Ruwvoer is de basis van het rantsoen

ruwvoer

Foto: michelangeloop

Ruwvoer met een aanvullend supplement is een prima rantsoen voor de meeste paarden. Ruwvoer is een voermiddel met veel ruwe celstof en een minimale vezellengte van 2 centimeter. Ruwvoer zorgt er voor dat kauwen wordt bevorderd. Voorbeelden van ruwvoeders zijn: hooi, graszaadhooi, kuilvoer, gras, snijmais, stro, en luzerne.

Hooi en kuilvoer worden bij paarden het meeste gebruikt als ruwvoer. Hooi of kuilvoer wordt van jong tot oud gras gemaakt. Hoe ouder het gras, hoe langer het heeft gegroeid en hoe grover het is. Grofstengelig, langer en ouder ruwvoer bevat veel vezels en hierop kauwen paarden langer dan op fijn en jong ruwvoer. Vaak zit er in fijn ruwvoer wel meer energie en eiwit dan in het grof ruwvoer. Een paard wat niet tot gemiddeld niveau moet werken heeft voldoende aan grof ruwvoer om in conditie te blijven. Ruwvoer met een gemiddelde kwaliteit is geschikt voor paarden die veel moeten werken of waarbij de vetering minder goed is. Heel fijn ruwvoer is eigenlijk alleen geschikt voor fokmerries en veulens.

Hooi en kuilvoer: de verschillen
Voor het produceren van kuilvoer wordt grasgemaaid, vervolgens blijft het gras een paar dagen op het land liggen, zodat het kan drogen. Tijdens het drogen gaat de voederwaarde verloren. Bij kuilvoer voor rundvee wordt het gras zo kort mogelijk gedroogd, omdat koeien productiedieren zijn en dus veel eiwit en energie nodig hebben. Kuilvoer met een te hoge voederwaarde kan bij paarden koliek veroorzaken. Bij kuilvoer voor paarden is daarom de droogperiode langer dan kuilvoer voor rundvee. De peridode dat het gras droogt is bij kuilvoer korter dan bij hooi. Kuilvoer bevat dus meer voedingswaarde dan hooi.

Naast de droogperiode is ook de het tijdstip van het maaien anders. Het gras voor rundveekuilvoer wordt gemaaid wanneer het nog jong is en veel bad bevat. De tijd van maaien voor het kuilvoer geschikt voor paarden is wanneer het gras bijna in bloei staat.

Tijdens het drogen wordt het gras geschud en hierdoor over het land verspreid. Uiteindelijk wordt het gras in balen geperst en in plastic gewikkeld. Het is belangrijk dat het voer zo strak mogelijk geperst wordt, hierdoor zit er geen zuurstof meer in het voer en kan er geen zuurstof meer bij, zodat melkzuurbacteriën zich kunnen ontwikkelen. Deze bacteriën zetten suikers om in melkzuur, hierdoor wordt het voer zuurder, waardoor het ook geconserveerd wordt. Boterzuur- en rotting bacteriën, deze zetten eiwit om in ammoniak, kunnen er echter voor zorgen dat het voer bederft. Dit kan gebeuren als het gras bijvoorbeeld niet voldoende gedroogd is.

Hoeveel ruwvoer geef ik mijn paard?
Ruwvoer dient op de behoefte van het paard aangepast te worden. Wanneer het ruwvoer onvoldoende essentiële voedingstoffen bevat, is het verstandig om het rantsoen aan te vullen met mineralen en vitaminen. Om erachter te komen of het rantsoen aangevuld moet worden en hoeveel is het van belang een ruwvoer analyse te doen.

Wanneer je paard te dik wordt dien je eerst minder krachtvoer te geven. Komt hij hierna nog steeds aan van het ruwvoer, kijk dan naar de mogelijkheden voor een ruwvoer dat minder voedingsstoffen bevat.

Check regelmatig de lichaamsconditie, zodat je het rantsoen of bewegingsschema tijdig kan bij stellen wanneer er verandering is. Dit kun je met de Body Condition Score doen. Wanneer je paard te dik wordt, kan je minder ruwvoer geven. Let op dat je wel het minimum blijft geven! Een paard heeft minimaal 1 tot 1,25 kilogram drogestof per 100 kilogram lichaamsgewicht nodig om het maag-darmkanaal goed te laten functioneren. Wanneer je niet precies weet hoeveel ruwvoer je paard krijgt, weeg dan een aantal dagen de porties ruwvoer om te weten te komen hoeveel je je paard gemiddeld voert. Het wegen van het voer kan je bijvoorbeeld doen met een unster en een hooinet, of door zelf op de weegschaal te gaan staan met het hooi.

