Equine Virale Arteritis (EVA): Internationale uitdaging

Equine Virale Arteritis (EVA): Internationale uitdaging

Equine Virale Arteritis (EVA) is een besmettelijke virusziekte die bij drachtige merries kan leiden tot abortus of vroeggeboorte. Hengsten kunnen na besmetting drager blijven en ook in ingevroren sperma kan het virus overleven. Dit maakt EVA een internationale uitdaging. Wereldwijde importregels moeten virusverspreiding voorkomen.


Equine Virale Arteritis (EVA) is een van de belangrijkste luchtwegaandoeningen van het paard. De belangrijkste besmettingsroute is via het sperma van hengsten die na doormaken van EVA drager kunnen blijven. EVA kan zonder symptomen verlopen, maar ook ernstige gevolgen hebben als abortus of vroeggeboorte. EVA is voor het eerst beschreven in 1953. Pas na een grote uitbraak in Amerika in 1984 zijn wereldwijd importregels opgesteld die virusverspreiding moeten voorkomen. Door wereldwijd transport van paarden en ingevroren sperma en embryo’s is het EVA-virus wijd over de hele wereld verspreid.  Grote uitbraken worden nauwelijks gerapporteerd. De ziekte komt soms voor in Nederland en levert schade op voor individuele hengstenhouders door verliezen door abortus, overlijden van jonge veulens  en verminderde waarde van dragerhengsten en hun sperma.


Symptomen van EVA

Bij de meeste paarden geeft besmetting met het EVA virus in eerste instantie geen symptomen. Na een incubatietijd van drie tot veertien dagen beginnen typische symptomen. Sommige varianten geven nauwelijks symptomen. Ook infectiedruk, de leeftijd en conditie van het paard spelen mee. Besmette paarden kunnen last krijgen van:

  • koorts tot boven 41°C, gedurende twee tot negen dagen;
  • verlies van eetlust;
  • sloomheid;
  • leukopenie (te weinig witte bloedcellen);
  • en/of oedeem, vooral in het onderste deel van de ledematen, scrotum en voorhuid (hengst of ruin), of in de uier (merrie).

 Hiernaast kan er nog sprake zijn van;

  • conjunctivitis (ontsteking van de slijmvliezen in de ogen);
  • tranende ogen;
  • fotofobie (overgevoeligheid voor licht);
  • oedeem rond de ogen en tussen de onderkaak;
  • neusontsteking en uitvloeiing uit de neus;
  • bultjes op de huid, van gelokaliseerd aan weerszijden van het hoofd tot over het hele lichaam;
  • stijfheid;
  • en/of dyspnoe (moeite met ademen).

Welke symptomen optreden is onder andere afhankelijk van met welke stam van het virus het paard besmet is. Meestal zijn de enige duidelijke symptomen de koorts en het lage gehalte aan witte bloedcellen. Een gezond, volwassen paard kan een EVA-infectie zonder al teveel problemen overwinnen, eventueel met ondersteunende medicatie. Een jong veulen met weinig weerstand kan echter een flinke longontsteking ontwikkelen of zelfs plotseling sterven.

 
Hoe wordt EVA overgedragen?
Het Equine Arteritis Virus kan op veel verschillende manieren worden overgebracht:

  • via de lucht
  • via seksueel contact
  • via sperma van geïnfecteerde hengsten
  • via de placenta
  • indirect via materialen waar het virus op of in zit

Voor overdracht van het virus is direct contact nodig, zoals bijvoorbeeld neus-neuscontact.   Vooral tijdens evenementen of op paardenbedrijven waar veel paarden bij elkaar gehouden worden is de kans op verspreiding groot.


Gevolg: in sommige gevallen abortus/vroeggeboorte
Wanneer een drachtige merrie geïnfecteerd wordt met het EVA virus kan dit tot abortus leiden, maar dat hoeft niet. Abortus vindt doorgaans binnen dertig dagen na besmetting met het virus plaats. De merrie vertoont niet altijd ziekteverschijnselen. Wanneer besmetting tijdens de laatste 2-3 maanden van de dracht plaatsvindt, kan het veulen te vroeg en/of te zwak geboren worden. Het pasgeboren veulen is geïnfecteerd met het virus en leidt aan progressieve virale longontsteking. Het is een ernstige bron van EVA-infectie voor de andere paarden en veulens op het bedrijf. Deze veulens sterven meestal binnen een paar dagen. Veulens die binnen de eerste weken na de geboorte worden besmet kunnen ook overlijden aan longontsteking.


