Voermanagement, hoe pak je het aan?

(Foto: Mirjam Thijs)

Ruwvoer en krachtvoer, twee voercomponenten van het rantsoen. Wat is nodig? Hoe maak je een goede keuze? Het voermanagement is minstens zo belangrijk als de samenstelling van het rantsoen. Het dagelijks voermanagement bestaat uit het opstellen van een voerschema waarin voertijden, voersoorten en voerhoeveelheden per paard zijn opgenomen. Ook de inkoop en opslag van de voedermiddelen maken deel uit van het management.


Paarden bewegen en paarden eten. Dat is wel zo’n beetje hun dagbesteding. Ze eten voornamelijk grassen en houden groepsgenoten goed in de gaten. Het natuurlijk gedrag van een paard is een belangrijke graadmeter bij het vaststellen van het (voer)management. Bij de bestudering van het natuurlijk gedrag valt op dat paarden:

  • min of meer continu eten
  • voornamelijk vezelrijk voer tot zich nemen
  • veel lopen bij het zoeken naar voedsel
  • eten met het hoofd bij de grond
  • in een groep leven (en dus ook eten)


Het ruwvoer is de basis!
Paarden zijn van oorsprong graasdieren en ruwvoer vormt de basis voor een gezond rantsoen voor je paard. Er zijn verschillende soorten ruwvoer op de markt met een verschillende kwaliteit. Het moet passen bij wat je paard nodig heeft.  Als het paard veel buiten loopt met (onbeperkte) toegang tot gras/ruwvoer kan dit heel goede effecten hebben op bijvoorbeeld luchtwegen, spierfuncties en doorbloeding. Let wel goed op de conditie van je paard. Afhankelijk van de situatie kan een paard dat veel in de wei loopt, last krijgen van overgewicht of juist vermageren (door te kort gras, zand eten, diarree of zandkoliek).

Een toename van gewicht kan worden tegengegaan door een toename van beweging. Als je paard te dik wordt van onbeperkt gras eten, kies er dan voor om een graasmasker of bij het voeren van hooi een slowfeeder te gebruiken. Ook kun je een deel van het grasland afscheiden met lint. Verzet elke dag het lint een stukje, zodat je paard weer een vers strookje gras heeft. Word je paard te dik van ruwvoer, anders dan gras, dan kan het helpen om grof, stengelig hooi te voeren in plaats van hooi dat fijner van structuur is. Dit is energie-armer maar wel vezelrijker.


Hoeveel voer je?
Ruwvoer is de basis van je rantsoen. Meestal voer je ruwvoer op het oog, maar wel minimaal 1 – 1,25 kg droge stof ruwvoer per honderd kilo lichaamsgewicht paard. Een 600 kilo wegend paard voer je dus iedere dag 7-9 kilo hooi of 9-11 kilo kuilvoer. Meer ruwvoer mag altijd, zolang je paard niet te dik wordt (check de Body Condition Score (BCS) – zie afbeelding).

Wanneer er geen ander ruwvoer aanwezig is, knabbelen paarden soms ook op stro. Uit onderzoek blijkt dat paarden met een bodembedekking van stro in de stallen meer tijd bezig zijn met foerageergedrag. Dit gaat verveling tegen. Deze paarden vertonen minder ongewenst gedrag. Daarnaast zorgt stro voor een continue vertering, waardoor een lege maag voorkomen wordt. Stro bevat niet veel eiwit en calcium en kan erg verhouten. Dit kan, bij te weinig kauwen, irritatie aan het maagslijmvlies veroorzaken. Geadviseerd wordt om paarden die niet de gehele dag beschikking hebben over ruwvoer op stro te huisvesten. Dit komt het welzijn van het paard ten goede.

Voedingsrichtlijnen voor een beter welzijn

De volgende drie voedingsrichtlijnen zijn de basis voor het welzijn van je paard:

  1. Elk paard krijgt voldoende voeding van goede kwaliteit, rekening houdend met het gebruiksdoel en de conditie van het paard;
  2. Het paard heeft vrije toegang tot voldoende schoon drinkwater;
  3. Op stal zijn twee ruwvoerbeurten vaak te weinig, omdat je paard dan langer dan zes uur zonder ruwvoer staat. Voer daarom minimaal 4 keer per dag. Tweemaal daags ruwvoer voeren is geen probleem als je paard ook in een wei staat met voldoende gras.

 

Bij de naleving van de voedingsrichtlijnen, check je de volgende zaken:

  1. Controleer dagelijks vóór het voeren de kwaliteit van het ruwvoer;
  2. Het water is helder en stinkt niet;
  3. Laat - indien water van een eigen bron of sloot wordt gebruikt - de waterkwaliteit controleren;
  4. Voer minimaal ruwvoer met 1 – 1,25 kilogram droge stof per 100 kilogram lichaamsgewicht per paard per dag;
  5. Geef nooit meer krachtvoer dan ruwvoer;
  6. Geef paarden maximaal 2 kilogram krachtvoer per keer en pony's niet meer dan 1 kilogram;
  7. Schakel altijd geleidelijk (in minimaal vijf dagen) over bij voerveranderingen;
  8. Bij minder dan 1 (pony) of 2 (paard) kilogram krachvoer per dag is een aanvullend mineralen en vitaminen supplement nodig;
  9. Maak indien nodig gebruik van producten die op de markt zijn om de eettijd te verlengen en de kans op verteringsproblemen te voorkomen.
  10. Beoordeel elke 4 weken de Body Condition Score van je paard en laat dit 1-2 keer per jaar door een dierenarts doen.

