Equine Infectieuze Anemie (EIA): gevaarlijk dichtbij

Equine Infectieuze Anemie (EIA) is een virale infectieziekte, die bloedarmoede veroorzaakt en gepaard gaat met terugkerende koortsperioden. De ziekte komt alleen voor bij paarden en (muil)ezels. EIA is aangifteplichtig: bij een eventuele verdenking moet je als eigenaar en dierenarts het landelijk meldnummer bellen: 045-5463188.

 

Insecten zijn overbrengers van EIA
EIA is een virusziekte die wordt overgebracht door bloed-bloed contact. In de praktijk wordt de ziekte meestal overgebracht door grote stekende insecten, zoals dazen of vliegen. Ze worden echter als ze proberen bloed te zuigen vaak door het paard verjaagd, bijvoorbeeld door het zwiepen van de staart. Als de daas of vlieg weer teruggaat naar hetzelfde paard is er niets aan de hand. Als hij echter doorvliegt naar een ander paard en daar verder gaat met bloedzuigen, bestaat de mogelijkheid dat dit tweede paard besmet wordt door bloed met virusdeeltjes van het eerste paard. EIA wordt soms ook via hergebruik van injectienaalden (wordt door dierenartsen in Nederland niet gedaan) of via een bloedtransfusie of plasma overgebracht, wanneer de donor met deze ziekte is besmet. Heel soms brengt een merrie het virus via de placenta over op haar veulen. Vechtende hengsten kunnen in de natuur via bloed-bloed contact de aandoening overbrengen. De ziekte is niet besmettelijk voor mensen.

De eerste symptomen van EIA
Het is vaak moeilijk om EIA van andere, met koorts gepaard gaande, ziekten te onderscheiden. EIA kan geruime tijd aanwezig zijn voordat het wordt ontdekt, omdat de eerste symptomen - koorts, sloomheid en verlies van eetlust - lijken op die van andere ziekten. Ook treden bloedarmoede (anemie) en een tekort aan bloedplaatjes (thrombocytopenie) op. Dit laatste is voor dierenartsen vaak de eerste aanwijzing dat het om een EIA- infectie gaat.

Kun je een paard met EIA behandelen?
Er bestaat geen vaccin of adequate behandeling voor de ziekte. Het virus blijft levenslang in het paardenlichaam aanwezig als het paard de ziekte overleeft. Het paard blijft dus de rest van zijn leven drager van EIA en dus een risicofactor voor verspreiding.

Bij een eventuele verdenking is de houder van het dier of de dierenarts wettelijk verplicht direct het landelijke meldnummer te bellen: (045) 546 31 88. De overheid neemt vervolgens gepaste maatregelen, namelijk het bedrijf blokkeren en het van EIA-verdachte dier onderzoeken en een bloedmonster afnemen en laten testen. Blijkt het verdachte paard positief dan betekent dit dat de

eigenaar van het dier zelf verantwoordelijk is voor het nemen van maatregelen om te zorgen dat andere dieren niet worden besmet. Dit betekent dat er geen andere optie overblijft dan euthanasie, omdat quarantaine niet mogelijk is. Bij alle paarden (en paardachtigen) die contact hebben gehad met het geïnfecteerde paard wordt bloed afgenomen . Om te voorkomen dat de ziekte zich verder verspreidt wordt de stal 90 dagen gesloten. Daarna wordt weer van alle dieren het bloed getest.

Ondertussen kun je enkel ondersteunende maatregelen nemen om het lijden van het paard te verminderen. Denk aan het vermijden van stress, het geven van ontstekingsremmers, goede voeding en verzorging. Spuit eventueel zwellingen met koud water af en doe er een bandage omheen. Bij ernstige anemie en tekort aan bloedplaatjes kan een bloedtransfusie gegeven worden. Bij heftige koortsepisoden geeft een dierenarts soms preventief antibiotica om het oplopen van extra infecties te vermijden.

 

De symptomen worden meestal in drie vormen ingedeeld: acuut, chronisch en symptoomloze drager. De acute vorm van EIA treedt op vijf tot dertig dagen na de infectie met koorts, sloomheid, gebrek aan eetlust en tekort aan bloedplaatjes. Deze symptomen zijn meestal mild en worden vaak niet opgemerkt. Zelden sterft een paard aan deze vorm, maar bij de acute vorm hebben zieke dieren veel EIA-virussen in hun lichaam; ze vormen een gevaarlijke infectiebron voor andere paarden.

Een deel van de paarden zal na de eerste symptomen drager worden. Zij zullen daarna regelmatig perioden met steeds dezelfde symptomen doormaken. Deze episoden duren gemiddeld drie tot vijf dagen en tussen de episoden zitten weken tot maanden. Bij de meeste paarden echter verdwijnen de aanvallen na een jaar. Zij worden zogenoemde ‘symptoomloze dragers’. De klachten kunnen terugkomen onder stressvolle omstandigheden of wanneer een drager met corticosteroïden wordt behandeld (omdat dit geneesmiddel het immuunsysteem onderdrukt).

