Kennisquiz 2017

Tijdens Horse Event heeft de kennisquiz plaats gevonden! Het was een groot succes, daarom willen wij iedereen bedanken die mee heeft gedaan aan de quiz! Ook willen wij NVVH, VPSNVZTD, Paardenarts.nl, De Boer Horsetrucks bedanken voor het beschikbaar stellen van de mooie prijzen!

 

Heb jij ook meegedaan? En ben je benieuwd wat de juiste antwoorden zijn?

Hieronder vind je alle antwoorden!

Winnaars Kennisquiz 2017

Antwoorden Kennisquiz

 De juiste antwoorden zijn dik gedrukt

1. Er zijn meerdere infectieuze paardenziekten. Welke antwoord hieronder geeft alleen infectieuze ziekten?

a. Salmonella, Influenza, Afrikaanse Paardenpest
b. Influenza, Koliek, Droes
c. Droes, OCD, Equine Infectieuze Anemie
d. Hoefbevangenheid, Rhinopneumonie, Peesklap

 

2. Stalondeugden en stereotypieën, welke bewering is juist?

a. Onder stalondeugden vallen alle onnatuurlijke gedragingen van een paard en zijn altijd herhaalde bewegingen
b. Een stereotypie is een herhaalde, vormvaste beweging die per paard verschilt en ogenschijnlijk geen functie heeft.
c. Een stalondeugd is altijd een stereotypie, maar een stereotypie niet altijd een stalondeugd. ‘

 

3. Welke bewering(en) met betrekking tot Dierfysiotherapie is/zijn juist?

a. Dierenfysiotherapeuten zijn gespecialiseerde fysiotherapeuten
b. Dierenfysiotherapeuten masseren, mobiliseren gewrichten en geven adviezen.
c. Indicaties voor dierfysiotherapie kunnen o.a. zijn: ataxie, rugproblemen, artrose, verminderde sportprestatie. 
d. Alle bovenstaande antwoorden zijn juist

 

4. Wat zijn wolfskiesjes?

a. Kiesjes van een wolf
b. Kleine kiesjes helemaal achter in de mond van het paard
c. Kleine kiesjes zonder functie, die vlak voor de andere kiezen zitten in de mond


5. Waar herkent men een hoefsmid aan die is aangesloten bij de NVVH?

 

6. Hoe heet een bit met losse ringen?

a. Watertrens
b. D-trens
c. Bustrens

 

7. Nederlands is pas opgeschrikt door de paardenziekte Equine Infectieuze Anemie (EIA). Het is een ziekte die veel invloed op de Nederlandse paardensector kan hebben.
Hoe wordt EIA overgedragen van paard naar paard?

a. Via het niezen en hoesten van het paard
b. Via vieze kleren en borstels, dus eigenlijk via de eigenaar
c. Via bloed-bloed contact, dus door bloedzuigende insecten
d. Het virus zit gewoon in de lucht, dus door het inademen

 

8. Wat is waar?

a. Een dressuurzadel heeft altijd een kunststof zadelboom
b. Een springzadel heeft de zweetbladen naar voren gericht
c. Een Springzadel heeft altijd een foam gevuld kussen
d. Een dressuurzadel heeft altijd een wol gevuld kussen

 

9. Schat de BCS-score van het paard op de poster in de stand. De BCS-score schat ik op

a. -2
b. -1
c. 0
d. +1
e. +2

 

10. Welke spier hoort niet in dit rijtje thuis?

a. Biceps Brachii
b. Biceps Femoris
c. Brachiocephalicus
d. Deltoideus

 

11. De maag is heel zuur en zorgt er zo voor dat er al bacterian worden geëlimineerd voor het voedsel de darmen in gaat. Waar begint de vertering van eiwitten?

a. In het eerste, klierarme deel van de maag
b. In het tweede, zure deel van de maag
d. In het eerste deel van de dunnen darm
e. In de dikke darm

 

12. Een paard moet natuurlijke gedragingen kunnen vertonen, om te zorgen dat hij goed in zijn vel zit. Aan welke vrijheden moet een paard voldoen om natuurlijk gedrag te vertonen? (Noem er minimaal 4)

  • Paarden moeten vrij zijn van honger, onjuiste voeding en dorst;
  • Paarden moeten vrij zijn van fysieke ongemakken en mag het niet te warm of te koud hebben;
  • Paarden moeten vrij zijn van pijn, letsel en ziekte;
  • Paarden moeten vrij zijn van angst en chronische stress;
  • Paarden moeten vrij zijn hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te uiten.

 

Vragen?

Heb je een vraag? Stel hem hier! En ontvang binnen vijf werkdagen antwoord van ons redactieteam!

 

Nieuwsbrief!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwste informatie op www.nhk.nl. Schrijf je in voor de nieuwsbrief!