Krachtvoer: een waardevolle aanvulling?

krachtvoer

Krachtvoer geef je als een paard meer energie nodig heeft, dan dat hij met ruwvoer kan opnemen. Een juiste hoeveelheid van voor het specifieke paard geschikte kwaliteit ruwvoer (hooi, kuilvoer), passend bij het (gezonde) gewicht van het paard, is altijd de basis van je voermanagement. Last van ‘voerstress’? Schakel tijdig hulp in, dat voorkomt voerfouten. De gouden stelregel is: houd het simpel!

Meestal kan een paard voldoende voedingsstoffen uit ruwvoer halen in combinatie met een vitamine-mineralen supplement. Van krachtvoer moet gebruik gemaakt worden wanneer:

  • Het paard gewicht verliest
  • Wanneer een paard in de sport wordt gereden en hiervoor meer energie nodig heeft in de vorm van vetzuren of gemakkelijk verteerbare koolhydraten

Krachtvoer is een aanvulling op het ruwvoer. Over het algemeen zijn krachtvoeders gebaseerd op granen en graanbijproducten. De grootste energiebronnen in granen zijn zetmeel en suikers. Dit is snel beschikbare energie of wordt opgeslagen als reserve in de vorm van glycogeen. Graanbijproducten kunnen meer vezelrijk zijn en bijproducten van andere (humane) voedselindustrie kunnen vezel- of vetrijk zijn. Vetten en vezels leveren meer traag beschikbare energie aan het paard.

 

Welk krachtvoer kies je?

De combinatie van de verschillende grondstoffen in het krachtvoer bepalen de energie- en eiwitwaarde. Sommige krachtvoeders leveren vooral koolhydraten, zoals zetmeel en suikers, andere met name vezels of vetten. Het eiwit-, zetmeel-, suiker- en vetgehalte geven een indicatie van de voedingswaarde en of het voer geschikt is voor jouw paard.

Brok en muesli worden tijdens de productie verrijkt met een ‘premix’ (*) van mineralen, spoorelementen en vitaminen. Dit ontbreekt wanneer je enkel granen geeft als krachtvoer. Sommige paarden hebben geen krachtvoer nodig. In dat geval is het verstandig om een vitaminen en mineralen supplement geven.

Elk paard is anders. Op basis van gewicht, gezondheid en leeftijd moet een rantsoen op maat afgestemd worden. Daarmee is de keuzestress bij het vinden van het juiste voer dus niet zo verwonderlijk.

(*) Premix: de naam voor een mengsel waarbij de bestanddelen van het krachtvoer worden verrijkt met vitamines, mineralen en spoorelementen. Bij een gemiddeld krachtvoer wordt dit zo gemengd dat wanneer je twee tot drie kilogram krachtvoer geeft (naast het ruwvoer), er voldoende mineralen, spoorelementen en vitaminen in het voer zitten om tot een compleet rantsoen te komen.

Het verschil tussen brok en muesli zit vooral in de kauwtijd. Muesli geeft ten opzichte van brok een langere kauwtijd. Dit komt - behalve door de losse hele ingrediënten in tegenstelling tot gemalen product in brok. Daarnaast bevat muesli meestal losse vezels, een voorbeeld hiervan zijn luzernestengeltjes. Maar het productieproces verschilt: om een brok te kunnen persen moeten alle ingrediënten eerst worden gemalen.

Granen, graanbijproducten, oliehoudende zaden en bijproducten van o.a. de suikerindustrie, groenvoeders en plantaardige vetten zijn de meest gebruikte grondstoffen voor het produceren van een paardenvoer. Alle ingrediënten en hoeveelheden die in de paardenvoeders verwerkt zijn, staan vermeld op het voerlabel. De bestanddelen die verplicht op een voerlabel staan, zijn: ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruw as en mineralen (calcium en fosfor).

Het aandeel zetmeel en suikers, de energiewaarde (EWpa) en het verteerbaar ruw eiwit (VREp) staat niet verplicht op het voerlabel. Vaak kun je dit wel op internet terugvinden of bij de fabrikant opvragen. Meestal bevat krachtvoer een ruweiwitgehalte van rond de 10%. Voersoorten voor merries en veulens hebben een hoger gehalte, deze ligt rond de 12,5-15%. Let op: veulenbrok bevat vaak eiwitten die volwassen paarden niet meer kunnen afbreken en is dus niet geschikt voor volwassen paarden.

