Atypische myopathie: levensgevaarlijke spieraandoening veroorzaakt door de gewone esdoorn

Esdoorn blad

In het voor- en najaar lopen paarden die in een wei staan waar de gewone esdoorn groeit, kans op atypische myopathie (ofwel: esdoornvergiftiging). Dit is een zeer ernstige spieraandoening, veroorzaakt door gifstoffen in de gewone esdoorn. Spierzwakte, stijfheid en donkere urine zijn enkele opvallende verschijnselen. Atypische myopathie treedt vaak acuut op. 70 procent van alle getroffen paarden overlijdt. Snel handelen van de dierenarts (aan huis!) kan een paard redden. Beter nog is het voorkomen van atypische myopathie.

Atypische myopathie is een ernstige spieraandoening die meestal in de herfst, maar ook in de winter en in het voorjaar optreedt. Naar schatting krijgen in Nederland tussen de tien en zestig paarden per jaar deze ziekte. Atypische myopathie ontstaat wanneer een paard zaden, zaailingen en bladeren van de gewone esdoorn en het daarin aanwezige gif (hypoglycine A) binnenkrijgt. Wanneer de bladeren en zaden van de boom vallen, in de herfst, na een storm, of na erge droogte, maar ook wanneer de zaden in de lente ontkiemen in het gras, is het risico het grootst. Als er weinig gras staat en de paarden niet of onvoldoende worden bijgevoerd, is er meer kans dat paarden zich aan de bladeren en zaden tegoed doen. 

Vergiftiging: acuut en levensgevaarlijk!
Het zijn vaak jonge, gezonde dieren die getroffen worden door atypische myopathie. De stofwisseling in de skeletspieren wordt zodanig aangetast dat het paard weinig tot niet meer beweegt. Een paard kan binnen enkele uren doodziek worden en als niet op tijd wordt ingegrepen binnen ongeveer drie dagen komen te overlijden. Tot 70 procent van alle paarden die worden getroffen door atypische myopathie overleeft de ziekte niet. Vaak worden meerdere paarden in een kudde ziek. Paarden die de ziekte wel overleven, kunnen volledig herstellen. Soms houdt een paard hartritmestoornissen over.

Onderzoek naar giftige esdoornsoorten
Uit Amerikaans onderzoek (2013) kwam reeds naar voren dat de zaden van de Vederesdoorn (Acer negundo) de gifstof hypoglycine A bevatten.De Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en onderzoeksinstituut RIKILT uit Wageningen onderzochten in 2014 en 2015 monsters van de drie meest voorkomende esdoornsoorten in Nederland, die door paardeneigenaren naar hen waren opgestuurd. Zij onderzochten de Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus L.), de Noorse esdoorn (Acer platanoides L.) en de Veldesdoorn of Spaanse aak (Acer campestre L.)Uit dit onderzoek bleek dat hypoglycine A, de stof die atypische myopathie bij paarden veroorzaakt, vooralsnog alléén is aangetroffen in de zaden, zaailingen en bladeren van de Gewone esdoorn en niet in die van de Veldesdoorn (ook wel Spaanse aak) en Noorse esdoorn.

Symptomen
De symptomen van atypische myopathie komen acuut op en verergeren snel. Deze symptomen zijn:

  • Spierzwakte en stijfheid
  • Snelle en/of moeizame ademhaling
  • Verhoogde hartslag
  • Spiertrillingen
  • Zweten
  • Liggen en niet kunnen opstaan
  • Koffiekleurige urine
  • Een volle blaas (te voelen via rectaal onderzoek)

Paarden met atypische myopathie eten meestal nog wel en hebben geen koorts.

