Wormen en wormbestrijding: doorbreek de cyclus

Wormen zijn zeer schadelijk voor paarden als ze niet goed worden bestreden. Je paard loopt kans op koliek, diarree, bloedarmoede, vermagering, groeiachterstand en kan zelfs overlijden als gevolg van een wormbesmetting. Een goed weidemanagement, doeltreffende bestrijding en preventie helpen je paard gezond te houden.

 

Vrijwel alle paarden in Nederland zijn in meer of mindere mate besmet met wormen. Deze wormen leggen duizenden eieren die met de mest worden uitgescheiden, waarna ze binnen enkele dagen uitkomen. De wormlarven overbruggen een kleine afstand en worden dan tijdens het grazen weer opgegeten door het paard. De larven maken vervolgens een tocht door het lichaam, waarbij ze op verschillende plaatsen schade kunnen aanrichten. Uiteindelijk nestelen de larven zich in of rond de darm. Daar groeien ze uit tot volwassen wormen. Als deze weer eieren leggen, begint de wormcyclus opnieuw. Door de infectie zien sommige paarden er minder goed uit. Ze hebben een doffe vacht en zijn sloom. Als de infectie groter wordt en langer duurt worden de symptomen ernstiger.
 

Verminder herbesmetting
De wormcyclus kun je  zowel binnen het paard als buiten het paard doorbreken. Met deze tips doorbreek je de uitwendige cyclus:

  • Verwijder de mest binnen drie dagen (voordat de larven uit de eitjes komen)
  • Sleep de mest niet (voorkom verspreiding van de larven). Wil je toch slepen, doe dit dan enkel bij droog en zonnig weer (larven kunnen slecht tegen droogte en zonlicht)
  • Zorg voor wisselbeweiding met herkauwers (schapen en koeien zijn ongevoelig voor paardenwormen)

Het helpt ook om de wei op te delen in verschillende stukken. Laat de paarden steeds weer in een nieuw deel grazen, maai het oude deel na en geef het tijd om te herstellen. Dit kan alleen bij voldoende hectare aan weiland. Check de parasietenwijzer voor de juiste aanpak.

Let op: ezels kunnen een longworm dragen die gevaarlijk is voor paarden. Bij optimale wormbestrijding hoeft dat geen probleem te zijn, anders kun je ezels en paarden beter apart zetten.

De inwendige wormbestrijding bestaat uit het toedienen van ontwormingspasta’s.

 

Behandeling steeds preciezer
Het voorkomen en behandelen van worminfecties gebeurt steeds preciezer. Het is achterhaald om alle paarden tegelijk volgens een standaard schema te ontwormen. Veel paarden krijgen dan onnodig  ontwormingsmiddelen toegediend. Uit mestonderzoek kan eenvoudig afgelezen worden welke paarden wel en niet behandeld moeten worden. Uit onderzoek blijkt dat meestal slechts 20% van de paarden uit een groep te veel wormeitjes uitscheidt. Ook blijkt dat paarden afweer tegen wormen kunnen opbouwen. Er is dus een verschil tussen jonge en oudere paarden. Door driemaal per jaar een mestonderzoek te laten doen bij de paarden die ouder zijn dan drie jaar en een goed weidemanagement toe te passen, hoef je minder te ontwormen. De paarden krijgen minder medicatie binnen, de kans op resistentie wordt kleiner en je spaart kosten uit. Je kunt de beslisboom Paard van de Faculteit Diergeneeskunde gebruiken om te bepalen wat je moet doen.

 

Check de parasietenwijzer: http://www.parasietenwijzer.nl/Paard/Intro_Paard.html

 

Wormen zijn parasieten, wat wil zeggen dat ze leven en zich vermenigvuldigen ten koste van een andere diersoort. Wormen zijn zogenoemde endoparasieten, die leven in de gastheer. Wormen die het meest bij het paard voorkomen zijn:

  • Veulenworm (Strongyloides westeri)
  • Spoelworm (Parascaris equorum)
  • Rode bloedworm/ kleine strongyliden (Cyathostominae)
  • Grote strongyliden (Strongylus vulgaris)
  • Lintworm (Anoplochephala perfoliata)

 

 

De spoelworm (Parascaris equorum) | Foto’s: Horsetalk

 

Vooral veulens en jonge paarden kunnen aan een wormbesmetting ernstige gevolgen overhouden, zoals een groeiachterstand of een ernstige darmbeschadiging waardoor er bacteriën in het bloed komen. 

