Waar moet je op letten bij de verzorging van het oudere paard?

Is een paard ouder dan twintig jaar, dan is hij officieel een senior. Zijn lichaam verandert en hij kan last krijgen van ouderdomsklachten. Met de juiste verzorging houd je je oudere paard in goede conditie. Deze checklist kan je daarbij helpen.

Paarden worden tegenwoordig ouder dan de paarden die een paar generaties geleden leefden. Vroeger moesten paarden hard werken, tegenwoordig worden de meeste paarden in de Westerse wereld voor het plezier gehouden. Ze worden fysiek minder zwaar belast, krijgen goed voer, worden ontwormd en gevaccineerd. Dit alles draagt bij aan een langer en gezonder leven voor veel paarden. Een paard van twintig jaar is ongeveer 60 mensenjaren oud. Een paard van 36 kun je vergelijken met een honderdjarig mens.

Vanaf ongeveer 20 jaar verandert het lichaam van een paard. De bespiering neemt af, de stofwisseling wordt minder efficiënt en de functie van lever en nieren vermindert. Het ene paard wordt fitter oud dan het ander. De een begint met 17 jaar al ouderdomskwalen te krijgen, de ander loopt nog vrolijk onder het zadel op zijn 25e. Dit is onder andere afhankelijk van eigenschappen van het paard zelf, hoe goed hij vanaf zijn veulentijd verzorgd is en op wat voor manier hij zijn leven lang getraind en belast is. Ook de factoren pech en geluk spelen hier natuurlijk ook mee.

Zorgvuldig management
Een ouder paard heeft specifieke zorg nodig. Het gebit wordt slechter, de weerstand tegen wormen en andere ziekten en aandoeningen neemt af.Het is belangrijk dat eventuele problemen rond de gezondheid op tijd gezien en zo nodig behandeld worden. Regelmatig hoefonderhoud en behandeling door de tandarts, controles door de dierenarts, een zorgvuldig entschema, tijdig mestonderzoek en waar nodig ontwormen zijn daarom juist bij een ouder wordend paard erg belangrijk.

Aangepast voer
Passend voermanagement draagt bij aan een fitte oude dag. Ieder paard is anders en zijn voedingsbehoefte daarmee ook. De basis van het rantsoen is en blijft ruwvoer. Door gebitsproblemen kan het eten van hooi op een gegeven moment niet meer gaan. Soms lukt fijn hooi of gehakseld ruwvoer kauwen nog wel. Geweekte grasbrok is ook een goede voedingsbron. Voor oudere paarden is weidegang heel gezond. Ze verteren gras vaak beter dan hooi.

Wanneer je paard de twintig gepasseerd is, neemt hij minder eiwit en fosfor op uit zijn voeding. Daar heeft hij meer aanbod van nodig. De behoefte aan zink, koper en selenium wordt hoger. Ook vitamine C, B en K moeten aangevuld worden, omdat oudere paarden dit niet meer voldoende aanmaken. Extra vezels ondersteunen de spijsvertering. Er zijn verschillende seniorenvoeders te koop. Kijk goed naar de specifieke behoeften van jouw paard en win advies in als je er zelf niet uitkomt. Door middel van ruwoer analyse en eventueel bloedonderzoek kan worden vastgesteld wat een dier mogelijk tekort komt.

Onderzoek heeft aangetoond dat er binnen een kudde paarden vaak weinig respect bestaat voor ouderen. Ze worden nogal eens weggestuurd door jongere paarden. Houd in de gaten of je paard rustig en stressvrij kan eten. Is dit niet zo? Laat hem dan apart van de kudde eten. Zo kun je bovendien monitoren wat hij eet en hoe.

