Gebitsproblemen bij paarden

Gebitsprobleem

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

De tanden en kiezen van paarden blijven altijd groeien. Het is belangrijk dat je paard veel en langdurig kan kauwen op hooi en/of kuilgras, zodat zijn tanden en kiezen correct en gelijkmatig afslijten. Om gebitsproblemen te voorkomen, is het voeren van voldoende ruwvoer heel belangrijk. Toch krijgen veel paarden tijdens hun leven wel eens te maken met een gebitsprobleem, omdat het ruwvoer altijd nog veel minder stug is dan dat paarden vanuit de evolutie gewend zijn.

Heel veel kauwbewegingen

Wilde paarden eten zo’n zestien uur per dag, dat zijn heel veel kauwbewegingen! Idealiter zou jouw paard ook (bijna) continu over ruwvoer moeten beschikken. Het veel op stal houden van paarden, waarbij het aantal ruwvoerbeurten beperkt is, is verre van ideaal. Het zijn juist de maalbewegingen die een paard moet maken bij het eten van ruwvoer, die belangrijk zijn bij het correct afslijten van het gebit.

Of het gebit van jouw paard voldoende afslijt, hangt af van:

  • De kracht en de richting van de kauwcyclus
  • De grootte, vorm en helling van het tandoppervlak
  • De samenstelling van het rantsoen

Door een tekort aan ruwvoer dat vaak vervangen is door krachtvoer slijten de tanden en kiezen van een paard vaak ongelijkmatig af, waardoor er bijvoorbeeld scherpe haken, richels en punten kunnen ontstaan. Dit kan problemen veroorzaken voor het welzijn en de gezondheid van het paard. De onderstaande, meest voorkomende afwijkingen kunnen door de dierenarts/paardentandarts worden verholpen:

Glazuurpunten (enamelpunten)

Door zacht voer en een onvolledige zijwaartse kauwslag slijten de glazuur (enamel) richels op de kiezen onvoldoende. Deze richels ontstaan vaak aan de binnenkant van de kiezen in de onderkaak en aan de buitenkant (tegen de wang) van de kiezen in de bovenkaak. De enamelpunten kunnen zo scherp worden, dat de wangen en/of tong beschadigd raken.

Doppen

Wanneer de blijvende kies of tand doorbreekt in de mondholte, zijn soms de wortelpunten van het melkelement (tand of kies) nog niet voldoende opgelost. De overblijfselen van de melktanden blijven dan als een dop op de blijvende kies of tand zitten. Om gebitsafwijkingen en/of beschadigingen aan verhemelte, tong of wangen te voorkomen, moeten ‘doppen’ handmatig verwijderd worden.

Golven

Wanneer de kiezen niet gelijkmatig afslijten, kan de kiezenrij een golvend patroon krijgen. Soms leidt dit tot problemen bij de kauwbewegingen van de onderkaak en kunnen er gebitsafwijkingen ontstaan, bijvoorbeeld haken op de kiezen. Dit is echter niet altijd het geval. Bij paarden waarbij de golven geen probleem vormen, worden deze in stand gehouden.

Haken

Haken ontstaan wanneer de kauwvlaktes van twee kiezen tegenover elkaar niet gelijkmatig afslijten. Dit gebeurt meestal op de eerste of laatste kies en haken kunnen zich zowel in de onderkaak als bovenkaak ontwikkelen. Haken zijn erg scherp en kunnen verwondingen veroorzaken aan de wangen, tong of lagen van het paard. Daarnaast kan het problemen geven met eten, wanneer de normale kauwbeweging belemmerd word en kan het last geven bij het rijden.

Haken op tanden

Haken op de kiezen kunnen beschadigingen in de mond veroorzaken. Hanneschris.be.

 

Tijdens het wisselen kunnen meerdere gebitsproblemen ontstaan. Vanaf een leeftijd van 2,5 jaar start je paard met wisselen. Op een leeftijd van ongeveer vijf jaar heeft het paard zijn volwassen gebit compleet. Soms  blijven er - zoals eerder genoemd - tijdens het wisselen zogenoemde ‘doppen’ op de kiezen zitten. Dit is een restje van de melktand en kan klachten geven.

