Potentieel gevaar: het West Nijl-virus

Het is niet de vraag òf maar wanneer de eerste besmetting met het West Nijl-virus in Nederland plaatsvindt. Muggen spelen een cruciale rol bij de verspreiding van deze infectieziekte. Het goede nieuws is: je kunt je paard inenten tegen deze ziekte. Overleg met je dierenarts of het verstandig is om dit alvast te doen.

 

Het West Nijl-virus wordt overgebracht door muggen. De muggen voeden zichzelf via geïnfecteerde vogels en brengen het virus over op warmbloedige dieren wanneer ze steken. Niet alleen paarden, maar ook mensen en andere dieren zijn gevoelig voor dit virus. Dit betekent dat het West Nijl-virus een zogeheten zoönose is en staat daarmee hoog op de Agenda Infectieuze Paardenziekten van de Sectorraad Paarden. De verspreiding gaat altijd via de mug en kan dus niet van een paard of ander dier overgaan op de mens.

 

Een infectie met het West Nijl-virus kan zich bij het paard verschillend manifesteren. De infectie kan volledig ongemerkt verlopen, duidelijke griepachtige symptomen veroorzaken of leiden tot een dodelijke infectieziekte (in naar schatting 30% van de gevallen). Deze grote verschillen in de ernst van symptomen, komt voort uit de verschillen tussen de virusstammen die er binnen het West Nijl-virus bestaan. Daarnaast spelen de mate van besmetting en de weerstand van het paard een rol. Een besmetting met het West Nijl-virus valt vooral aan het einde van de zomer (augustus, september) te verwachten. Dit heeft te maken met de hoeveelheid muggen en de temperaturen, die nodig zijn voor succesvolle virusproductie in de mug. Het West Nijl-virus kan vastgesteld worden door bloedonderzoek bij de Gezondheidsdienst voor dieren (GD of bij Wageningen Bioveterinary research (WBVR).

 

Als een paard wordt gestoken door een geïnfecteerde mug, duurt het drie tot vijftien dagen voordat mogelijk de eerste symptomen zichtbaar worden. Dit zijn:

  • slecht of niet eten
  • geringe koorts (38,6 – 39,4°C)
  • sloomheid
  • koliek

De neurologische symptomen kunnen heel variabel zijn. Deze beginnen met abnormale bewegingen, kreupelheid of juist met spiertrillingen (rond ogen en neus), ataxie (lopen als een dronkenman), en/of veranderingen in het gedrag. Rustige paarden kunnen heel druk worden en drukkere paarden heel rustig bijvoorbeeld. In het ergste geval beschadigt het virus de zenuwcellen in de hersenen en het ruggenmerg; paarden kunnen niet meer staan en komen te overlijden, of moeten worden geëuthanaseerd.

Na eerdere uitbraken in Afrika en de Verenigde Staten is de ziekte de laatste jaren ook in Azië en Zuid-Amerika gesignaleerd. Ook in Europa (Italië, Roemenië, Hongarije en Oostenrijk) is het virus aangetoond bij zowel paarden als mensen. De ziekte lijkt dus langzaam maar zeker onze kant op te komen. Een voorbode van het West Nijl-virus zou een plotselinge vogelsterfte kunnen zijn. Het is verstandig dit te melden als het zich voordoet, zodat er gericht onderzoek naar gedaan kan worden.

In Nederland is de specifieke soort mug  die het West Nijl-virus kan overbrengen al aanwezig. Daarnaast heeft ons land via trekvogels contact met besmette gebieden. Bij importeren of reizen van paarden speelt de ziekte geen rol, omdat het paard een zogenoemde ‘eindgast-heer’ is: een paard of mens met ‘West Nijl’ is dus niet besmettelijk. Als je veel internationaal wedstrijden rijdt, is het misschien wel handig om jouw paard te vaccineren. Het virus wordt dus niet van het paard naar een mens of andere diersoort overgedragen. Echter, een merrie kan het West Nijl-virus wel op haar ongeboren veulen overdragen.

De behandeling van een paard met het West Nijl-virus bestaat vooral uit symptoombestrijding. Met name vochttoevoer met behulp van infusen is belangrijk. Ook kan de dierenarts besluiten ontstekingsremmers en eventueel een lage dosering corticosteroïden toe te dienen. Het is belangrijk dat het paard blijft staan, zelfs als hiervoor een soort hangmat met een takel voor nodig is. Dit vergroot de overlevingskans aanzienlijk. Als paarden gaan liggen, overleeft 70% van de paarden en als de paarden blijven staan, overleeft 97%. Het herstel kan maanden duren en je paard kan restverschijnselen blijven vertonen, zoals bijvoorbeeld ataxie.

Het is mogelijk om je paard in te enten tegen het West Nijl-virus. Of je dit wel of niet moet doen is een overweging die je zelf of samen met je dierenarts moet maken. Paarden die buiten of in open stallen staan, lopen meer risico om door muggen gebeten te worden dan paarden die veel binnen staan. Het is altijd verstandig muggensteken te voorkomen door bijvoorbeeld een goede vliegendeken en/of anti-insectenmiddel. Vermijd ook poeltjes met stilstaand water, waarin muggen zich eenvoudig vermenigvuldigen. Denk hierbij aan emmers of autobanden met een restje water erin.

Op dit moment kan niemand voorspellen wanneer de ziekte naar Nederland komt en zo ja, hoe snel het virus zich zal verspreiden. Het advies van de faculteit Diergeneeskunde is momenteel om paarden, die in Nederland blijven en - emotioneel en/of financieel - van grote waarde zijn voor hun eigenaar (emotioneel en/of financieel) wel te laten vaccineren.

Hoewel het West Nijl-virus niet direct een bedreiging vormt voor de gehele paardenpopulatie, is tijdige signalering voor de paardenhouderij belangrijk, omdat er dan snel adequate maatregelen genomen kunnen worden. Denk hierbij aan vaccinatie, muggenbestrijding, vermindering van blootstelling aan muggen, zo min mogelijk zieke paarden en de infectiedruk zo laag mogelijk houden.

Het is verstandig om paarden die internationaal reizen te vaccineren (twee injecties met ongeveer drie weken er tussen in). Daarnaast is het goed om te weten dat je niet al je paarden hoeft in te enten (zoals bij influenza). Als er op een stal of bedrijf een aantal paarden niet tegen influenza is gevaccineerd, dan kunnen de niet-gevaccineerde dieren die influenza krijgen zulke hoge concentraties virus uitscheiden dat de gevaccineerde paarden alsnog ziek worden. Bij influenza moeten dus alle paarden op een bedrijf gevaccineerd zijn om een optimale bescherming te hebben. Bij het West Nijl-virus hoeft dit niet, omdat paarden met het West Nijl-virus zelf niet besmettelijk zijn voor andere paarden of mensen. Een eigenaar kan er dus voor kiezen om slechts enkele paarden zijn bedrijf te laten vaccineren en die dieren zijn dan goed beschermd.

Het vaccineren tegen West Nijl is relatief duur, gemiddeld voor de eigenaar ongeveer twee keer zo duur als het vaccineren tegen influenza. Het is dus verstandig voor een eigenaar om goed te over-wegen welke paarden hij wel tegen het risico wil beschermen en welke niet. Belangrijk om te weten voor fokkers: het vaccin mag ook gebruikt worden bij drachtige merries en bij merries met een veulen aan de voet.

Lees ook:
Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.