Paardentaal: de start

donderdag 16 februari 2012

Marc Pierard, gedragsbioloog hoort steeds vaker paardenmensen verwijzen naar ‘paardentaal’ en natuurlijke dominantieverhoudingen tussen paarden in het wild. Het is zeer positief dat men alsmaar meer aandacht schenkt aan het paard als soort.

Maar om eerlijk te zijn tegenover het paard moeten we dan wel de correcte informatie leren kennen en er op een gepaste manier mee omgaan.

Paardentaal verwijst naar de manier waarop paarden onderling communiceren. Alhoewel de meeste mensen dan aan lichaamshoudingen denken, gaat dit veel verder en omvat geuren, geluiden, ruimtelijke posities en aanrakingen. Communicatie tussen paarden kan soms heel spectaculair zijn, denk maar aan gevechten tussen hengsten of hofmakerij tussen hengst en merrie. Maar het overgrote deel van de tijd gaat het om subtiele signalen, waarschijnlijk vaak zelfs te miniem om door mensen echt waargenomen te worden. Zo heeft men aangetoond dat een paard een beweging van een fractie van een millimeter van ons hoofd kan waarnemen en er op reageren!

Een wijdverspreid misverstand is dat de kennis van paardentaal aangeboren is. Net zoals bij de meeste andere dieren moeten paarden echter ook die taal ontwikkelen via een leerproces. Een veulen dat geboren wordt, ‘weet’ niet dat het de uier moet zoeken om biest en melk te drinken. Het heeft enkel een aangeboren zuigreflex en zoekt een groot object in zijn buurt om die motivatie om te zuigen op uit te werken. In de beboste leefgebieden van de New Forest pony’s komt het regelmatig voor dat veulentjes eerst aan een uitsteeksel op een boom gaan zuigen omdat die boom het eerste grote ding was dat ze in het vizier kregen. En toch komt dat in orde. Simpelweg omdat het zuigen op een boomstronk geen beloning oplevert en ze dus verder gaan zoeken. Wanneer ze uiteindelijk de uier van de merrie vinden, volgt er een grote beloning in de vorm van moedermelk. Dit is dus gewoon een voorbeeld van het feit dat de leertheorie (de wetenschappelijke kennis inzake leerprocessen bij dier en mens) continu aan het werk is. De beloning met melk zorgt er voor dat het veulen al na enkele herhalingen de uier perfect weet te vinden.

Een veulen moet ook de signalen leren die volwassen paarden gebruiken bij onderlinge communicatie. Het gebruik van dreigingen en waarschuwingen moet geleerd worden. Een veulen dat geen andere paarden dan zijn moeder gezien heeft, zal het moeilijk hebben als het later in een sociale groep geplaatst wordt. Het zal wel de meer fundamentele gedragingen als stampen en bijten kennen, maar het zal vaak waarschuwingen als het achteruit draaien van de oren niet begrijpen. Daardoor zijn dergelijke paarden die te geïsoleerd opgegroeid zijn vaak extremer in hun interacties en vertonen meer zware agressie. Die subtielere signalen leren paarden immers ook weer via algemene leerprocessen. De aanleg om via dergelijke leerprocessen nieuw gedrag en paardentaal te leren, is wel aangeboren. Het is te vergelijken met computerprogramma’s: de software op zich (bv. een tekstverwerker) vormt een basis om gegevens (teksten) te verwerken en uit te wisselen maar koop je niet met kant-en-klare teksten. Zo hebben paarden een ingebouwd potentieel om heel veel te leren, maar de praktische toepassing vergt oefening.

Vorige pagina

Delen Paardentaal: de start