Sommige paarden krijgen echter ook last van een wolfskies* of hengstentanden**. Deze tanden kunnen last geven bij het rijden. Schakel een paardentandarts of gebitsverzorger in om de gebitsproblemen bij je paard op te lossen. Meer over wolfskiezen vind je in dit artikel: www.paardenarts.nl/kennisbank/wolfskiezen-en-wolfskiesextracties-bij-paarden/

Onderbeet  Overbeet
Illustraties: Paardenarts.nl

Een paard kan net als een mens last hebben van een overbeet of een onderbeet. Bij een onderbeet liggen de onderste snijtanden minstens een tandbreedte meer naar voren dan de bovenste snijtanden,wat zorgt voor een ongelijke slijting. Bij een overbeet staan de bovenste snijtanden minstens een tandbreedte verder naar voren dan de onderste snijtanden. Ook dan slijt het gebit ongelijkmatig af.     

Paarden kunnen ook last krijgen van tandsteen. Vraag de gebitsverzorger om dit te verwijderen, zodat het tandvlees niet gaat ontsteken.

 

*Een wolfskies is een kleine kies die zich voor de eerste kies kan ontwikkelen. Bij het paard heel vroeg in de evolutie zat hier nog wel een kies, Maar deze is tijdens de evolutie zo goed als verdwenen. Bij sommige paarden zijn ze nog te vinden als wolfskiesjes. Wolfskiesjes geven soms problemen bij het rijden, omdat het pijnlijk is voor je paard als het bit tegen de wolfskies aankomt. De wolfskies kan ook nog onder het tandvlees liggen en zo wordt het tandvlees tegen de wolfkies gedrukt.

**Hengsten- of ruinentanden komen voor bij zowel hengsten als ruinen, maar kunnen ook bij merries voorkomen. Deze tanden komen voor in de onderkaak tussen de snijtanden en de kiezen. Ze hebben geen functie bij het kauwen of vermalen van voer, maar worden gebruikt door hengsten bij het vechten met soortgenoten, vandaar de naam hengstentand.

Als je paard pijn heeft in zijn mond, past hij zijn kauwgedrag aan. Zijn gebit wordt hierdoor nog onregelmatiger. Uiteindelijk vermagert je paard. Maar er zijn nog meer lichamelijke symptomen die kunnen duiden op gebitsproblemen:

  • Morsen tijdens het eten
  • Proppen maken (gekauwd hooi uit de mond laten vallen)
  • Zwellingen op de kaak
  • Een etterende fistel aan de buitenkant van het hoofd, dit kan door ontstoken wortelkanalen komen.
  • Slechte adem (door ontstekingen in de mond)
  • Neus- en ooguitvloeiing
  • Overmatig speekselen
  • Kopschuw
  • Diarree
  • Veel onverteerde voedselresten in de mest
  • Selectieve voedselopname (wel krachtvoer, geen ruwvoer)
  • Langzamer of helemaal niet eten
  • Slokdarmverstopping
  • Verstoppingskoliek
  • Hamsteren (voedsel opslaan in de wangen)

Ook tijdens het rijden kunnen er problemen ontstaan, die voortkomen uit gebitsproblemen. Denk hierbij aan:

  • Verzet bij het aandoen van het hoofdstel
  • Schudden met het hoofd tijdens het rijden
  • Het hoofd kantelen tijdens het rijden
  • Constant spelen met het bit of het bit aan één kant vastpakken
  • Onbestuurbaar zijn of niet willen nageven
  • De tong hangt uit de mond of is zichtbaar tussen de lippen
  • Blauwe verkleuring van de tong
  • Roze verkleuring van het schuim aan de lippen
  • Plotseling blokkeren
  • Steigeren
  • Geen stelling en/of buiging aan willen nemen of de mond open houden tijdens het rijden.    

Vertoont je een paard één of meerdere van deze symptomen, laat zijn gebit dan door een deskundige gebitsverzorger of paardentandarts controleren.