Bij een klein aantal paarden is de aanvallen met koorts ernstig; de koortspieken volgen elkaar snel op. Het paard vertoont de volgende symptomen: vermageren, oedeem onder de buik en benen, bleke slijmvliezen, geelzucht en puntbloedingen. Heel zelden vertonen deze paarden ook zenuwverschijnselen (neurologische symptomen). Bij bloedonderzoek komen de bloedarmoede en het tekort aan bloedplaatjes aan het licht en wordt de diagnose Equine Infectieuze Anemie gesteld.

Equine Infectieuze Anemie komt wereldwijd voor. Landelijk gezien draait de preventie van EIA om goede grensbewaking, het snel onderkennen van geïnfecteerde dieren en het voorkomen van contact met insecten. Om het EIA-virus buiten de staldeur proberen te houden, is het belangrijk om door hygiënisch te werken het aantal insecten in en rond de stal zo laag mogelijk te houden. Na infectie met EIA blijft een paard levenslang drager van dit virus en is dus een risicofactor voor de omgeving.

Om een EIA-besmetting te voorkomen volgt de Nederlandse overheid de Europese handelsrichtlijn (90/426/EEG). Deze verplicht het exporterende land garant te staan voor EIA-negatieve paarden. Als een EIA-positief geval in Nederland voorkomt, zullen de maatregelen van de overheid gericht zijn op het vrijwaren van andere lidstaten.

De Nederlandse regelgeving gaat uit van isolatie van het besmette dier en de dieren in een straal van 200 tot 500 meter daaromheen, totdat er geen seropositieve dieren meer zijn. Omdat de overheid volgens de Europese wetgeving verplicht is om te voorkomen dat er EIA-besmette dieren naar andere landen gaan, leidt een uitbraak tot een exportstop vanuit het geïsoleerde gebied. Een andere maatregel die de overheid soms neemt, is een testverplichting voorafgaand aan het transport binnen de EU.

Het discussiepunt dat regelmatig oplaait, is de vraag of het altijd nodig is om EIA-positieve paarden te euthanaseren. De regelgeving schrijft voor dat het paard wordt ‘verwijderd’ en het bedrijf wordt geblokkeerd. In sommige landen gaan paarden levenslang in quarantaine. Op dit moment is het in Nederland niet mogelijk om een paard levenslang in quarantaine te zetten. Hiervoor is simpelweg niet genoeg ruimte.

Als paarden naar een land gaan waar EIA voorkomt, moet alle contact met mogelijk geïnfecteerde paarden vermeden worden. Deze paarden moeten op locaties komen te staan, die EIA-vrij zijn. Het virus kan eigenlijk alleen naar Nederland worden gebracht via de invoer van besmette paarden. Als een paard geïmporteerd wordt uit een land waar EIA voorkomt, wordt het geïsoleerd en zijn bloed meerdere malen getest op antistoffen. Voor export naar veel landen buiten de EU is een negatieve bloedtest (Coggins test) voor EIA vereist.

In Europa zijn recent nog uitbraken geweest, die door goed ingrijpen tot het minimum beperkt zijn gebleven. Effectief ingrijpen betekende ook hier dat seropositieve dieren snel werden geëuthanaseerd.

In 2006 zijn er incidentele meldingen van EIA geweest uit Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. In 2006 vond een EIA-uitbraak in Ierland plaats, die werd veroorzaakt door besmet plasma voor veulens.

Er is in 2010 een paard uit Nederland na verkoop in Engeland positief bevonden. Dat paard bleek, enkele dagen voor de export naar Engeland, in Nederland te zijn geïmporteerd vanuit Oost-Europa (Roemenië). De laatste jaren heeft de Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer in samenwerking met de Sectorraad Paarden en het Ministerie van Economische Zaken een groot onderzoek naar het voorkomen van EIA in Nederland gedaan.

Bij de toplaag van de Nederlandse paarden (voor export en internationale wedstrijden) is in de vele duizenden monsters nog nooit een positief geval is aangetoond. De Sectorraad Paarden (SRP) heeft de afgelopen drie jaar met financiële hulp van het Ministerie van Economische Zaken ieder jaar ruim 300 slachtpaarden getest;  geen van deze dieren was positief. Het is dus zeer waarschijnlijk dat EIA in Nederland niet of nauwelijks voorkomt.

EIA verdient in het kader van de Agenda Infectieuze Paardenziekten hoge prioriteit, omdat EIA in Europa sluipend op de loer ligt, er geen goede behandeling is en een eventuele uitbraak directe negatieve gevolgen heeft voor de export. Om deze reden en omdat de symptomen weinig specifiek zijn, beveelt de Stichting Sectorraad Paarden (SRP) een verscherpte en doelgerichte grenscontrole aan en pleit het voor opname in een monitoringssysteem. Concrete actiepunten zijn samengevat in een actieplan. Het doel is om in Nederland vrij te blijven van een EIA-uitbraak.