Diagnose
Een actieve infectie met EVA kan worden aangetoond door middel van controle van het bloed op afweerstoffen. Dragerhengsten kunnen worden geïdentificeerd via bloedonderzoek of spermacontroles.


Behandeling

  • Er is geen specifieke behandeling tegen het EVA-virus. Als paarden last van klachten hebben, kunnen deze worden behandeld. Hengsten en sportpaarden moeten rust krijgen tot ze volledig opgeknapt zijn. Om gezwollen benen tegen te gaan kunnen stalbandages worden aangelegd en regelmatig vervangen. Eventueel kunnen ontstekingsremmers gegeven worden. Het is belangrijk dat dieren blijven eten en drinken.
  • Veulens die geïnfecteerd geboren worden sterven, als ze niet worden geëuthanaseerd, binnen enkele dagen. Het heeft geen zin deze te behandelen. 
  • Dragerhengsten worden soms behandeld met testosteron verlagende therapieën omdat het EVA-virus testosteron-afhankelijk is, maar deze zijn geen van allen volledig in staat het virus te verwijderen.
  • Als op een bedrijf EVA is doorgemaakt moet de omgeving goed gereinigd, gedesinfecteerd en met een virus dodend middel behandeld worden.


Vaccinatie
Er is een vaccinatie tegen EVA beschikbaar. Deze geeft een goede bescherming tegen klinische symptomen en tegen het drager worden van de hengst. Nadeel is dat het paard door de enting antistoffen in zijn bloed krijgt, wat van invloed kan zijn op exportmogelijkheden. Voor de enting mag het bloed géén antistoffen bevatten en dit moet goed en duidelijk in het paspoort gedocumenteerd zijn.

Om verspreiding via sperma te verminderen is het belangrijk de dekhengst zestig dagen voor het begin van het dekseizoen te vaccineren.  Of merries ook geënt moeten worden staat nog ter nog discussie.

 

Het Equine Arteritis Virus is een van de drie belangrijkste luchtwegpathogenen (ziekteverwekkers) van het paard. Afhankelijk van de EVA –stam kan het virus ernstige ziekte veroorzaken met abortus tot gevolg  of juist nauwelijks tot ziekte leiden. Het virus wordt buiten het paard gemakkelijk onschadelijk gemaakt met bijvoorbeeld warmte of schoonmaakmiddel

  • Bloedonderzoek en spermacontrole kunnen de kans op verspreiding van EVA verkleinen. Dragerhengsten kunnen commercieel blijven dekken zolang ze merries dekken die de infectie hebben doorgemaakt of zijn preventief zijn gevaccineerd. Volgens de Europese wet mogen dragerhengsten niet worden geëxporteerd. Ook het sperma van dragerhengsten valt onder deze wet.
  • Bij grote bedrijven wordt aangeraden alle merries minimaal een maand vóór het dekseizoen te testen op antistoffen.
  • Nieuwe paarden of paarden die van een mogelijk besmet bedrijf komen moeten bij voorkeur minimaal drie tot vier weken in quarantaine. Drachtige merries moeten, waar mogelijk, gescheiden worden van niet-drachtige paarden tot ze hebben geveulend. Als het niet mogelijk is om paarden in quarantaine te houden is vaccinatie te overwegen.

Uit onderzoek blijkt dat een merrie die haar veulen aborteert als gevolg van EVA geen korte- of lange termijn problemen heeft met de fertiliteit. Door EVA kan een hengst wel gedurende korte tijd verminderd vruchtbaar zijn. Dit ontstaat door de koorts en oedeem in het mannelijk geslachtsstelsel. Het virus zelf heeft waarschijnlijk geen invloed op de vruchtbaarheid van de hengst.

Tot nu toe wordt EVA gezien als bedrijfsgebonden ziekte die onder het ondernemersrisico valt. In overleg met de Bond van Hengstenhouders zal worden bezien of er aanvullende maatregelen nodig en zinvol zijn in het kader van het certficeringsprogramma.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.