Hoe creëer je een optimaal stalklimaat?

Hoe creëer je een optimaal stalklimaat?

Een optimaal stalklimaat speelt een heel belangrijke rol in het welzijn van het paard. Hoewel ieder paard anders is en je daar rekening mee moet houden, zijn er verschillende algemene zaken, waarop je moet letten bij de huisvesting van je paard.

Voor paarden die –gedeeltelijk- op stal gehouden worden, is een goed stalklimaat belangrijk. Het stalklimaat heeft een grote invloed op welzijn en gezondheid van het paard. Belangrijke aandachtspunten zijn: de temperatuur op stal, goede ventilatie, de hoeveelheid natuurlijke lichtinval en het (veilig) gebruik van kunstlicht.

Houd je paard in zijn comfortzone
Afhankelijk van het ras, gewicht en leeftijd, ligt de comfortzone van een paard tussen -5 °C en +25 °C. Om zijn lichaamstemperatuur constant te houden produceert een paard warmte in zijn lichaam en geeft het warmte af aan de (koudere) omgeving. Dit heet thermoregulatie. Een geschoren paard is gevoeliger voor koude omgevingstemperaturen. Ook veulens hebben liever een wat warmere stal (15-20 graden). Sportpaarden die geen deken op hebben, vinden een staltemperatuur van 10-15 graden prettig. De optimale staltemperatuur kan per paard of groep paarden verschillen en hangt mede af van de buitentemperatuur en isolatie van de stal.

Ventilatie
Goede ventilatie zorgt ervoor dat overal in de stal verse lucht wordt aangevoerd. Ventilatie voert ook waterdamp, warmte en gassen af. Goede luchtcirculatie is belangrijk voor de gezondheid van je paard. Gassen als ammoniak hebben namelijk een slechte invloed op de gezondheid van het paard. Ammoniak en stof irriteren de slijmvliezen, waardoor sommige paarden last kunnen krijgen van equine astma (verzamelnaam van onder meer Recurrent Airway Obstruction (RAO) en Inflammatory Airway Disease (IAD)). De hoeveelheid stof in de stal is afhankelijk van de ventilatie en de kwaliteit en soort van het ruwvoer en strooisel. Zorg dus niet alleen voor goede ventilatie maar zet je paard, om allergie en irritatie van de luchtwegen door stof te voorkomen, zo mogelijk buiten tijdens het uitmesten en opstrooien.

Een paardenstal kan zowel natuurlijk als mechanisch worden geventileerd. De meeste stalhouders kiezen voor natuurlijke ventilatie. De opgewarmde stallucht stijgt op en verdwijnt door een opening in de nok. Tegelijkertijd laten openingen in de zijwanden weer verse, koelere buitenlucht binnen. Natuurlijke ventilatie ontstaat dus door temperatuursverschillen tussen de stallucht en de buitenlucht.

De ligging van de stal ten opzichte van de overheersende windrichting is hierbij belangrijk. De ventilatie functioneert beter wanneer de lengterichting van de stal (de nokrichting)

loodrecht op de overheersende windrichting staat. Ook moet de binnenkomende, koude lucht goed geleid worden door bijvoorbeeld kleppen en niet rechtstreeks op de paarden vallen.Twijfel je over de ventilatie op stal? Zet dan alle paarden buiten en plaats een rookmachine bij de luchtinlaat van de stal. Je kunt op deze manier controleren of de rook alle hoeken van de stal bereikt. Behalve natuurlijke ventilatie, is ook mechanische ventilatie met behulp van ventilatoren een optie. Voordeel van mechanische ventilatie is dat ook op windstille dagen de ventilatie op stal optimaal blijft.

De chemische signalen die een paard afgeeft door middel van uitscheiden van feromonen zijn belangrijk voor doorgeven van verschillende informatie, namelijk:

  • Identificatie van het individu, geslacht, leeftijd en fysiologische toestand.
  • Coördinatie en positie van individuen.
  • Communicatie tussen merrie en veulen (hechting en afgifte melk).
  • Signaleren van alarm en onrust.
  • Seksuele opwinding en prestatie.
  • Groei, ontwikkeling en rijpheid.

afwijkend gedrag zoals weven mogelijk voorkomen worden.

De optimale luchtvochtigheid op stal ligt tussen 60% en 80%. Het meeste vocht wordt door de paarden zelf geproduceerd door ademhaling en de uitscheiding van mest en urine. Daarnaast wordt de luchtvochtigheid (de hoeveelheid waterdamp in de lucht) beïnvloed door:

  • de vochtigheid van de buitenlucht
  • drinkinstallaties
  • de staltemperatuur

Door een te hoge luchtvochtigheid kan een paard zijn overtollige warmte lastig kwijt, omdat hij niet goed kan zweten. Ook de kans op ademhalingsproblemen neemt toe, omdat ziekteverwekkers zich bij een hogere luchtvochtigheid eenvoudiger vermeerderen. Dit beïnvloedt het afweersysteem van het paard. Een te lage luchtvochtigheid - waarbij de lucht dus te droog is - veroorzaakt droge slijmvliezen. Ziekteverwekkers kunnen makkelijker door droge slijmvliezen binnendringen en een paard kan gaan hoesten. Bij een droge lucht hebben de slijmvliezen meer last van irriterende stoffen als ammoniak. Goede ventilatie zorgen ervoor dat de luchtvochtigheid op peil blijft.

Tocht op stal is niet goed, maar niet iedere luchtbeweging in een stal is tocht. Luchtbeweging op stal is zelfs noodzakelijk. Als de luchtsnelheid in de stal te hoog wordt, is er sprake van tocht. Luchtsnelheid ontstaat door een verschil in luchtwarmte. Of deze luchtbeweging als tocht ervaren wordt, hangt mede af van de staltemperatuur ten opzichte van de buitentemperatuur. Door het plaatsen van onder ander windbreekgaas kan tocht voorkomen worden.

Voldoende licht in de paardenstal heeft verschillende functies:

  • Goede controle en verzorging van je paard is eenvoudiger
  • Licht beïnvloedt de cyclus van een (fok)merrie
  • De UV-straling van licht zorgt voor de aanmaak van vitamine D
  • Visueel contact met soortgenoten is eenvoudiger

Overdag is een minimale lichtsterkte van 80 lux de richtlijn. Dit komt ongeveer overeen met één lamp van 100 à 150 Watt per box. De norm voor het lichtdoorlatende oppervlak is minstens 10% van het vloeroppervlak van de totale stal. Daglicht is echter het meest aangenaam voor paarden om in te verblijven en voor mensen om in te werken. Zorg daarom – indien mogelijk – voor veel inval van daglicht.

Bouw je zelf een stal? Houd er dan rekening mee dat de lichtinval kan worden belemmerd door hoge bomen of gebouwen in de omgeving. Heb je een oude stal? Vuile ramen zorgen soms ook voor onvoldoende lichtinval.

De meeste stallen zijn voorzien van kunstlicht om beter te kunnen werken. Er zijn verschillende soorten waaruit je kunt kiezen, zoals spaarlampen, TL-lampen, natriumlampen of LED-verlichting. De verlichting dient veilig te zijn: hang de lampen niet te laag en beveilig de bedrading tegen zowel paarden als knaagdieren.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.