Sociaal contact is essentiële basisbehoefte van een paard

sociaal contact

Foto: Marlou Verkleij

Paarden zijn kuddedieren. Dagelijks sociaal contact met andere paarden is een natuurlijke, biologische basisbehoefte. Een paard dat geïsoleerd gehouden wordt, kan allerlei gefrustreerd gedrag gaan vertonen. Zorg er daarom voor dat je paard 24 uur per dag de keuze heeft minimaal visueel contact te hebben met een ander paard redelijk dichtbij. Fysiek contact met in ieder geval één ander paard of pony is nog beter. Een shetlander kan voor een groot paard al voldoende zijn om aan deze behoefte te voldoen.

Hoeveel aandacht je als eigenaar ook aan je paard geeft, je paard zal altijd behoefte hebben aan het gezelschap van een ander paard. Sociaal contact is een essentiële basisbehoefte van ieder paard, deze behoefte zit stevig verankerd in hun brein. Het is daarom belangrijk dat paarden het liefst volledig, maar in minimaal deels toegang tot elkaar hebben en lichamelijk contact kunnen maken. Elkaar kunnen knabbelen (groomen) is belangrijk en is stress verlagend gedrag. Eén maatje kan al genoeg zijn om deze sociale behoefte te vervullen.  Het minimale sociale contact dat een paard nodig heeft is zichtcontact met een of meer andere paarden.

Fysiek contact
Paarden hebben verschillende manieren van contact leggen. Eén ervan is aanraken. Dit doen ze door elkaar te groomen.  Dit knabbelen aan hals, schoft en lendenen doen paarden onder andere om sociale verbanden in de groep te verstevigen. Paarden begroeten elkaar door te snuiven met de neusgaten vlakbij elkaar. Dit doen ze ongeacht of ze elkaar kennen. Onbekende paarden (merries ruinen en hengsten) gaan daarna snuivend langs elkaars lichaam, flanken en de genitaliën. Een hengst die een vruchtbare merrie ontmoet zoekt, doet dat met zijn neus bij het voortplantingsorgaan. Alle contactplekken op het paardenlichaam zijn bedekt met zweetklieren. Via snuiven wordt reukinformatie uitgewisseld. Dit contact hebben paarden nodig voor hun welbevinden – om te weten wie er in hun omgeving staan en wat ze aan dat dier hebben. Als paarden niet samen kunnen staan, probeer dan in ieder geval een deel van de dag hoofd- hals contact mogelijk te maken tussen dieren die minimaal neutraal ten opzicht van elkaar zijn.

Stereotiep gedrag
Uit onderzoek blijkt dat sociale isolatie stressvol is voor een paard. Paarden die langdurig geen of onvoldoende sociaal contact hebben met andere paarden, kunnen chronisch gefrustreerd raken en afwijkend gedrag gaan vertonen. Dit kan stereotiep gedrag zijn, maar ook kunnen ze sloom worden of lethargisch (nergens meer op reageren), voernijd krijgen, overgevoelig reageren tijdens het rijden en van het minste of geringste schrikken. Ook kunnen ze agressie naar de verzorgers en/of buurpaarden ontwikkelen. Het is daarom onwenselijk om een paard alleen te houden. In Zweden, Denemarken en Zwitserland is het wettelijk verboden om één paard op één locatie te houden en/of een paard zo te houden dat het (een deel van de dag) geen ander paard kan zien.

Zichtcontact
Als het niet mogelijk is om paarden (gedeeltelijk) fysiek contact te geven, zorg dan in ieder geval voor zichtcontact. Als paarden andere paarden kunnen zien wanneer ze dat willen, dan vermindert de kans op afwijkend gedrag.

Risico vermijden
Groepshuisvesting geeft paarden de kans om sociaal contact te hebben. Dit brengt echter ook risico’s met zich mee. Om trap- en bijtwonden bij paarden in een groepshuisvesting te voorkomen, is een stabiele kudde en een huisvestingssysteem met voldoende vrije ruimte zonder monopoliseerbare doorgangen, genoeg voerplekken, voldoende (visuele) ontwijkmogelijkheden en droge en schone ligplaatsen voor alle paarden belangrijk. Geef paarden alleen volledig toegang tot elkaar als het weinig risico met zich meebrengt. Zorg ervoor dat zieke en/of kreupele paarden de mogelijkheid hebben om fysiek te worden afgezonderd van andere paarden.