Periodontal disease is de belangrijkste oorzaak voor het verliezen van tanden en kiezen in de paardenmond. Lees er hier meer over: www.paardenarts.nl/kennisbank/periodontal-disease-bij-paarden/

Eén van de meest pijnlijke en tevens één van de meest onbekende aandoeningen aan het gebit bij paarden zijn diastasen: een ruimte tussen de kiezen en tanden waar voer in kan ophopen. Lees er hier meer over: www.paardenarts.nl/kennisbank/diastasen-tussen-kiezen-van-paarden/

Equine Odontoclastic Tooth Resorption and Hypercementosis (EOTRH) is een aandoening die voornamelijk aan de snijtanden van oudere koudbloedpaarden optreedt. In sommige gevallen worden de eerste kiezen en/of ruinentanden ook aangetast. Lees er hier meer over: www.paardenarts.nl/kennisbank/eotrh-aandoening-aan-voornamelijk-de-snijtanden-van-een-paard/

Bij oudere paarden (vanaf 18 jaar) kunnen soms gaten in het gebit ontstaan, doordat er door ouderdomskwalen tanden en kiezen wegvallen. Let er dan goed op of je paard zijn eten nog wel goed kan kauwen. Is dit niet het geval, pas dan het voer aan. Je kunt dan overgaan tot het geven van gehakseld gras en meer vloeibaar voer. Lees meer: www.paardenarts.nl/kennisbank/gebitsproblemen-bij-de-geriatrische-patient/

Soms kan het nodig zijn om één of meerder tanden en/of kiezen te ‘trekken’. Dit wordt tand- of kiesextractie genoemd Meer informatie hierover vind je in dit artikel: www.paardenarts.nl/kennisbank/tand-of-kiesextracties-trekken-van-tanden-en-kiezen-bij-het-paard/

Wij raden je aan om het gebit van je paard tijdens de aanschafskeuring goed te laten nakijken. Vraag de vorige eigenaar of er in het verleden gebitsproblemen geweest zijn. Laat vervolgens minimaal één keer per jaar het gebit van je paard door een goed opgeleide gebitsverzorger/paardentandarts controleren. Is je paard jonger dan vijf jaar, laat de gebitsverzorger dan twee keer per jaar komen. Denk bij hoofd-, hals- en nekproblemen ook eens aan een extra controle door een gebitsverzorger, want dit kunnen ook symptomen zijn, veroorzaakt door een pijnlijk gebit. Als de gebitsverzorger/paardentandarts van oorsprong geen dierenarts is, mag hij of zij geen verdovingen toedienen. Let op: als een paard verdoving heeft gehad van de gebitsverzorger, mag hij pas na een paar uur – als de verdoving helemaal is uitgewerkt – weer ruwvoer eten. Dit om een eventuele slokdarmverstopping te voorkomen. Het is ook verstandig om je paard totdat de verdoving is uitgewerkt, niet bij andere paarden te zetten of vervoeren.

Een goede paardentandarts of gebitsverzorger vinden is soms lastig, omdat deze titels niet beschermd zijn en iedereen in Nederland zichzelf dus gebitsverzorger of paardentandarts mag noemen. In 2010 is de Nederlandse Vereniging van Gebitsverzorgers opgericht. Gebitsverzorgers die hierbij aangesloten zijn, laten zich regelmatig bijscholen. Als je contact opneemt met een gebitsverzorger, check dan altijd of:

- de gebitsverzorger een opleiding heeft gevolgd

- de gebitsverzorger gebruik maakt van een mondsperder*

- het paard (indien nodig) verdoofd wordt door een dierenarts. Zo niet, dan is de gebitsverzorger beperkt in de behandelmogelijkheden

- hoe lang de behandeling duurt

- de gebitsverzorger uitleg geeft over de eventuele problemen en de behandeling

- je als eigenaar na afloop een registratieformulier ontvangt met de specificaties van de behandeling en de eventuele opvolging.

*Tijdens de behandeling van het paardengebit gebruikt de gebitsverzorger een mondsperder om bij de kiezen achterin te kunnen komen en om te voorkomen dat de mond dichtklapt.

 

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.