|
Verankering
Een Gids voor Goede Praktijken is een uitwerking van de algemene artikelen in de Wet Dieren en onderliggende regelgeving.
Wettelijk kader
De Wet Dieren is van toepassing op alle dieren, dus ook op paarden. Artikelen 1.3. en 1.4 gaan over de intrinsieke waarde en de algemene zorgplicht. In artikel 1.3. wordt de intrinsieke waarde van dieren erkend, staat dat inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren moet worden voorkomen en dat aan de vijf vrijheden van Brambell moet worden voldaan. Dit laatste voor zover dit redelijkerwijs kan worden verlangd. In artikel 1.4. staat dat iedereen voldoende zorg moet bieden aan dieren. De Wet Dieren bevat verder algemene bepalingen over het houden, gebruik en vervoer van dieren. Deze algemene bepalingen kunnen in lagere regelgeving worden uitgewerkt.
In artikel 8.44. staat dat de Minister het opstellen en toepassen van Gidsen voor Goede Praktijken (GvGP) aanmoedigt. In de GvGP staan aanbevelingen voor naleving van wat in de wet staat.
De Gids voor Goede Praktijken voor paardenhouderij is tot stand gekomen door de sector zelf. De Sectorraad Paarden heeft de opdracht aangenomen om de 12 richtlijnen voor paardenhouders verder uit te werken en de Sectorraad Paarden zal ook haar verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van het voorlichtingsplan. Daarmee wordt gesteld dat de inhoud van de GvGP gebaseerd is op voldoende draagvlak en dat gewerkt wordt aan de voorlichting en bewustwording voor goed welzijn. De GvGP biedt houvast voor paardenhouders om tot een goede invulling van de algemene artikelen in de Wet Dieren te komen. Verder creëert de GvGP bewustzijn bij paardenhouders. Ook voor de handhavers biedt de GvGP houvast, waardoor discussies over de interpretatie van regels minder worden.
De GvGP – versie augustus 2011 – is nog niet compleet. Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden dat de inhoud op punten bijgesteld wordt. Derhalve wordt de GvGP niet in drukvorm gepubliceerd, maar wordt een publieksvriendelijke versie, voor elke paardenhouder toegankelijk, digitaal ter beschikking gesteld.
Deze GvGP is dus richtinggevend voor alle paardenhouders, dus ook voor mensen die niet lid zijn van een organisatie die is aangesloten bij de Sectorraad Paarden. Als een paardenhouder zich houdt aan een goedgekeurde GvGP dan voldoet hij ook aan de betreffende artikelen in de Wet Dieren en de onderliggende regelgeving. Dit geldt uiteraard alleen voor de thema’s die in de GvGP worden behandeld. De wet- en regelgeving blijft uiteindelijk leidend. Als een paardenhouder zich niet houdt aan een goedgekeurde GvGP dan moet de handhaver (bijvoorbeeld nVWA) per individueel geval beoordelen of de paardenhouder de Wet Dieren (of GWWD) overtreedt. Bij deze beoordeling en de eventuele bewijsvoering kan de nVWA gebruik maken van de GvGP.
De sector heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van de Welzijnsmonitor Paard. De 1e fase, het protocol, is in 2011 opgeleverd. Door de inzet van het Ministerie van EL&I kan worden verder gewerkt aan de vereenvoudiging van het protocol en aan de weging van de scores. Als de Welzijnsmonitor bedrijfsklaar is, kan het welzijn van het paard objectief aan de hand van omgevingskenmerken en dierkenmerken beoordeeld worden. In de toekomst is de Welzijnsmonitor een handig instrument om de 12 richtlijnen voor paardenhouders concreet en onderbouwd uit te werken. Het wordt daardoor ook mogelijk om de verbeteringen per bedrijf en hobbymatige paardenhouderij te monitoren.
Verankering in kwaliteitssystemen en reglementen
Naast het wettelijke kader heeft de sector ook mogelijkheden om de GvGP te verankeren in eigen kwaliteitssystemen en reglementen. In de volgende paragrafen wordt toegelicht welke kwaliteitssystemen en reglementen door de sector zelf erkend zijn en dus van toepassing zijn voor de bij de betreffende vereniging aangesloten leden. Het kwaliteitssysteem en de reglementen worden door de vereniging zelf opgesteld, meestal door een onafhankelijke stichting getoetst. Er zijn afspraken over controle en sancties.