Paarden hebben een eigen karakter en eigen ervaringen en vinden elkaar leuk of niet. Introductie van nieuwe paarden moet geleidelijk en doordacht via een correct protocol gebeuren om stress en verwondingen te voorkomen. Paarden zijn van nature wantrouwend tegenover onbekende dieren. Houd rekening met verschillen in karakter en temperament. Paarden die voor hun derde jaar een periode (dit kan een week zijn) alleen (of alleen met de moeder) hebben gestaan, hebben vaak al moeite om goed sociaal om te gaan met andere paarden. Hun toenmalige eigenaren hebben deze paarden de mogelijkheid onthouden hele essentiële basisvaardigheden te leren. 

Sociale isolatie, elkaar niet mogen maar gedwongen zijn naast elkaar te staan, of gefrustreerd zijn omdat hoog gemotiveerd gedrag niet kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld niet kunnen eten als ze willen eten of sociaal zijn als dat nodig is) zijn veel voorkomende oorzaken van het ontwikkelen van stereotiep gedrag. Stereotiep gedrag is te herkennen door steeds herhalende, korte bewegingen, zoals weven. Stereotiep gedrag is zelf belonend en is een symptoom, geen diagnose. Paarden kunnen in zeldzame geval zo verslaafd zijn aan het uitvoeren van stereotiep gedrag dat zijn hiermee doorgaan, ook als er geen frustratie meer is en de omgeving voldoende mogelijkheid biedt om natuurlijk gedrag uit te voeren (dan heet dit litteken gedrag). Een stereotypie kan alleen behandeld worden als de onderliggende aanleiding wordt aangepakt. Kribbebijten/luchtzuigen heeft vaak een relatie met maagproblemen. Een dierenarts kan dit vaststellen. Stereotiep gedrag mag volgens de Gids voor Goede Praktijken niet worden belemmerd door middel van een weefrek of een luchtzuigband omdat dit de stress extra verhoogd, tenzij de gezondheid van het dier echt in het geding is. Straffen werkt bij stereotiep gedrag contraproductief. Het wegnemen van de oorzaak op het moment dat een paard een stereotypie aan het ontwikkelen is kan wel helpen. En als het paard het gedrag al lang uitvoert dan kan een dierenarts of erkende gedragsdeskundige helpen een oplossing te vinden. Stereotypieën zijn niet besmettelijk.

Het is zoals gezegd onwenselijk om één paard te houden, maar soms zijn er gezondheidsredenen of veiligheidsredenen om een paard tijdelijk geïsoleerd te houden. Mocht het om specifieke redenen tijdelijk niet mogelijk zijn om een paard sociaal contact te bieden, dan kan een onbreekbare stalspiegel uitkomst bieden. Hiermee kan afwijkend gedrag zoals weven mogelijk voorkomen worden.

Een veulen heeft in ieder geval tot vier, maar liever de eerste zes maanden zijn moeder nodig. Om een normale fysieke en sociale ontwikkeling van een veulen te garanderen, is het bijna essentieel beide zo snel mogelijk na de geboorte samen met minimaal één andere merrie met veulen te zetten. Een belangrijke reden is dat paarden niet geboren worden met het vermogen om ‘paards’ of Nederlands te spreken. Sociaal te communiceren moeten ze leren, als ze beter ‘paards’ leren spreken zullen ze ook beter met de mens kunnen communiceren. Dat kunnen ze alleen vanaf veulenleeftijd van elkaar en van andere moeders leren. Eigen moeders zijn vaak te lief: andere volwassen dieren voeden veulens op. Onderzoek heeft uitgewezen dat het zelfs nog beter is om nog een extra volwassen extra paard bij de merries met veulens te zetten. Dit verminder niet alleen stress bij het spenen, het faciliteert de veulens ook nog meer om gepast sociaal gedrag te leren. Ze leren van volwassen dieren sociaal te communiceren. Dieren die deze fase niet meegemaakt hebben en dus niet (goed) geleerd hebben sociaal te communiceren lijken later regelmatig meer hectisch in hun onderlinge sociale gedrag. Veulens onderling stimuleren elkaar vooral om samen te rennen en te spelen. En als ze een keer te ver gaan bij een ander veulen, dan krijgen ze niet meteen op hun kop en hoeven ze niet te  veulenbekken zoals ze naar volwassen dieren toe moeten doen, maar kunnen ze meteen weer verder spelen.

Bronnen: 

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.