Help je paard de zomer door

Paarden hebben van nature een wat lagere omgevingstemperatuur nodig dan mensen. Hoewel paarden beter kunnen zweten dan honden, kunnen ze het bij zomerse temperaturen ook te warm krijgen. In dit artikel geven we je tips om je paard zich op warme dagen zo comfortabel mogelijk te laten voelen.

 

De één kan beter tegen warmte dan de ander. Dat geldt ook voor paarden. Hun lichaamstemperatuur moet ergens tussen de 37 en 40˚C blijven om schade aan lichaamscellen te voorkomen. De ‘comfortzone’ is de omgevingstemperatuur, waarbij een paard met minimale inspanning zijn lichaamstemperatuur op peil kan houden. De comfortzone voor een paard ligt ongeveer tussen de -5˚C en de +24˚C. Om de lichaamstemperatuur op peil te houden, produceert het paardenlichaam warmte of geeft het warmte af aan de (koudere) omgeving. Dit wordt thermoregulatie genoemd.

Als een paard het buiten (te) warm krijgt, zoekt hij de schaduw. Zorg dus voor een degelijke schuilstal of bomen in de wei. Ook zal hij eventueel het water in gaan als dat mogelijk is. Paarden hebben  diverse mogelijkheden om warmte kwijt te raken, zoals zweten en ‘panten’. Panten is het vlug en oppervlakkig ademhalen om af te koelen. Dit gebeurt nog voordat paarden echt gaan zweten en is niet erg. Honden doen dit ook, maar dan noemen we het hijgen. Honden laten bovendien hun tong uit de bek hangen om extra warmte te verliezen. Paarden doen dit niet. Zij kunnen over het hele lichaam hun warmte kwijt, doordat er overal zweetklieren zitten.

Ook op stal kunnen paarden het erg warm krijgen. Goede ventilatie is belangrijk. In warme landen hebben paarden vaak een eigen ventilator in de box en kunnen ze zelf kiezen of ze daar wel of niet voor gaan staan. Onder Nederlandse omstandigheden is het van belang de stal ’s nachts goed te koelen en overdag de zon zo veel mogelijk te weren.

Bij transport op warme dagen is het van belang te zorgen dat het in de trailer niet te warm wordt. Zolang de trailer in beweging is, is dit doorgaans geen probleem, mits de achterzijde niet is afgesloten en op erg warme dagen ook de eventuele raampjes aan de voorzijde open kunnen. Het risico op veel te hoge temperaturen ontstaat meestal pas als de trailer stilstaat. Probeer de tijd van reizen zodanig te kiezen dat de kans op file gering is en ga bij een file zo snel mogelijk van de weg af. Neem altijd een jerrycan of grote flessen drinkwater en een emmer mee voor onderweg, zodat je jouw paard altijd water kunt aanbieden als dat door onvoorziene omstandigheden nodig is. Laat het paard op warme dagen nooit in een stilstaande trailer of veewagen in de zon staan.

Koelt een paard niet voldoende af in de schaduw dan heeft moeder natuur nog een paar extra trucs voor het paard, al zijn deze onwenselijk voor zijn gezondheid. Als een paard het te warm krijgt, stopt hij met eten. Immers bij het verteren van voedsel komt ook warmte vrij.

Op een bepaald moment verdwijnt ook de zin om te drinken. Dit komt omdat met het zweet ook veel elektrolyten (zoals natrium, kalium, chloor en calcium) verloren gaan. Deze zitten bij paarden vooral in het vocht (zweet), dus als een paard flink zweet blijven er relatief weinig elektrolyten in het lichaam achter. Als de elektrolytenconcentraties in het lichaam laag zijn, verdwijnt de dorstprikkel. Hierdoor kan je paard uitdrogen, terwijl er meer dan genoeg water voor zijn neus staat.

