De zintuigen van je paard

Zintuigen-paardenoog

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

De zintuigen van een paard bestaan - net als bij de mens - uit gezichtsvermogen, gehoor, reuk, tast en smaak. Doordat paarden vluchtdieren zijn, zijn sommige zintuigen anders ontwikkeld dan bij mensen.

Goed ontwikkelde zintuigen
Paarden zijn vluchtdieren en moeten daarom veel kunnen zien. Ze hebben ook een goed gehoor, waardoor ze mogelijk gevaar snel waarnemen. Het zal je niet verbazen dat paarden dus ook veel beter ruiken dan mensen.

Net als veel andere prooidieren kunnen paarden bijna 360 graden van hun omgeving zien. Dit gebied wordt monoculair waargenomen, wat betekent dat een paard hier geen diepte ziet. Er is bijna geen overlap, alleen recht voor zich. De gebieden die een paard niet ziet: onder zijn neus en achter de achterhand.

Paarden zien scherp in de verte, maar onscherp van dichtbij. Diepte (driedimensionaal) zien is lastig voor paarden. Waar het gezichtsveld van de ogen elkaar overlapt (recht voor hen) kunnen ze afstanden inschatten, naast hen is dat lastig. Plassen en hindernissen bevinden zich onder het hoofd op het moment dat een paard er overheen moet. Hij moet hierin dus op zijn ruiter vertrouwen.

Paarden zien kleuren anders dan mensen en kunnen goed in het donker zien. De gevoelige paardenogen hebben wel even tijd nodig om te wennen aan overgangen tussen donker en licht.

Het paardenoog

The regents of the University of California (2009). Het paardenoog. Bron: CEH Horse Report.

 

Paarden hebben een ‘derde ooglid’, dat ontspringt vanuit de binnenste ooghoek. Het is een extra bescherming van het oog dat bij het knipperen over het oog schuift. Bij ons (en veel dieren) is dit ooglid al veel kleiner geworden en schuift niet meer over het oog. Bij reptielen is het derde ooglid vaak veel nadrukkelijker aanwezig.

Paarden horen tien tot twintig keer beter dan mensen. Hoge tonen ervaren zij soms als onprettig. Paarden zijn heel goed in het opvangen van geluidsgolven, doordat hun oren alle kanten kunnen opdraaien. Zodra een paard iets hoort, richt hij meteen zijn oren naar de geluidsbron. Net als mensen reageren ze niet op alle geluiden; ze leren geluiden die niet gevaarlijk voor hen zijn te negeren. Daarnaast communiceren paarden met hun oren en reflecteert het orenspel hun stemming. Aan zijn oren zie je meteen waar de aandacht van jouw paard op dat moment heengaat.

Dr. Robin Peterson/thehorse.com

Paarden vangen geuren op uit de lucht, waaruit ze veel informatie halen. Ze komen ook veel van hun soortgenoten te weten door aan de mest te ruiken. Als paarden met elkaar kennismaken, blazen ze in elkaars neus.

De zenuwcellen die geuren analyseren zitten in de neusholte; dit gebeurt door zogenoemde olfactorische receptoren. In de neusholte zit ook het orgaan van Jacobson. Met dit zenuwrijke orgaan is je paard nog beter in staat bepaalde geuren te analyseren. Om het orgaan van Jacobson toegankelijk te maken voor de binnenstromende lucht, strekt je paard zijn hals en krult hij zijn bovenlip. Dit heet flemen. Hengsten flemen vaak als er een hengstige merrie in de buurt is. Merries flemen soms om de geur van hun pasgeboren veulen beter te kunnen ruiken.


Peter Meade. Flehmen response

De tastzintuigen van een paard bevinden zich vooral in de huid, hoeven en lippen. De huid en de lippen zijn zeer gevoelig en voelen iedere aanraking. Je paard gebruikt zijn lippen om op de tast eten te selecteren. De straal in zijn hoeven vangt trillingen vanuit de bodem op. Met de tastharen rond zijn neus en ogen verkent hij voorwerpen en voorkomt hij dat hij zich stoot. Het is daarom belangrijk de tastharen niet af te scheren. De tastzin speelt ook een belangrijke rol bij sociaal gedrag tussen paarden: ze krabbelen elkaar om vriendschappen te sluiten.

Sommige paarden zijn kieskeuriger dan andere. Ze willen bijvoorbeeld alleen hun eigen voer, omdat ze die smaak kennen. Dat kan soms lastig zijn, als je op concours wilt. In combinatie met zijn reukvermogen houdt je paard verschillende soorten voeding uit elkaar.

De smaakpapillen zijn verdeeld over de mond en bevinden zich vooral achteraan de tong en op het gehemelte. En net als bij mensen variëren de voorkeuren voor bepaalde voedingsmiddelen van paard tot paard.

 

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.