Wat is rhinopneumonie?

snotneus-neusuitvloeiing-rhino

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

Rhinopneumonie of kortweg 'rhino' is een virusziekte die veroorzaakt wordt door twee verschillende herpesvirussen (EHV1 en EHV4). Bijna alle paarden in Nederland komen regelmatig met één of beide virussen in contact.

Hoeveel verschijningsvormen kent rhinopneumonie?
Rhinopneumonie kent drie verschijningsvormen:

  1. Verkoudheidsvorm
  2. Abortus vorm
  3. Neurologische vorm

De verkoudheidsvorm komt zeer regelmatig voor, vooral bij jonge paarden en wordt vooral door het Equine Herpes Virus 4 (EHV4) veroorzaakt. Paarden krijgen (soms hoge) koorts en soms een snotneus; ze gaan hoesten en/of krijgen dikke benen. De abortus vorm komt regelmatig voor bij merries: het Equine Herpes Virus (EHV1) zorgt voor het verwerpen van de ongeboren vrucht of het veulen komt zeer zwak ter wereld en sterft vaak kort na de geboorte. De neurologische vorm komt maar heel af en toe voor. Door het EHV1-virus krijgen paarden eerst last van een slappe staart en ongecoördineerde bewegingen (ataxie). Daarna treden er soms ernstigere verlammingsverschijnselen op. Meestal zijn bij rhinopneumonie alleen de achterbe­nen aangetast, maar in de ernstigste gevallen kunnen ook de voorbenen meedoen. Uiteindelijk sterven er jaarlijks enkele paarden aan deze meest ernstige vorm.

Is rhinopneumonie besmettelijk?
Rhinopneunmonie is besmettelijk; paarden besmetten elkaar door direct en indirect contact (bijvoorbeeld briesen of hoesten) in dezelfde ruimte. Besmetting gebeurt ook via aanraking in de wei of via borstels. Ook mensen kunnen via hun kleren en handen het virus overdragen van het ene naar het andere paard. Door goed te douchen en schone kleren en schoenen te dragen, sluit je deze vorm van besmetting zoveel mogelijk uit. Je kunt paarden met rhino op straat of in het bos probleemloos passeren, zolang direct contact wordt voorkomen. Samen met het vaccineren van je paard is dit tevens de belangrijkste maatregel om een besmetting met dit virus te voorkomen.

Hoe ziet de behandeling van een paard met rhinopneumonie eruit?
Voor rhinopneumonie is geen specifieke behandeling. Zijn paarden alleen verkouden, dan herstellen ze doorgaans snel. De abortusvorm loopt vaak fataal af voor het (ongeboren) veulen, maar geeft geen echte ziekteverschijnselen bij de merrie. Paarden met de neurologi­sche vorm hebben wel intensieve verpleging nodig in samenwerking met de dierenarts. Met een goede verzorging is er een kans dat deze paarden geheel of gedeeltelijk herstellen.

Als je denkt dat er op jouw stal een vorm van rhinopneumonie is uitgebroken, moet eerst je vermoeden worden bevestigd. Bij abortus laat je de diagnose bevestigen door het inzenden van de verworpen vrucht en de placenta. Het kan zijn dat de dierenarts een monster neemt (vaginaalswab, aspiratiebiopt long, neusswab, bloed). Bij een verdenking moet je jouw stal alvast gesloten houden, totdat de diagnose bekend is.

Het is belangrijk om – indien mogelijk - voldoende afstand te creëren tussen paarden en in ieder geval te voorkomen dat ze direct neus-aan-neus-contact hebben. Kun je alle verdachte en/of besmette paarden niet isoleren, verplaats de paarden dan niet.

 

Isoleer de afdeling waarin de diagnose rhinopneumonie gesteld is zoveel mogelijk van de rest van het bedrijf. Verzorgers van verdachte paarden mogen niet heen en weer lopen tussen de verschillende groepen paarden op een bedrijf. Door paarden in groepen in te delen, deze apart te houden en alle hygiënemaatregelen goed in acht te nemen, verklein je de kans op verspreiding van rhinopneumonie.

Het bedrijf moet gesloten blijven tot tenminste vier weken na het verdwijnen van de symptomen. Er mogen dan geen paarden van en naar het bedrijf vervoerd worden. De neusuitvloeiing van besmette paarden bevat veel virusdeeltjes, maar ook paarden zonder zichtbare neusuitvloeiing zijn besmettelijk. De neurologische vorm van rhinopneumonie treedt meestal op binnen één tot veertien dagen na de koortspiek, terwijl de abortusvorm na twee weken tot enkele maanden optreedt. Lastig: soms blijft de koortspiek achterwege.

Lees meer over de richtlijnen bij rhinopneumonie op het bedrijf hier.

Om je stal weer virusvrij te krijgen, moet er een grondige desinfectie plaatsvinden van de stallen. Na een abortus moeten het veulen en de placenta zo snel mogelijk in dubbele, lekdichte plastic zakken worden afgevoerd. Zowel veulen, placenta als het vocht zijn een enorme bron van virussen. De besmette merrie stal je in een isolatiestal.

Tips voor een correcte desinfectie van besmette paardenboxen:

  • Verwijder alle bodembedekking (stro, zaagsel of vlas) zo snel mogelijk en laat het afvoeren.
  • Reinig bodem en muren grondig met water en zeep (gebruik geen hogedrukspuit).
  • Laat de stalvloeren en muren goed opdrogen.
  • Desinfecteer met Halamid in de voor virussen voorgeschreven concentratie en laat dit 20 minuten inwerken.
  • Spoel daarna de stal goed met water.

De overheid heeft niet verboden om paarden met het EHV4-virus te transporteren. Vervoeren is geen probleem, zo lang het paard geen heftige symtomen vertoont en er geen contact met vreemde paarden is. Het verhuizen naar een andere stal en transport zijn echter belangrijke stressfactoren. Stress maakt een paard vatbaarder voor een EHV-infectie en kan bijdragen aan het (weer) actief worden van een ‘slapende' infectie wanneer een paard drager is.

Zijn er paarden met een neurologische of abortus vorm van het EHV1-virus op het bedrijf, dan moet het bedrijf tenminste vier weken gesloten blijven. Dit wil zeggen: geen transport van paarden van en naar dit bedrijf. Het is niet nodig om in een bepaalde straal rondom een besmet bedrijf het transport van paarden te verbieden of af te raden.

Wanneer je ervoor kiest je paard te vaccineren tegen rhinopneumonie dan:

  • vermindert de ernst van luchtwegklachten.
  • verspreidt het virus zich minder snel bij veulens, jaarlingen en andere paarden met een hoog besmettingsrisico.
  • is de infectiedruk op een bedrijf lager en de kans op besmetting kleiner.

Vaccineren werkt het beste als alle paarden op een bedrijf tweemaal per jaar worden gevaccineerd. Het vaccineren van één of enkele dieren op een bedrijf is niet zo zinvol. De werkzaamheid van vaccinatie tegen abortus is niet volledig beschermend. Er is geen enkel vaccin dat claimt bescherming te bieden tegen de neurologische vorm van rhinopneumonie. Sommige stamboeken stellen vaccineren tegen rhinopneumonie verplicht voor risicogroepen bij meerdaagse aanlegtesten.

     

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.