Hoe ziet het paardengebit eruit?

Tanden gebit

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

Een paardengebit bestaat uit 12 snijtanden, 4 hengstentanden en 24 tot 28 kiezen (inclusief wolfstanden). Een goed functionerend paardengebit is noodzakelijk voor een gezond spijsverteringsproces en een plezierige samenwerking met je paard. Het continu doorgroeiende en veranderende paardengebit is ontwikkeld voor het vermalen van grote hoeveelheden vezelrijk en plantaardig voedsel.

Hoe ontwikkelt het paardengebit zich?

Het paardengebit ontwikkelt zich in verschillende levensfasen van het paard. Veulens worden vaak geboren met twaalf kiezen. De middelste twee melktanden komen binnen een paar dagen na de geboorte door. De twee daarnaast binnen vier tot zes weken en de hoek-melktanden binnen zes tot negen maanden. De melk-snijtanden zijn witter en bevatten bredere en ondiepere kroonholtes dan hun vaste opvolgers. Door deze kenmerken worden de tanden ook gebruikt om de leeftijd van paarden te schatten. Tot een leeftijd van vijf jaar oud kan dit vrij nauwkeurig.

De tanden en kiezen van een paard hebben verschillende benamingen:

Premolaren zijn de melkkiezen, ook wel veulenkiezen genoemd. Deze zijn bij de geboorte al aanwezig. Een veulen heeft zes kiezen in de bovenkaak en zes in de onderkaak. Ook de wolfskies hoort bij de premolaren.

Molaren zijn de blijvende kiezen. Wanneer een paard 1 jaar wordt, beginnen deze molaren al achter de derde premolaar (veulenkies) te groeien. In iedere kiezenrij komen er drie molaren bij.

Snijtanden gebruikt een paard voor het afsnijden van zijn eten. Hij ‘snijdt’ bijvoorbeeld het gras af. Hierna kauwt en vermaalt hij het verder tussen zijn kiezen.

Hengstentanden (ook wel ruinentanden) komen voor bij hengsten en ruinen. Ook een enkele merrie heeft een hengsten of ruinentand.

Wolfskies of –tand is een tand die zich soms ontwikkelt voor de voorste kies. Wolfskiezen komen door in de leeftijd tussen de zes en achttien maanden en kunnen in de boven- en onderkaak voorkomen. Je paard kan hier tijdens het rijden last van krijgen, omdat deze tanden vaak precies op de plek doorkomen waar ook het bit ligt. Schakel de hulp in van een gebitsverzorger nog voor je een paard zadelmak maakt. Dit kan irritaties voorkomen. Op www.paardenarts.nl lees je meer over wolfskiezen en -tanden.

Onder en bovenkaak paard

Hier zijn de verschillende tanden en kiezen te zien. Bron: paardenarts.nl

 

Wanneer gaat mijn paard wisselen?

Een paard begint op 2,5-jarige leeftijd al met wisselen. De snijtanden wisselen van binnen de naar buiten, dus de middelste snijtanden eerst, op 2,5-jarige leeftijd. Vervolgens de snijtanden daarnaast op 3,5-jarige leeftijd. De buitenste snijtanden wisselt het paard om 4,5-jarige leeftijd. De melkkiezen wisselen iets eerder: tussen de 2,5 en 3,5-jarige leeftijd zijn alle melkkiezen gewisseld. Pas een half jaar na het doorkomen van de volwassen snijtanden, komen ze ‘in slijting’. Dus dan pas maakt de snijtand contact met de boven- of onderliggende snijtand. Vanaf dat moment kan je paard zijn volwassen tanden gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn: het afsnijden van gras. Tot die tijd zit er ruimte tussen de twee elementen. De blijvende kiezen komen tevoorschijn wanneer het paard tussen de één en drie jaar is. Bij deze kiezen duurt ongeveer een jaar voordat de bovenste en onderste elementen elkaar raken. Normaal gesproken is een paard op 5-jarige leeftijd klaar met wisselen.

Het wisselen van melktanden en kiezen kan ook problemen geven. Een restant van een melkkies wat op de permanente kies blijft zitten, kan voor problemen zorgen bij het rijden of met eten. Dit noemen we een ‘dop’. Indien een ‘dop’ blijft zitten op de kies, kan het zelfs leiden tot blijvende gebitsafwijkingen. Zie ook: gebitsproblemen bij paarden

 

Het normale slijtageproces van het kauwvlak van de tanden en kiezen van een paard is een heel complex mechanisme. Het is afhankelijk van veel factoren, zoals het type dieet. Tijdens het eten van hooi, kauwen paarden en pony's 58 tot 66 keer per minuut, met 4200 keer kauwen per kilogram droge stof. Bij het eten van gras maakt je paard 100 tot 105 kauwbewegingen per minuut.