Behandeling
Bel bij het vermoeden van atypische myopathie onmiddellijk de dierenarts. Het paard mag absoluut niet getransporteerd worden, de dierenarts moet aan huis komen. Geef het paard absolute rust en houdt het warm. Er bestaat geen medicijn tegen atypische myopathie, maar de dierenarts zal tijdens de behandeling de symptomen zoveel mogelijk bestrijden. Het zieke dier krijgt spierontspannende middelen en pijnstillers toegediend. Het paard wordt gelaxeerd met paraffine wanneer de esdoorn net is gegeten. Infusen met een zoutoplossing worden gegeven tot de urine weer de normale kleur heeft. Soms krijgt een paard ook glucose en insuline toegediend. Vitamine E en B2 supplementen kunnen ook worden ingezet. Zet, zodra het vermoeden van atypische myopathie bestaat, alle dieren die op de weide staan op stal of op een ander weiland waar zeker geen zaden of bladeren van de esdoorn kunnen vallen.

Voorkomen
Voorkom dat paarden plantdelen van de esdoorn kunnen eten. Check de wei en de omgeving van de wei op aanwezigheid van esdoorns en zaailingen. Ook als er geen esdoorns vlak in de buurt staan, kunnen er zaden (die de vorm hebben van kleine helikoptertjes) in de wei terechtkomen doordat ze worden meegevoerd door de wind. Wees alert vanaf oktober, wanneer de eerste zaden vallen, tot aan de eerste goede vorst en in de lente wanneer zaailingen opkomen. Controleer de weide regelmatig en verwijder blad, zaden en zaailingen om te voorkomen dat paarden ervan eten.

Om atypische myopathie te voorkomen, is het belangrijk dat paarden in de herfst op een weiland grazen waar voldoende gras staat. Haal gevallen blad weg. Vochtige plaatsen in de wei het liefst afzetten, omdat atypische myopathie vaak voorkomt op vochtige weides. Voer de paarden bij met een goede kwaliteit hooi of voordroog. Zorg voor een goede weerstand door middel van zorgvuldig wormbeleid en vaccinatieplan. Voer de paarden krachtvoer of vitaminebrok bij passend bij hun behoefte en biedt het jaar door een liksteen aan. Geef in het najaar water uit de kraan of uit een put en voorkom dat paarden toegang hebben tot drinkwater uit een poel waarin mogelijk afgewaaide bladeren en zaden in terecht gekomen zijn.

Er bestaan meer dan honderd soorten esdoorns. Uit onderzoek van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en onderzoeksinstituut RIKILT uit Wageningen uit 2016, blijkt dat hypoglycine A alleen voorkomt in de zaden, zaailingen en bladeren van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus). Niet in alle bomen en plantdelen is het gehalte aan deze gifstof gelijk. Ook bij lage concentraties worden paarden ziek. Vooralsnog vormt alleen de Gewonde esdoorn een gevaar.

Esdoorn blad
Esdoorn blad

Zaad van de esdoorn
Zaden van de Esdoorn

Hoewel er een bewezen verband bestaat tussen deze gifstof en het ontstaan van atypische myopathie, spelen waarschijnlijk meerdere factoren een rol.  Niet in alle weilanden waar esdoorns in de buurt staan worden paarden ziek. De onbekende factoren die een rol spelen in het ontstaan van atypische myopathie worden nog onderzocht.

Zeker wanneer meerdere paarden op één weiland staan en een paard overlijdt plotseling, dan is aan te raden de doodsoorzaak middels sectie vast te laten stellen. Dit kan worden gedaan bij de Universiteitskliniek voor Paarden van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Hier zijn kosten aan verbonden. Een andere mogelijkheid is het overleden paard te katheteriseren om de urine te kunnen bekijken. Wanneer de urine koffiekleurig is, dan is de kans dat atypische myopathie de doodsoorzaak is groot.

Esdoornvergiftiging komt niet alleen voor bij paarden en pony’s, ook ezels en zebra’s kunnen ziek worden. Herkauwers en andere herbivoren lijken, voor zover kan worden vastgesteld, niet gevoelig voor esdoornvergiftiging.

Atypische myopathie komt steeds vaker voor. In 1984 werd voor het eerst een melding gemaakt van de ziekte. In de jaren daarna zijn ook gevallen geregistreerd. Sinds 2000 komt de ziekte steeds vaker voor.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.