alvast gesloten houden, totdat de diagnose bekend is. In de tussentijd is het verstandig om alle paarden op stal tweemaal daags te temperaturen en alle resultaten goed bij te houden.

Isoleer zieken paarden zo snel mogelijk. Het is belangrijk om – indien mogelijk - voldoende afstand te creëren tussen paarden en in ieder geval te voorkomen dat ze direct neus-aan-neus-contact hebben. Kun je alle verdachte en/of besmette paarden niet isoleren, verplaats de paarden dan niet. Houd koortsvrije paarden op het bedrijf en verhuis deze niet. Dit om verslepen van de infectie te voorkomen en om stress  te voorkomen. Stress maakt paarden gevoelig voor oplaaien van een eventuele infectie.

 

Isoleer de afdeling waarin de diagnose rhinopneumonie gesteld is zoveel mogelijk van de rest van het bedrijf. Verzorgers van verdachte paarden mogen niet heen en weer lopen tussen de verschillende groepen paarden op een bedrijf. Door paarden in groepen in te delen, deze apart te houden en alle hygiënemaatregelen goed in acht te nemen, verklein je de kans op verspreiding van rhinopneumonie.

Wanneer er meerdere, onafhankelijk werkende dierenartsen op stal komen, kan het overzicht verdwijnen en kan de ziekte zich onnodig verspreiden. Wijs daarom, wanneer en spraken is van rhino (of een andere infecieziekte) gezamenlijk één dierenarts aan die over het algemeen stalbeleid gaat. Deze dierenarts heeft het grote geheel in beeld en is aanspreekpunt voor eigenaren.

Het bedrijf moet gesloten blijven tot tenminste vier weken na herstel van het laatste paard met koorts en verdwijnen van de symptomen. Er mogen dan geen paarden van en naar het bedrijf vervoerd worden. De neusuitvloeiing van besmette paarden bevat veel virusdeeltjes, maar ook paarden zonder zichtbare neusuitvloeiing zijn besmettelijk.

Bij de abortusvorm is het beleid ook om het bedrijf op slot te doen. Deze maatregel blijft van kracht tot het laatste veulen geboren is. Pas als het laatste veulen gezond geboren is, is het gevaar geweken. Gezonde dieren op stal kunnen gewoon beweging krijgen, maar voorkom naast elkaar uitstappen en laat paarden niet neuzen

Lees meer over de richtlijnen bij rhinopneumonie op het bedrijf hier.

Om je stal weer virusvrij te krijgen, moet er een grondige desinfectie plaatsvinden van de stallen. Na een abortus moeten het veulen en de placenta zo snel mogelijk in dubbele, lekdichte plastic zakken worden afgevoerd. Zowel veulen, placenta als het vocht zijn een enorme bron van virussen. De besmette merrie stal je in een isolatiestal. Zij scheidt het virus nog een á twee weken uit. 

Tips voor een correcte desinfectie van besmette paardenboxen:

  • Verwijder alle bodembedekking (stro, zaagsel of vlas) zo snel mogelijk en laat het afvoeren.
  • Reinig bodem en muren grondig met water en zeep (gebruik geen hogedrukspuit).
  • Laat de stalvloeren en muren goed opdrogen.
  • Desinfecteer met Halamid in de voor virussen voorgeschreven concentratie en laat dit 20 minuten inwerken.
  • Spoel daarna de stal goed met water.

De overheid heeft niet verboden om paarden met het EHV4-virus te transporteren. Vervoeren is geen probleem, zo lang het paard geen heftige symtomen vertoont en er geen contact met vreemde paarden is. Het verhuizen naar een andere stal en transport zijn echter belangrijke stressfactoren. Stress maakt een paard vatbaarder voor een EHV-infectie en kan bijdragen aan het (weer) actief worden van een ‘slapende' infectie wanneer een paard drager is.

Zijn er paarden met een neurologische of abortus vorm van het EHV1-virus op het bedrijf, dan moet het bedrijf tenminste vier weken gesloten blijven. Dit wil zeggen: geen transport van paarden van en naar dit bedrijf. Het is niet nodig om in een bepaalde straal rondom een besmet bedrijf het transport van paarden te verbieden of af te raden.

Wanneer je ervoor kiest je paard te vaccineren tegen rhinopneumonie dan:

  • vermindert de ernst van luchtwegklachten.
  • verspreidt het virus zich minder snel bij veulens, jaarlingen en andere paarden met een hoog besmettingsrisico.
  • is de infectiedruk op een bedrijf lager en de kans op besmetting kleiner.

Vaccineren werkt het beste als alle paarden op een bedrijf tweemaal per jaar worden gevaccineerd. Het vaccineren van één of enkele dieren op een bedrijf is niet zo zinvol. De werkzaamheid van vaccinatie tegen abortus is niet volledig beschermend. Er is geen enkel vaccin dat claimt bescherming te bieden tegen de neurologische vorm van rhinopneumonie. Sommige stamboeken stellen vaccineren tegen rhinopneumonie verplicht voor risicogroepen bij meerdaagse aanlegtesten.

En veulen met EHV-1 heeft een zeer kleine kans op herstel. Als een veulen ziek of zwak geboren wordt op een bedrijf waar dat seizoen meerdere veulens verworpen zijn, dan is het advies om dat veulen te laten inslapen.

     

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.