Paarden hebben minimaal elke zes uur ruwvoer nodig. In de praktijk zijn de voerbeurten meestal dagelijks op dezelfde tijden, wat stress kan veroorzaken…of juist niet, als je voldoende gevoerd hebt. Bij weinig voerbeurten ontstaat meer stress en is de kans op afwijkend gedrag groter. Dit komt omdat de paarden weten dat het voer eraan komt en hier dan spanning op ontstaat. Ze vertonen afwijkend gedrag zoals voernijd, weven en kribbebijten. Veel en grote porties op een dag, zorgen voor minder stress bij de voerbeurten en minder afwijkend gedrag. Het beste is als het paard te allen tijde ruwvoer tot zich kan nemen.

Wanneer er een slowfeeder (foto) beschikbaar is, gebruiken paarden deze gedurende 14%van hun tijd. Slowfeeders verhogen het foerageergedrag, wat meer lijkt op het gedrag van een vrij levend paard.  Een slowfeeder kan afwijkend gedrag voorafgaand aan het voeren verminderen, doordat de signalen die de voedertijd voorspellen minder duidelijk zijn of omdat het paard zijn gedrag op de slowfeeder beter tegemoet komt aan zijn natuurlijke behoeften. Toch zitten er aan sommige slowfeeders ook nadelen: soms moet je paard zijn hoofd in een onnatuurlijke (te hoge) positie houden om te kunnen eten. 

Paarden die actief worden gereden verbruiken soms meer energie, dan ze binnenkrijgen via ruwvoer. Daarom hebben (sport)paarden die matig tot veel trainen extra energierijk voer nodig, zoals brok of muesli (krachtvoer). Krachtvoer is echter nooit een vervanging van het ruwvoer, maar een aanvulling. Geef krachtvoer altijd in kleine porties. Om je paard bezig te houden kan je een speelbal of een tonnetje met gaten gebruiken, waar het krachtvoer in kleine hoeveelheden uit komt. Zorg wel voor een schone ondergrond, zodat je paard geen bodemmaterialen (zoals zand) inslikt.

Wanneer er een grote hoeveelheid krachtvoer ineens (meer dan 2 kg) wordt gevoerd, komt er in korte tijd veel (relatief) droog voer in de maag. Veel meer dan wanneer een paard graast (gras heeft een lager droge stofgehalte). Dit zorgt ervoor dat de maagsappen minder goed kunnen mengen met het krachtvoer. Dit geeft een groter risico op maagzweren en verteringsstoornissen (afwijkende mest, koliek) Veel krachtvoer voeren in één keer is dus niet goed. En ook voor krachtvoer geldt, dat een verandering in het rantsoen altijd geleidelijk moet verlopen. 

Het verteringsstelsel van het paard is ervoor gebouwd om vezelrijk ruwvoer zoals gras te verteren. Op een kilo krachtvoer hoeft het paard minder te kauwen dan op een kilo ruwvoer, waardoor er minder speeksel vrijkomt bij het eten van krachtvoer. Het speeksel is nodig voor een goede spijsvertering. Daarom is het belangrijk om gras of ruwvoer voorafgaand aan krachtvoer te geven, zodat het verteringssysteem wordt gestimuleerd.

Je paard is de centrale factor, die bepalend is voor de voerkeuze en de samenstelling van het totale rantsoen. Zorg dat je bij aankoop van ruwvoer weet wat je zoekt. Bespreek dit met de voedingsdeskundige. Het is namelijk een misverstand dat er maar één soort goede kwaliteit ruwvoer is. Als je vraagt om ‘goed ruwvoer’, dan kun je weleens met het verkeerde product thuis komen. Koop je verpakt ruwvoer, spreek dan meteen af dat bedorven pakken teruggestuurd kunnen worden. Controleer zelf bij aankoop of er geen gaatjes in het pak zitten.

Door een grote partij ruwvoer van dezelfde snede in te kopen, zijn er minder veranderingen in de samenstelling van het ruwvoer. En als je een analyse laat maken weet je precies wat je paard nog nodig heeft en kan je een uitstekend rantsoen op maat maken. Door voer op de juiste wijze op te slaan blijft de kwaliteit beter behouden. Voorkom dat kuilpakken door vogels of ongedierte beschadigd raken. Ook de opslag van krachtvoer in tonnen of silo's moet zorgvuldig en volgens een goed hygiëne protocol gebeuren zodat er geen bederf, zoals schimmelvorming optreedt.

Van nature neemt het paard ruwvoer op van de grond. Voeren op de grond heeft als nadeel, dat er meer voer verspild wordt en vermengd wordt met mest en urine. Daarnaast is er een verhoogd risico op de inname van parasitaire eitjes. Maar als al het ruw- en krachtvoer op hoogte (bijvoorbeeld vanuit een hooiruif) wordt aangeboden, dan neemt het paard lange tijd een onnatuurlijke houding aan. Dit kan tot gezondheidsklachten leiden. Bij hooiruiven op hoogte loopt je paard het risico om deeltjes van het voer in zijn ogen en neus te krijgen. Naast het aantasten van de luchtwegen, is er ook een verhoogd risico op haken op de tanden en is deze onnatuurlijke houding nadelig voor spier- en zenuwfuncties. Hooiruiven op borsthoogte geven een grote kans op blessures, wanneer een paard vast komt te zitten, bovendien verkleinen ze de ruimte in de stal. Tenslotte stimuleert het bij de grond eten waarschijnlijk de speekselproductie. Om het nog beter te doen, zorg je dat paarden elkaar kunnen zien tijdens het eten. Dit werkt rustgevend, omdat het eventueel gevaar dan ziet aankomen.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.

Dit artikel is geschreven op basis van eerder verschenen artikelen van en samen met Anneke Hallebeek. Meer informatie over dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding op www.bonpard.com, www.voedingadviespaard.nl en www.voedingsconsulentpaard.nl