Gezondheidsproblemen
Gezondheidsproblemen die kunnen optreden bij een ouder paard zijn:

PPID/Ziekte van Cushing
PPID (vroeger ook wel de Ziekte van Cushing genoemd) treedt meestal op bij paarden vanaf 15 jaar en komt bij oudere paarden relatief vaak voor. Bij PPID is een deel van de hypofyse (een klier in de hersenen) vergroot, waardoor hormonale processen ontregeld raken. Verschijnselen die optreden bij PPID zijn onder andere:

  • Lusteloosheid
  • Meer drinken door dorst, vaker urineren
  • Gewichtsverlies
  • Veranderende vetverdeling, o.a. de holtes boven de ogen vullen op met vetweefsel
  • Spierverlies
  • Hoefbevangenheid
  • Insulineresistentie
  • Een veranderde vacht die krullerig wordt en koperkleurig wordt
  • Moeilijk door de vacht komen in het voorjaar
  • Verlaagde weerstand met bijbehorende infecties.

PPID kan worden aangetoond op basis van klinisch onderzoek en ziektegeschiedenis in combinatie met bloedonderzoek. Genezing is niet mogelijk, behandeling met medicatie wel. Goede behandeling en medicatie kunnen bijdragen aan een fijne oude dag van het paard.

Equine Metabool Syndrome/Insulineresistentie (IR)
Paarden met aanleg om dik te worden, lopen een verhoogde kans om insulineresistentie te ontwikkelen. Je herkent een paard met IR aan een verdikte manenkam en vetbulten bij de staartimplant.

Ademhalingsproblemen
Oudere paarden worden door een verminderde immuniteit vatbaarder voor infecties. Regelmatig zien we dan ook luchtweginfecties bij deze paarden. Ook bijvoorbeeld droes is iets wat bij oudere paarden nog regelmatig geconstateerd wordt. De luchtwegklacht die we bij het oudere dier verreweg het meest tegenkomen is Equine Asthma (COPD, IAD etc vallen allemaal weer onder de term Equine Asthma). De paarden ontwikkelen dit door de jaren heen en wanneer ze senior zijn geworden komt dit pas tot uiting. Luchtig opstallen is dan noodzakelijk.

Koliek
De spijsvertering van een ouder paard verandert. De darmflora van oudere paarden gaat achteruit, wat ze gevoeliger maakt voor koliek. Veranderingen van het gebit zorgen ervoor dat de kauwfunctie minder wordt. Moeilijker eten kan zorgen voor verstoppingskoliek. Zorg voor uitgebalanceerd voer aangepast aan de behoefte van jouw oudere dier en voldoende drinkwater. Bij warm weer kan het toevoegen van elektrolyten helpen de vochthuishouding van je paard goed te houden. Vergeet niet om geregeld mestonderzoek te laten doen en waar nodig je paard te ontwormen. Dit kan problemen met de darmen voorkomen. Oudere paarden kunnen ook last krijgen van vettumoren in de buikholte. Deze kunnen beknellingen rondom de darmen veroorzaken.

Stijfheid
Net als bij oudere mensen, geldt bij paarden meestal: rust roest. Hoe minder een paard beweegt, hoe meer zijn beweeglijkheid afneemt. Tenzij zijn lichamelijke conditie het niet toelaat, is een rustig stapritje altijd beter dan stilstaan op een paddock. Overleg met je dierenarts als je twijfelt of rijden nog comfortabel is voor je paard.

Gebitsproblemen
Het gebit van een ouder paard wordt vaak minder. Dit heeft invloed op de gehele spijsvertering en gezondheid van het paard. Gebitsproblemen die zich kunnen voordoen zijn:

  • verlies van kiezen;
  • diastema. Het paard heeft dan ruimte tussen tanden en kiezen waardoor er eten tussen kan blijven zitten. Dit kan pijn en ontstekingen van tandvlees veroorzaken en ook verdere gezondheidsproblemen;
  • losraken van tanden
  • ontwikkelen van een overbeet
  • hoogteverschillen in het gebit waardoor kauwen moeilijk gaat.
  • oudere, voornamelijk koudbloedpaarden, kunnen last krijgen van EOTRH. Bij deze aandoening lossen de snijtanden van binnenuit op. Ook kan zich een abnormale hoeveelheid cement rondom de wortel vormen. Deze aandoening is zeer pijnlijk.

Regelmatige controle door de tandarts (in ieder geval jaarlijks) en behandeling door de tandarts kan helpen problemen tijdig te ondervangen en het gebit zo optimaal mogelijk te laten functioneren.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.