Hoefbevangenheid: snel ingrijpen vergroot kans op genezing

Hoefbevangenheid (laminitis) is een ernstige en zeer pijnlijke aandoening, waarbij de lamellen in de hoef ontstoken raken. In ernstige gevallen kan de verbinding tussen hoefbeen en –wand (gedeeltelijk) loslaten, waardoor het hoefbeen kan gaan kantelen en zakken. Snel ingrijpen door de dierenarts in samenwerking met de hoefsmid, vergroot de kans op genezing.

Wat is hoefbevangenheid?
Hoefbevangenheid wordt ook wel laminitis genoemd. Hoefbevangenheid is een zeer pijnlijke aandoening die meestal in de voorhoeven optreedt. De lamellen, die de verbinding vormen tussen hoefwand en hoefbeen, raken ontstoken. Het vocht en de zwelling die daarbij ontstaan, veroorzaken druk en pijn in de hoef. Als de lamellen ernstig beschadigd raken, kunnen hoefwand en hoefbeen van elkaar loslaten. Daardoor kantelt en/of zakt het hoefbeen in de hoef (sinker), in het ergste geval zelfs door de zool heen. Hoefbevangenheid kan voorkomen in één, meerdere of alle hoeven, maar komt meestal voor in de twee voorhoeven.

Verschillende fases
In de acute fase komen de klachten plotseling en hevig op. In deze fase ontstaat de ontsteking en hoeft er nog niet noodzakelijk sprake te zijn van onherstelbare schade. De acute fase kan soms maar enkele uren zijn maar soms ook enkele dagen duren, afhankelijk van de oorzaak en de omstandigheden. Het paard is ernstig kreupel en heeft veel pijn. Typisch is de houding waarbij de achterbenen verder onder het lichaam worden geplaatst dan normaal en de voorbenen naar voren worden gestrekt om ze te ontlasten en pijn te vermijden. Hoe eerder behandeld wordt door de dierenarts in samenwerking met de hoefsmid, hoe groter de kans dat een paard geen restschade overhoudt.

De acute fase kan overgaan in de subacute fase. In de subacute fase laten hoefbeen en hoornschoen van elkaar los. Het hoefbeen kan kantelen en/of zakken. Deze verplaatsing kan mild tot ernstig zijn. Genezing is vanaf dit moment moeilijk. Snelle, deskundige behandeling is van levensbelang. De subacute fase kan soms erg lang duren. Het paard heeft dan nog duidelijk warme voeten, een digitale pols (voelbaar onder het kogelgewricht) en heeft veel pijn.

Op het moment dat de ontsteking uit de voet is verdwenen en er restschade is opgetreden, gaat het paard over naar de chronische fase. Afhankelijk van de restschade die is opgelopen, kan het paard een afwijkende hoorngroei laten zien met duidelijke divergerende groeiringenBij ernstige restschade zien we regelmatig dat de zool van de voet onder het hoefbeen vrij dun is. Dit kan resulteren in gevoelig lopen over de harde ondergrond of een extreme reactie wanneer het paard op een steentje staat. Ook zien we dan nog regelmatig kneuzingen of hoefzweren in de aangedane voet(en). Paarden die al eens hoefbevangen zijn geweest, hebben grotere kans dit nogmaals te worden. Dit is wel afhankelijk van de oorzaak.

Chronische hoefbevangenheid
Chronische hoefbevangenheid

Oorzaken
Hoefbevangenheid kan verschillende oorzaken hebben, combinaties van onderstaande:

  • Stoornissen in het maagdarmstelsel door een dieet met teveel aan zetmeel en suikers (bijvoorbeeld te rijk voorjaarsgras) waardoor de darmflora verstoord raakt en gifstoffen vrijkomen in de darmen.
  • Afvalstoffen in de bloedsomloop (bij ernstige koliek, diarree of baarmoederontsteking door niet afkomen van de nageboorte binnen twee uur na bevalling).
  • Stofwisselingsproblemen (bijvoorbeeld EMS, insulineresistentie en PPID)
  • Langdurig hoge dosering medicijngebruik.
  • Overbelasting door kreupelheid.
  • Mechanisch geïnduceerde bevangenheid door lange voeten of verkeerde bekapping

Signalen van hoefbevangenheid
De eerste symptomen van hoefbevangenheid kunnen variëren van stram lopen tot acuut blijven liggen en weigeren om op te staan. Ook geeft het paard soms opeens moeilijker een bepaalde voetje op. Rechtuit lopen gaat soms nog wel, maar in de wending is een paard merkbaar pijnlijk. Ook loopt een paard vaak liever op zachte ondergrond. Hoeven en kroonrand kunnen warm aanvoelen en in de kootholte is het kloppen van de slagader goed te voelen. Het paard kan een zieke indruk maken en niet eten. Typisch is de houding waarbij de achterbenen ver onder het lichaam worden geplaatst. Daarmee probeert het paard de voorbenen te ontlasten. In zeldzame gevallen heeft het paard koorts, veroorzaakt door ernstige koliek of baarmoederontsteking. Bij chronische hoefbevangenheid is een verbreding van de witte lijn te zien en ringen op de hoefwand.