Om een uiteenzetting te geven van het bereik van de bij de Sectorraad Paarden aangesloten organisatie volgt hieronder overzicht van het aantal leden per organisatie:
| Organisatie |
Leden |
| KNHS |
212002 |
| FNHO |
1750 |
| LTO |
4283 |
| Koepel Fokkerij |
71965 |
- Erkenning van beroepsgroep – certificering van hoefsmeden en gebitsverzorgers
In een samenwerkingsverband tussen de drie bekende opleidingen voor hoefsmeden in Deurne, Zwolle en Barneveld en de onderwijscommissie van de Nederlandse Vereniging van Hoefsmeden (NVvH) wordt de opleiding tot hoefsmid meer gestructureerd en aangepast aan de nieuwste kennis op het gebied van hoefverzorging, bekappen en beslag.
Het certificeringtraject bestaat uit twee lagen:
De eerste laag is het behalen van het diploma aan een van de erkende opleidingen. Dit wordt geregistreerd door het secretariaat van de NVvH. De tweede laag bestaat uit het aantoonbaar participeren in de continue educatie. Door de onderwijscommissie worden punten toegekend aan bijscholingen, cursussen en congressen zowel nationaal als internationaal. Het aantal punten wordt bepaald op basis van inhoud van deze bijeenkomsten. De behaalde punten worden geregistreerd bij het secretariaat van de NVvH. Aan het einde van het jaar wordt het aantal punten opgeteld. Bij een saldo van 10 punten of meer wordt er voor het volgende jaar de European Federation of Farrier Associations (EFFA) stikker uitgereikt. Ook vanuit de EFFA wordt dit tweede niveau van certificering gestimuleerd en dient Nederland samen met Groot Brittannië als voorbeeldland in Europa.
De Nederlandse Vereniging voor Gebitsverzorgers bij Paarden (NVvGP) is bezig met de opzet van een certificering. Deze certificering bestaat in eerste instantie uit een theorie examen. Naar schatting worden in het voorjaar van 2012 de eerste examens afgenomen. Voor praktijkexamens wordt samengewerkt met de Duitse zusterorganisatie. Voorlopig wordt certificering afgegeven op basis van het succesvol afleggen van het theorie-examen. Voorlichting hierover wordt door de NVvGP gegeven tijdens grote evenementen zoals Horse Event en vakbladen.
- Veiligheidscertificaat
Om de veiligheid in de paardensport te waarborgen heeft de Federatie Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS), de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) en de Stichting Recreatie Ruiter (SRR) samen met Consument en Veiligheid, de Stichting Veilige Paardensport (SVP) opgericht. De SVP zorgt door middel van onderzoek en de uitgifte van het Veiligheidscertificaat dat de paardensport op een veilige manier wordt beoefend. Het Veiligheidscertificaat garandeert de consument dat een accommodatie voldoet aan bepaalde basiseisen voor een veilige beoefening van de paardensport. Het certificaat stelt eisen aan bouwtechnische aspecten van een accommodatie, zoals spanhoogte van de rijbaan en breedte van de in- en doorgangen. Andere voorbeelden van de eisen zijn de verplichte aanwezigheid van een BHV-er, verplichting van het rijden met een veiligheidshelm, gediplomeerde instructeurs, harnachement onderhoud en ongevallenregistratie.
- FNRS Sterrensysteem
Het sterrensysteem is door de FNRS opgezet om aan klanten van ruitersportcentra die zijn aangesloten bij de FNRS, te laten zien op welke manier kwaliteit en veiligheid wordt getoetst en gewaarborgd. De FNRS-ruitersportcentra staan voor hoogwaardige kwaliteit en veiligheid en een hoge mate van klantvriendelijkheid. Om de keuzevrijheid van klanten een handvat te geven, heeft de FNRS twintig jaar geleden een kwaliteitsbeoordeling in de vorm van een sterrensysteem ontwikkeld. FNRS-ruitersportcentra worden eenmaal in de 2,5 jaar gekeurd voor het veiligheidscertificaat en het sterrensysteem door een onafhankelijke inspecteur. Tijdens deze keuring wordt vastgesteld of het bedrijf nog voldoet aan de eisen die gesteld zijn aan het veiligheidscertificaat. Vervolgens wordt voor het sterrensysteem een keuringsrapport opgemaakt. De behaalde punten in het keuringsrapport geven aan hoeveel sterren behaald worden, met een maximum van vijf sterren. Naast het keuren geven keurmeesters ook advies en punten voor verbetering.
- (Land- en Tuinbouw Organisatie) (LTO) Gedragscode
Leden van LTO onderschrijven het LTO beleid waarin staat dat:
- Dat paardenhouders met zorg en respect omgaan met paarden;
- Dat paardenhouders hun paarden op zodanige wijze houden dat de paarden natuurlijk gedrag kunnen vertonen en ingrepen aan het dier niet worden uitgevoerd conform het Ingrepenbesluit;
- Dat Nederland internationaal toonaangevend wordt op het gebied van welzijn en dat ook blijft.