Lees meer over de verschillende wormen op Paardenarts.nl

https://www.paardenarts.nl/wormen-bij-paarden/

Het regelmatig laten uitvoeren van een mestonderzoek speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van ernstige worminfecties. Bij een mestonderzoek wordt er gekeken of er wormeitjes in de mest zitten. Hierbij worden de soorten eitjes en hoeveelheden genoteerd. In het voorjaar en in de zomer geeft een mestonderzoek een goed beeld. In het najaar en in de winter kan de uitslag niet helemaal kloppen. Sommige wormsoorten zijn niet actief in de winter en scheiden dan dus geen eitjes uit.

Voor paarden ouder dan drie jaar is het verstandig om één keer per jaar standaard te ontwormen met een middel wat ook tegen lintwormen werkt te ontwormen. Daarnaast is twee tot drie keer mestonderzoek doen het advies. De mest voor een mestonderzoek moet vers zijn en niet in contact zijn geweest met de grond.

Lees meer over mestonderzoek op Paardenarts.nl

https://www.paardenarts.nl/kennisbank/mestonderzoek/

Drachtige merries moeten één tot twee weken voor de geboorte van het veulen ontwormd worden. Dit is niet bedoeld voor de merrie zelf, maar voor het pasgeboren veulen. Raadpleeg je dierenarts welk middel je daarvoor het beste neemt. Zorg ervoor dat de stal voor de geboorte goed schoon is.

Veulens worden met pyrantel ook tegen spoelwormen behandeld, omdat dit type wormen soms resistent is tegen de gangbare ontwormingsmiddelen. Let op: niet elk middel geschikt is voor veulens. Vraag de dierenarts om advies.

Bij paarden van drie jaar en jonger is het verstandig om vaker mestonderzoek te doen en/of wel volgens een vast schema te ontwormen. Omdat hun weerstand nog minder goed ontwikkeld is, hebben zij meer kans op problemen als gevolg van een wormbesmetting.

De meest gebruikte ontwormmethode is het oraal toedienen  van ontwormpasta met een spuit. Hierbij geef je een dosering aan de hand van het lichaamsgewicht van het paard. Dit staat vaak op de spuit vermeld. Hierbij kun je beter iets te veel dan te weining geven. Let wel op bij veulens, daarbij kan een overdosering gevaarlijk zijn. Mors niet: een klein beetje ontwormingspasta is al voor 200 kg lichaamsgewicht. De dosering kan dan dus te weinig zijn.  Twijfel je, vraag dan de dierenarts welk ontwormingsmiddel je het beste kunt gebruiken. Er zijn ook middelen in de vorm van ‘paardensnoepjes’ te koop. De werking ervan is hetzelfde en worden makkelijk gegeten. Voer voor alle paarden uit dezelfde groep of weide op hetzelfde moment het mestonderzoek uit en geef ze op basis van de uitslag indien nodig een ontwormingsmiddel in de juiste dosering op basis van hun lichaamsgewicht.

Ontwormingsmiddelen worden op basis van hun werkingsmechanisme ingedeeld in drie groepen. Bij de dierenartsenpraktijk kun je de ontwormingsmiddelen terugvinden onder een merknaam. Op de verpakking staat altijd de werkzame stof vermeld. De drie groepen zijn:

  • Benzimidazolen met de werkzame stoffen febantel en fenbendazole.
  • Tetrahydropyrimidines met de werkzame stoffen pyrantelpamonaat en pyrantelembonaat.
  • Macrocyclische lactonen met de werkzame stoffen ivermectine en moxidectine.

De meest gebruikte groepen zijn Tetrahydropyrimidines en Macrocylische lactonen. Ook worden combinatiepreparaten gebruikt. Dit is de combinatie tussen praziquantel, wat lintwormen bestrijdt, en ivermectine of moxidectine.

Het is belangrijk om te voorkomen dat wormen immuun worden voor bepaalde middelen. Resistentie wordt veroorzaakt door te ontwormen met een te lage dosering. Dan helpt het middel niet meer. Dit is een steeds groter wordend probleem. Een te hoge dosering kan ook negatieve gevolgen hebben. Vraag bij enige twijfel daarom je dierenarts om advies.

Bij een nieuw paard kun je testen of het dier resistente wormen bij zich draagt. Dit doe je door voor en na de behandeling met een ontwormingsmiddel een mestonderzoek uit te voeren. Zo kun je zien of het paard resistente wormen bij zich draagt. Dit betekent dat je het paard dus in apart weitje moet houden tot  je dit zeker weet, als je de rest van de groep niet wilt besmetten.

 

Check de parasietenwijzer:

http://www.parasietenwijzer.nl/Paard/Intro_Paard.html