Verbrede witte lijn
Verbrede witte lijn

Diagnose en Behandeling

  • Bij vermoeden van hoefbevangenheid is het zaak zo snel mogelijk de dierenarts te bellen. Laat het paard niet onnodig lopen.
  • Geef geen krachtvoer meer.
  • Zet het paard op een zachte, natte ondergrond, bijvoorbeeld in een kleine paddock, om de druk over de gehele onderkant van de hoef te verdelen. Zorg dat het paard niet teveel kan rondlopen en niet samen met andere paarden staat (vanwege het risico dat hij door de anderen toch moet bewegen). Als het paard eerst een stuk over de stenen moet lopen om bij de zandpaddock te komen, is dit niet echt een goede optie en is het zo optimaal mogelijk maken van de box beter. Breng in een deel van de stal een natte zandbodem aan, zo dat er ook een droog deel in waar het paard wil en kan gaan liggen.
  • Meestal is het verstandig de ijzers te verwijderen, maar soms is het ijzer te verbeteren of aan te passen zodat het in de hele acute fase een goede ondersteuning kan geven.
  • In de eerste, acute fase is koelen belangrijk om de pijn van de zwelling te verlichten. Doe dit bijvoorbeeld door de hoeven met koud water af te spuiten of door ze in een bak met smeltend ijs te plaatsen. Bij twijfel altijd koelen!
  • Een hoefbevangen paard moet zo snel mogelijk ontstekingsremmers en pijnstilling toegediend krijgen.
  • Geef het paard boxrust om te voorkomen dat mechanische krachten de verbinding tussen hoefbeen en hoefwand nog verder verslechteren.
  • Door middel van een röntgenfoto kan worden vastgesteld of en in hoeverre het hoefbeen gekanteld en/of gezakt is in de subacute/chronische fase.
  • Dierenarts en hoefsmid overleggen samen welke bekap- en beslagmethode voor herstel en genezing het beste is. Hoe beter wordt samengewerkt, hoe beter vaak het eindresultaat. Over de keuze van het soort beslag, bestaan verschillende ideeën. Deze keuze is afhankelijk van het paard en de mate van bevangenheid. Maatwerk per paard is belangrijk. Als de dierenarts iets speciaals wil, is het belangrijk dat de smid die dat beslag moet aanbrengen dat ook goed in de vingers heeft. Anders is het soms beter om voor de second best te kiezen – beslag dat de hoefsmid er met gemak onder kan maken. Of om tijdelijk en in overleg een smid te laten komen die wel ervaring heeft met het aangepaste beslag. 

Kans op herstel
Of een paard herstelt, is afhankelijk van de oorzaak, mate van kanteling of zakken van het hoefbeen en het gewicht van de patiënt. Hoe groter de rotatie van het hoefbeen, hoe kleiner de kans dat een paard volledig herstelt. Bij een gezakt hoefbeen (sinker is de prognose op een goed functionerend paard nog niet goed. De kans dat een paard 9 van de 10 dagen pijnvrij kan leven is klein. Paarden die hoefbevangen zijn geweest mogen bovendien vaak het gras niet meer op. Je paard als weidepaard houden na hoefbevangenheid kan niet.

Hoefbevangenheid voorkomen

  • Voorkom plotselinge voerveranderingen en laat je paard geen grote hoeveelheden (kracht)voer in een keer eten.
  • Bouw weidegang rustig op
  • Zorg ervoor dat je paard niet te zwaar wordt. Zorg dat een te dik paard afvalt
  • Pas je voerbeleid aan ophet werk dat je van je paard vraagt
  • Laat je paard regelmatig behandelen door een hoefsmid
  • Voorkom overbelasting
  • Let erop dat de nageboorte bij een merrie binnen vier uur en volledig afkomt.
  • Geef dikke paarden of paarden met EMS of PPID wanneer ze pijnvrij zijn bij beweging regelmatig (minimaal 3keer per week) (lichte) arbeid. Laat je paard boven de 15 jaar of met symptomen van PPID testen en zet deze op de medicatie op het moment dat er een verhoogde waarde gevonden wordt.

Bij paarden met bijvoorbeeld EMS of PPID (wat verreweg de grootste groep is) is het ontstaan van hoefbevangenheid vaak een combinatie tussen een metabole (stofwisselings-) component en een mechanische component. De metabole component moet zo goed mogelijk gemanaged worden, maar ook dan zitten veel van deze paarden er regelmatig tegenaan om bevangen te raken. We zien dat deze paarden daadwerkelijk bevangen raken op het moment dat de mechanische component niet optimaal is. Dit betekent dat deze paarden en vaak pony’s kort voor ze weer naar de hoefsmid zouden gaan bevangen raken. Dit komt dan doordat de teen van de voet te lang wordt. Hoe langer de teen van een voet, hoe meer tractie er op de verbinding van het hoefbeenlamellen en hoornschoenlamellen komt.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.