De achterliggende gedachte van de 12 richtlijnen en de uitwerking daarvan in de GvGP wordt daarmee door LTO-leden paardenhouders onderschreven en als kwaliteitsmerk uitgedragen. LTO heeft in samenwerking met de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) een vertrouwensloket voor preventie verwaarlozing landbouwhuisdieren en gaat de gedragscode verankeren in een keurmerk.
- KNHS reglementering en opleidingen
De paardensportbond KNHS heeft sinds 2003 een actief paardenwelzijnsbeleid vastgelegd en uitgevoerd. In de wedstrijdreglementering en reglementen voor overige activiteiten zoals buitenritten is een groot aantal maatregelen vastgelegd om het paardenwelzijn te waarborgen. Dit wordt actief gehandhaafd door opgeleide officials. In de opleidingen, bij- en nascholing, voorlichting en educatie van sporters, instructeurs en officials zijn de aspecten van paardenwelzijn opgenomen. De leden van de KNHS onderschrijven de statuten waarin paardenwelzijn nadrukkelijk is opgenomen en gehandhaafd door onder andere de tuchtrechtspraak.
- Welzijnsagenda van de Stamboeken
Volgens de nieuwe richtlijnen van het Productschap voor Vee Vlees en Eieren (PVE), waar alle paardenstamboeken zijn geregistreerd, is elk stamboek verplicht een welzijnsagenda op te stellen. In de welzijnsagenda zijn onder meer de stamboekreglementen en ras- en of type gerichte aanvullingen op de algemene reglementen opgenomen. Het PVE is de controlerende instantie hiervoor.
- Protocol paardenmarkten
Het welzijn van paarden en pony’s op paardenmarkten moet geborgd zijn. Er is een protocol opgesteld in samenwerking met de Sectorraad Paarden, de Dierenbescherming en de 3 grote paardenmarkten in Nederland, waarin voorwaarden staan opgenomen die gemeente dienen op te nemen in een vergunning voor het houden van een paardenmarkt. In het protocol staat onder andere dat dierenartsen aanwezig moeten zijn en bij de ingang de paarden controleren op ziekten, verwondingen en verwaarlozing. Ook moeten alle paarden de beschikking hebben over vers drinkwater, ruwvoer van goede kwaliteit en de mogelijkheid om te eten. Verder mogen paarden niet langer dan acht uur achter elkaar aangebonden staan en mag het publiek niet te dichtbij komen en moet onrust door bijvoorbeeld een kermis worden vermeden.
- Handboek en cursus Paard en Welzijn
Het handboek en/of de cursus Paard en Welzijn geeft elke paardenliefhebber of (beginnende) paardenhouder kennis over de omgang met paarden, paarden houden en het paardenwelzijn. Naast welzijn, huisvesting en voeding wordt er aandacht besteed aan de omgang en verzorging van het paard. Verder is er informatie te vinden over veelvoorkomende paardenziekten en hoe je deze kunt herkennen en voorkomen.
- Ruiter- men- en koetsiersbewijs
Het ruiterbewijs, menbewijs en koetsiersbewijs is voor ruiters en menners wat het rijbewijs is voor automobilisten. Door het behalen van het bewijs wordt er bijgedragen aan een veiliger beoefening van de paardensport en de versterking van de recreatieve paardensport in Nederland. Het bewijs houdt in dat de ruiter of menner kennis en vaardigheid heeft om veilig in het terrein en op de openbare weg te rijden, verantwoord kan omgaan met paarden en zich als gast in het terrein weet te gedragen. Verder geen last of schade toebrengt aan mede weggebruikers.
- KNHS Instructeursopleiding
De KNHS verzorgt erkende instructeursopleidingen die afgesloten worden door een examen onder auspiciën van het officiële exameninstituut ORUM. De examens vinden plaats voor meerdere disciplines (dressuur, springen, mennen etc.) en op meerdere niveaus. Instructeurs moeten middels aantoonbaar uitoefenen van hun lespraktijk en het jaarlijks volgen van bijscholingen hun licentie behouden. Tijdens de opleidingen komt het aspect horsmanship, welzijn van paarden, didactisch verantwoord lesgeven aan sporter en (opleiden van het) paard en technisch correct rijden en/of mennen ruim aan bod.
Inhoud Gids voor goede praktijken
« Vorige pagina
|
|