Houd infectieziekten buiten de stal

Houd infectieziekten buiten de stal

Infectieziekten zoals droes, rhinopneunomie en influenza kunnen je paard flink ziek maken. Bovendien zijn het besmettelijke ziekten. Met een aantal maatregelen en zorgvuldig stalmanagement kun je het risico op infectieziekten bij je paard verkleinen.

Infectieuze paardenziektes zoals droes, rhinopneunomie , tetanus en influenza kunnen voor veel ellende zorgen als ze de kop opsteken op stal. Paarden kunnen flink ziek worden en in ernstige gevallen komen te overlijden. Preventie is een essentieel onderdeel van de aanpak van besmettelijke paardenziekten. De kans op infectieziektes kun je verkleinen door de algehele gezondheid van je paard op peil te houden. Dit vergroot zijn weerstand en verkleint de kans op ziekten. Stalmanagement- en hygiëne, goede voeding, zorgvuldig vaccineren en ontwormen en gezondheidsbegeleiding door een dierenarts zorgen voor een gezonde basis. Insecten zoals muggen, vliegen en teken kunnen ziekteverwekkers overbrengen en moeten, zover mogelijk, bestreden worden.

Vaccineren
Tijdig inenten via een vaccinatieprogramma dat door de dierenarts is opgesteld beschermt je paard tegen ziektes. Het inenten van je paard zorgt ervoor dat de opbouw van afweerstoffen wordt gestimuleerd. Hierdoor wordt het immuunsysteem van het paard ondersteund en geactiveerd, zodat hij beter kan reageren op ziekteverwekkers die infectieziekten veroorzaken. In Nederland worden paarden ingeënt tegen verschillende paardenziekten, onder andere tetanus, Equine Influenza, Equine Herpes Virus, het West Nijl Virus en droes. Het is voor de werking van de vaccins belangrijk dat het advies en vaccinatieprogramma van de dierenarts nauwgezet wordt opgevolgd.

Stalhygiëne
Een schone, droge stal draagt bij aan een gezond paard. Zorg dat de huisvesting van je paard goed geventileerd is en bij voorkeur gebouwd met goed te reinigen oppervlakken. Het is aan te raden om een stal minimaal één keer per jaar volledig schoon te maken en te desinfecteren. Neem hierbij ook houten deuren, tralies, hoeken en mestputjes grondig mee en vergeet ook gereedschap, poetsspullen en materieel waarmee regelmatig wordt gewerkt niet. Reinig water- en voerbakken regelmatig.

Quarantaine nieuwe paarden
Om insleep van besmettelijke ziekten te voorkomen, worden groepen paarden bij voorkeur zo gelijk mogelijk in samenstelling gehouden. Als er een nieuw paard bij komt, is het verstandig dit dier de eerste drie weken in quarantaine te houden. Dit in verband met incubatietijd van eventuele ziekten. Zorg er bovendien voor dat het nieuwe paard geënt en ontwormd is voor hij in contact met de andere paarden komt.

Dreiging vanuit het buitenland
Globalisering, klimaatverandering en internationaal transport van paarden vergroten het risico op insleep van besmettelijke ziekten als West Nile Virus. De kans dat deze virusziekte zich in Nederland voordoet is beperkt, maar mag niet worden uitgesloten. Ook Equine Infectieuze Anemie en Afrikaanse Paarden Pest (APP) kunnen een risico vormen. 

Tetanus is een infectieziekte, maar niet besmettelijk. Deze acute wondinfectie is ook wel bekend als 'mondklem'. Het is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de tetanusbacil. Deze bacterie komt voor in de grond en een paard kan er door verwonding mee besmet raken. Paarden kunnen elkaar vervolgens NIET besmetten. De tetanusbacillen scheiden een giftige stof af, die langs de zenuwen of via bloed- of lymfebaan het centrale zenuwstelsel binnendringen en hoofdzakelijk de zenuwcellen van het ruggenmerg aantasten. Het algemeen ziektebeeld wordt gekenmerkt door een verkramping van de lichaamsspieren waardoor verstijving van het hele dier optreedt. In lichte gevallen of in het begin van de ziekte zal alleen een enigszins stijve gang opvallen. De giftige stoffen veroorzaken verlammende spierspasmen die leiden tot ademhalingsstilstand en de dood tot gevolg hebben. Alle paarden lopen het risico op tetanus en dienen daarom preventief gevaccineerd te worden. De basisvaccinatie bestaat uit twee injecties met een tussenruimte van vier tot acht weken. Deze vaccinatie wordt jaarlijks of eens in de twee jaar herhaald, in overleg met de dierenarts.

Het West Nijl Virus (WNV) wordt overgedragen door muggen en kan via de mug van paard naar paard en ook via paard naar mens worden overgedragen. Deze ziekte veroorzaakt een fatale hersenontsteking. Het virus beschadigt zenuwcellen in de hersenen en het ruggenmerg. Symptomen bij het paard zijn koorts, verlammingsverschijnselen, spiertrillingen, gewichtsverlies en plotselinge dood (in ongeveer 30 % van de gevallen). Het West Nijl Virus kan zich in de vector (mug) vermenigvuldigen. Er zijn meerdere vaccins tegen WNV geregistreerd. De effectiviteit van deze vaccins is goed: 6,7 % biedt klinische bescherming. WNV is een vectorziekte, dus indien nodig moet er gevaccineerd worden vóór het muggenseizoen (in de maanden maart en april). Meer info? Lees het op Paardenarts.nl! 

De volgende ziekteverwekkers kunnen door teken op paarden worden overgedragen:

  • Borrelia burgdorferi: Borreliose (ziekte van Lyme);
  • Anaplasma phagocytophilum: Anaplasmose;
  • Babesia caballi en/of Theileria equi: vroeger Equine Piroplasmose, tegenwoordig opgesplitst in Equine Babesiose en Equine Theileriose.

Het aantal zieke paarden als gevolg van een tekenbeet is beperkt. Uit onderzoek blijkt dat er steeds meer met ziektekiemen besmette teken in Nederland voorkomen. Het is dus belangrijk om bij onverklaarbare klachten ook aan teek-gerelateerde aandoeningen te denken en de dierenarts te vertellen of er in het (recente) verleden ook teken bij het betreffende paard zijn gevonden. Als een paard teken heeft, is het van belang deze zo snel mogelijk met een pincet met kop en al te verwijderen.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.