Normaalgesproken is het ruwe vetgehalte vrij laag (2-4%). Wanneer er extra plantaardige oliën toegevoegd zijn loopt het gehalte op naar 6 tot 8%.Hoe hoger het vetgehalte (meer dan 6 à 7%), hoe lastiger het is om een mooie harde brok te persen. Dit is de reden waarom je hogere vetpercentages vaker in muesli’s terugvindt dan in brok. Paarden die baat kunnen hebben bij een vetrijke voeder, zijn: sportpaarden, magere paarden en paarden met spierproblemen. Indien paarden een vetrijk voer krijgen stijgt de behoefte aan vitamine E en dient het krachtvoer daar een wat hoger aandeel van te bevatten. Gemiddeld bevat krachtvoer 25-30% zetmeel en suikers. Wanneer dit gehalte hoger ligt is er sprake van ‘een energierijk voer’. Deze energierijke voeders zijn bedoeld voor (top)sportpaarden.

  • Wanneer je een paard hebt dat op hoog niveau presteert en met ruwvoer onvoldoende temperament of conditie heeft is het verstandig om voor een sportbrok met zetmeel en suikers (30-35%) of vetten (6-10%) te kiezen. Het is belangrijk dat het ruwvoer voldoende kwaliteit heeft en voldoende eiwit bevat.
  • Wanneer je een paard hebt dat op gemiddeld niveau presteert, dan is het verstandig om voor een krachtvoer met laag aandeel aan zetmeel en suikers (25-30%) en vetten (4-6%), het is wel van belang de voeder een hoog aandeel aan mineralen en vitaminen bevat.
  • Wanneer je een recreatiepaard hebt en hem toch graag krachtvoer wil bijvoeren, dan is het verstandig om voor een voeder met veel ruwe celstof (>15%), weinig vetten (4-5%) en weinig suikers en zetmeel (20-25%) te kiezen.
  • Wanneer je een fokmerrie of een veulen hebt, is het verstandig om een aanvullend krachtvoer te kiezen die speciaal bestemd is voor deze paarden. Deze voeders leveren extra eiwit en de juiste dosering aan mineralen en vitaminen
  • Wanneer je een paard op leeftijd hebt met een lagere kauw-effectiviteit, maar nog een goed in conditie is, dan is het verstandig om voor een krachtvoeder voor senioren te kiezen. Deze voeders zijn aangepast op de verteringscapaciteit van een ouder paard.

Let op: bovenstaande checklist is een globale richtlijn. Wil je een voedingsschema speciaal afgestemd op jouw paard, vraag dan een voedingsdeskundige om raad!

De overige voedermiddelen naast ruwvoer, vallen onder de term ‘aanvullende voedermiddelen’. Dit wil zeggen dat deze voermiddelen op zichzelf niet een volledig voer zijn voor een paard. Binnen de aanvullende voedermiddelen wordt onderscheid gemaakt tussen enkelvoudige en samengestelde aanvullende voedermiddelen.

  • Samengestelde aanvullende voeders bevatten verschillende soorten ingrediënten, hieronder vallen brok en muesli.
  • Enkelvoudige aanvullende voeders bevatten geen verschillende ingrediënten, hieronder vallen bijvoorbeeld lijnzaad, zemelen, haver, bietenpulp en spelt.

Te dikke paarden ontwikkelen vaak insulineresistentie, hierdoor zijn ze ‘suikergevoelig’. Suikers kunnen zorgen voor hoefbevangenheid. Suikergevoelige paarden hebben geen krachtvoeder nodig in hun rantsoen. Wanneer je vanwege verterings- of spierproblemen toch krachtvoer wilt voeren, dan is het verstandig om voor voer met een laag zetmeel- en suikergehalte (<20-25%) te kiezen. En verdeel het voer in kleine porties over de dag.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.

Dit artikel is geschreven op basis van eerder verschenen artikelen van en samen met Anneke Hallebeek. Meer informatie over dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding op www.bonpard.com, www.voedingadviespaard.nl en www.voedingsconsulentpaard.nl