Ruwvoer is een natuurproduct. De kwaliteit verschilt hierdoor keer op keer. Wil je zelf je ruwvoer produceren? School jezelf bij op het gebied van ruwvoer. Denk hierbij aan het beheer van het grasland, wanneer het de juiste tijd is om te maaien en hooi-of kuilpakken te maken. Op het moment dat je je hierin verdiept realiseer je je al snel, dat het geen eenvoudige klus is om steeds maar weer het perfecte ruwvoer te produceren. Wanneer je je ruwvoer bij een leverancier gaat kopen, zorg dan dat je vooraf goed weet wat je zoekt. Wil je graag hooi of voer in pak? In welk stadium moet het hooi geoogst zijn? En wil je graag oud of jong gras?

De kwaliteit en houdbaarheid van ruwvoer is zeer variabel. Dit komt door de drogestof-waarde die kan variëren van 30 tot 80%. Kuilvoer met drogestof-waarden van 30% is eigenlijk niet geschikt voor paarden, dit is te nat. Geschikt kuilvoer voor paarden bevat minimaal 50-60% drogestof.
Daarnaast hebben ook alle factoren bij het productieproces invloed op de kwaliteit van het kuilvoer. Wanneer het kuilvoer goed verpakt is het net zo lang of nog langer houdbaar dan hooi.

Maar ook de kwaliteit van hooi kan erg verschillen. Als eigenaar of verzorger van een paard is het belangrijk dat je dagelijks het ruwvoer controleert. Hoe is de kwaliteit en is het ruwvoer niet bedorven?

Als het hooi goed is opgeslagen kan het meer dan een jaar houdbaar blijven. Let wel op, stof kan tijdens de opslag op en in het hooi komen. Niet alle paarden kunnen hiertegen en het kan een allergische reactie op de luchtwegen veroorzaken. Wanneer je een pak kuilvoer openmaakt, is dit tot een week houdbaar. Dit is afhankelijk van de temperatuur van de omgeving, het drogestofgehalte en de manier hoe het geconserveerd is.

Bij het beschadigen van een pak kuilvoer, kan er zuurstof bij het product en hierdoor sneller bederven doordat bacteriën en schimmels gaan groeien. Zolang het voer op een lokale plek bedorven is, kan dit weggehaald worden. De rest van het pak dient wel gecontroleerd worden op bederf. Dicht het gat goed af (mbv stevig tape) om verder bederf te minimaliseren. Wanneer het conserveren niet goed gelukt is, of wanneer er teveel zand in een pak terecht is gekomen. Dan kan het hele pak niet meer gebruikt worden. Veel paarden eten beschimmeld voer op, controleer dus zelf goed of het voer niet bedorven is. Bedorven voer kan leiden tot koliek of diarree!

Vaak wordt gedacht dat kuilvoer rijker is aan energie- en eiwitwaarden dan hooi. Dit is lang niet altijd het geval. Het gaat er uiteindelijk om of er niks schadelijks in het voer zit zoals giftige planten, schimmel of zand en wat de voederwaarde is. Beide voeders kun je in drie categorieën plaatsen: grof, middel en fijn ruwvoer. Door goed te kijken en te voelen, merk je het verschil tussen deze groepen.

Tabel 1: Beoordeling van ruwvoerkwaliteit  (Paardenarts.nl)

Wanneer hooi afkomstig is van natuur- of beheersgebieden let dan goed op of er geen giftige planten zoals Jacobskruiskruid (zie foto) in voorkomen en of de gehalten wel geschikt zijn voor jouw paard.

Gras groeit op schrale gronden zonder bemesting langzaam waardoor het ruwvoer uiteindelijk een laag energiegehalte heeft, het suikergehalte kan hierbij wel hoog zijn. Dit voer kan gebruikt worden voor paarden met overgewicht of sobere paarden mits het volgende aangevuld wordt met mineralen en vitaminen en soms zelfs met een andere eiwitbron.

Wanneer het paard insulineresistentie heeft, kan natuurhooi soms net verkeerd uitpakken omdat het juist ook suikerrijk kan zijn en daardoor hoefbevangenheid kan veroorzaken.

Te dikke paarden ontwikkelen vaak insulineresistentie, hierdoor zijn ze ‘suikergevoelig’. Suikers kunnen zorgen voor hoefbevangenheid. Suikergevoelige paarden hebben geen krachtvoeder nodig in hun rantsoen. Wanneer je vanwege verterings- of spierproblemen toch krachtvoer wilt voeren, dan is het verstandig om voor voer met een laag zetmeel- en suikergehalte (<20-25%) te kiezen. En verdeel het voer in kleine porties over de dag.

Lees meer over giftige planten > op paardenarts.nl

Bepaal de kwaliteit van je ruwvoer en laat het testen via  Eurofins: https://www.eurofins.nl/nl/

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.

Dit artikel is geschreven op basis van eerder verschenen artikelen van en samen met Anneke Hallebeek. Meer informatie over dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding op www.bonpard.com, www.voedingadviespaard.nl en www.voedingsconsulentpaard.nl