Zorg er altijd voor dat je paard over voldoende vers drinkwater beschikt. Op warme dagen drinkt hij soms wel 50 liter per dag. Wil je paard niet goed drinken, dan kun je proberen om hem beter aan het drinken te krijgen, door een scheutje appelsap aan het drinkwater toe te voegen.  Daarnaast:

  • is het heel belangrijk dat je paard verkoeling kan zoeken in de schaduw.
  • staat je paard midden op de dag liever lekker op stal als het daar koeler is; zet hem weer buiten zodra het minder warm is.
  • Op warmere dagen zijn er vaak ook meer insecten. Houdt ze op afstand met een vliegen- of dazenspray, vliegen- of eczeemdeken en een vliegenmasker indien nodig.
  • is het verstandiger om 's ochtends vroeg voordat het warm wordt, of juist in de avond te gaan rijden.
  • verwen je jouw paard door zijn vliegendeken met koud water af te spuiten en daarna weer op te doen.
  • help je jouw paard koel te blijven door hem af en toe lekker met lauw/koud water af te spuiten. Verwijder daarna het overtollige water met een zweetmes, zodat er geen isolerend laagje ontstaat waardoor je paard alsnog zijn warmte niet kwijt kan.
  • bescherm je jouw paard door de licht gekleurde plekken van je paard in te smeren tegen de zon om zonnebrand te voorkomen.

Net als bij mensen kan bij sommige paarden zonnebrand ontstaan als gevolg van de zon. Maar bij mensen is het heel normaal om je in te smeren voor dat je de felle zon in gaat. Meestal worden paarden zonder bescherming buiten gezet. Dit gaat normaal gesproken goed, maar in sommige gevallen kunnen paarden zich ernstig verbranden. Op aangetaste huiddelen ontstaan vaak als eerste blaasjes – al zie je die niet altijd door de aanwezigheid van haren - en de huid verkleurt rood. De witte delen zwellen op en de paarden voelen zich in het algeheel niet lekker. In een later stadium kan vocht uit de blaasjes komen en er kunnen korsten of vervelling ontstaan. Vooral witte delen van het paard zoals een bles of witte benen, maar ook onbehaarde of erg dun behaarde delen (neus) worden vaak aangetast door de zon. Is je paard verbrand? Vraag je dierenarts om raad.

Tips om zonnebrand te voorkomen:

  • zet je paard niet in de volle zon buiten
  • zorg voor een schuilplaats in de schaduw
  • laat gevoelige paarden op heetste en zonnigste momenten van de dag binnen
  • bedek de gevoelige delen van je paard met een deken
  • smeer gevoelige plekjes in met zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor

gebruik een zonwerend neuskapje

Jij kent je paard het beste en kunt zelf waarschijnlijk het beste inschatten of het verstandig is om te starten bij hogere temperaturen. Of een wedstrijd wel of niet doorgaat bepaalt de wedstrijdorganisatie zelf. Besluit je te gaan, neem dan voldoende voorzorgsmaatregelen:

  • Neem (extra) water mee.
  • Koel je paard na inspanning door afsponzen of afspuiten.
  • Bied je paard regelmatig water aan om uitdroging te voorkomen.
  • Geef bij langdurige inspanning elektrolyten als aanvulling op door het zweten verloren gegane zouten.
  • Laat je paard niet te lang op de trailer staan en zoek zodra het mogelijk is de schaduw op.

Let op! Laat je paard na het rijden niet te veel koud water ineens drinken, dit kan buikpijn (koliek) veroorzaken.

Paarden die hard hebben gewerkt, zoals in langeafstandswedstrijden of samengestelde wedstrijden, worden direct als ze over de finish zijn uitgebreid gekoeld. Onderzoek heeft aangetoond dat dit het beste kan door afwisselend 30 seconden fanatiek met water te koelen en dan 30 seconden rond te stappen, zodat het ‘koude’ bloed uit de vaatjes in en net onder de huid weer wordt vervangen door warmer bloed uit het lichaam. Vervolgens weer 30 seconden koelen en weer 30 seconden rondstappen en deze cyclus herhalen tot de hartslag van het paard weer onder de tachtig slagen per minuut komt en zijn ademhaling rustiger wordt.

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.