Het slijtageproces van de tanden hangt naast type dieet, ook af van de kracht en de richting van het kauwen, de vormen en hoeken van de tegenoverliggende kauwvlakken en de verhouding van de op de tegen elkaar aanliggende patronen in de boven- en onderkaak. Paarden die ruwvoer eten maken meer zijwaartse kauwbewegingen in vergelijking met paarden die meer krachtvoer eten. Brokken en ander geperst voer wordt tussen de kiezen geplet; dit is een meer verticale kauwbeweging. Door deze andere richting en kracht van kauwen kan het slijtagepatroon van de wangtanden veranderen. Verticaal kauwen veroorzaakt soms pijnlijke mondaandoeningen. Lees meer over gebitsproblemen.

Bij oudere paarden (vanaf 18 jaar) kunnen soms gaten in het gebit ontstaan, doordat er door ouderdomskwalen tanden en kiezen wegvallen. Ook gaan de tanden steeds meer naar voren staan. Let er dan goed op of je paard zijn eten nog wel goed kan kauwen. Is dit niet het geval, pas dan het voer aan. Je kunt dan overgaan tot het geven van gehakseld gras en meer vloeibaar voer.

Lees meer over het gebit van oudere paarden: www.paardenarts.nl/kennisbank/gebitsproblemen-bij-de-geriatrische-patient/.

Verschillende signalen kunnen duiden op gebitsproblemen bij paarden. Meestal op het gebied van de spijsvertering (je paard verliest gewicht of bij het kauwen vallen er proppen uit zijn mond). Soms vertoont een paard ook gedragsproblemen of problemen bij het rijden. Het kan zijn dat het paard heel gevoelig op het bit reageert, omdat dit niet prettig in de mond ligt. Het paard gaat weerstand bieden aan het bit, wil de teugeldruk ontwijken en kan zich niet volledig ontspannen.

Wanneer één of meer van bovenstaande kenmerken je bekend voorkomen, is het verstandig het gebit van je paard eens na te laten kijken door een paardentandarts of -gebitsverzorger. Zij hebben de kennis en de verschillende hulpmiddelen om het gebit van je paard bij te werken wanneer dit nodig is. Lees meer over gebitsproblemen.

Het is verstandig om grote problemen aan het gebit voor te zijn en je paard regelmatig te laten controleren. Het advies is om bij paarden tussen de twee en vijf jaar het gebit elk half jaar te laten nakijken. Na het wisselen kun je de controles terugbrengen tot één keer per jaar, tenzij zich klachten voordoen. De controles worden gedaan door een goed opgeleide gebitsverzorger/paardentandarts (http://www.nvvgp.nl/) Denk bij hoofd-, hals-  en nekproblemen ook eens aan een extra controle door een gebitsverzorger, want dit kunnen ook symptomen zijn, veroorzaakt door een pijnlijk gebit.

Als de gebitsverzorger/paardentandarts van oorsprong geen dierenarts is, mag hij of zij geen verdovingen toedienen. Let op: als een paard verdoving heeft gehad van de gebitsverzorger, mag hij pas na een paar uur – als de verdoving helemaal is uitgewerkt – weer ruwvoer eten. Dit om een eventuele slokdarmverstopping te voorkomen. Het is ook verstandig om je paard totdat de verdoving is uitgewerkt, niet bij andere paarden te zetten of te vervoeren.

Een goede paardentandarts of gebitsverzorger vinden is soms lastig, omdat deze titels niet beschermd zijn en iedereen in Nederland zichzelf dus gebitsverzorger of paardentandarts mag noemen. In 2010 is de Nederlandse Vereniging van Gebitsverzorgers opgericht. Gebitsverzorgers die hierbij aangesloten zijn, laten zich regelmatig bijscholen. Als je contact opneemt met een gebitsverzorger, check dan altijd of:

- de gebitsverzorger een opleiding heeft gevolgd

- de gebitsverzorger gebruik maakt van een mondsperder*

- het paard (indien nodig) verdoofd wordt door een dierenarts. Zo niet, dan is de gebitsverzorger beperkt in de behandelmogelijkheden

- hoe lang de behandeling duurt

- de gebitsverzorger uitleg geeft over de eventuele problemen en de behandeling

- je als eigenaar na afloop een registratieformulier ontvangt met de specificaties van de behandeling en de eventuele opvolging.

*Tijdens de behandeling van het paardengebit gebruikt de gebitsverzorger een mondsperder om bij de kiezen achterin te kunnen komen en om te voorkomen dat de mond dichtklapt.

Lees ook:

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.