Check het welzijn van jouw paard

Welzijn vrije beweging weidegang

© Arnd Bronkhorst | www.arnd.nl

‘Welzijn is een mentale toestand van welbevinden, die ontstaat als een paard in voldoende mate in zijn natuurlijke behoeften kan voorzien en waarbij het dier vrij is van pijn en andere ongemakken’, zo staat in de Welzijnsnota van de Sectorraad Paarden te lezen. Je kunt zelf al een aantal eerste stappen zetten om te checken hoe het met welzijn van jouw paard is gesteld.


Vrij van pijn, honger, dorst en chronische stress

Welzijn is te omschrijven als het vrij zijn van pijn en andere ongemakken, zoals dorst, honger, verkeerd voedsel, ziektes, angst en chronische stress. Een paard moet natuurlijke gedragingen kunnen vertonen, om te zorgen dat een paard goed in zijn vel zit.

Deze definitie van welzijn is grotendeels gebaseerd op de vijf vrijheden die zijn opgesteld in het rapport van de Commissie Brambell (1965). Als er aan één of meer van deze vrijheden (chronisch) niet wordt voldaan kan het welzijn van een dier in het geding zijn.

De vijf vrijheden zijn als volgt geformuleerd:

  1. Paarden moeten vrij zijn van honger, onjuiste voeding en dorst;
  2. Paarden moeten vrij zijn van fysieke ongemakken en mag het niet te warm of te koud hebben;
  3. Paarden moeten vrij zijn van pijn, letsel en ziekte;
  4. Paarden moeten vrij zijn van angst en chronische stress;
  5. Paarden moeten vrij zijn hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te uiten.

Ook al zijn paarden ongeveer 6000 jaar geleden door de mens gedomesticeerd, dit betekent niet dat hun diepgewortelde gedragingen zijn verdwenen. Paarden zijn gebouwd voor een bepaalde manier van leven: als ze worden vrijgelaten grazen ze het liefst in groepsverband en lopen ze de hele dag kleine stukjes. De meeste paarden zijn – zelfs als het vriest – graag buiten, maar onderzoeken brengen hierin nuances betreffende onder meer paardenrassen en omstandigheden. Het aantal uren dat een paard prettig vindt om buiten te staan, hangt af van het individu, het ras en de situatie. 

Als paarden individueel in een stal worden gehouden kunnen ze niet hetzelfde gedrag vertonen als in het wild levende paarden. Wij, als eigenaren en verzorgers, bepalen namelijk wanneer ze kunnen bewegen, sociaal contact kunnen hebben en wanneer, wat en hoeveel ze kunnen eten. Overigens zijn wilde paarden die wij tegenwoordig kennen zijn geen échte wilde paarden, maar paarden die afstammen van gedomesticeerde vrijgelaten paarden.

Wanneer het paard in groepsverband in een paddock of weide kan lopen en onbeperkt toegang tot gras of ruwvoer heeft, zal de dagindeling van het paard eerder vergelijkbaar zijn met een dat van een paard in het wild, dan wanneer hij meestal op stal staat. Dit is zichtbaar in onderstaande diagrammen. In plaats van te foerageren (zoeken naar eten), staat een paard op stal vooral op rust. Paarden die veel op stal staan vervelen zich sneller en vertonen soms stalondeugden, denk aan kribbebijten, weven, mest eten,…

De volledige vrijheid voor een paard om keuzes te maken, wordt theoretisch als een ‘ideale situatie’ beschouwd. Echter, door de verschillende gebruiksdoelen die paarden hebben en soms beperkende factoren waar je als eigenaar mee te maken hebt, is de keuzevrijheid van het paard vaak beperkt.  Het beoefenen van sport, recreatie of fokkerij, beperkt het paard in het maken van zijn eigen keuzes.

 

 

De Paardenwelzijnscheck is een uitgebreide checklist van waarnemingen aan het dier en zijn omgeving en geeft vooral veel informatie over de welzijnsrisico’s van het paard. Aan de hand van deze checklist wordt een inschatting gemaakt van het welzijnsniveau van een paard. De Paardenwelzijnscheck geeft geen 'regels', maar richtlijnen en handvatten om een goede aanpak voor het houden van een paard samen te stellen. De Paardenwelzijnscheck richt zich op alle soorten paarden en geeft weer wat de basisbehoeften zijn om het welzijn te garanderen. Op basis van de gegeven antwoorden, krijg je een persoonlijk rapport met toelichting en advies.

Het resultaat roept mogelijk vragen op. De belangrijkste is wellicht: hoe kan ik het welzijn van mijn paard verbeteren? Het persoonlijk rapport probeert te voorzien in de antwoorden op de meeste vragen met als doel het welzijnsideaal voor het paard zo dicht mogelijk te benaderen

Welke mate van inperking in het welzijn als aanvaardbaar wordt beschouwd, moet zorgvuldig worden afgewogen. Natuurlijk zijn er vaak beperkte mogelijkheden bij het huisvesten van paarden. Bovendien zijn er ook veel individuele verschillen tussen paarden (bijvoorbeeld ras, karakter of lichamelijke begrenzingen). Maar ook het gebruik van paarden door mensen kan in enige mate ten koste gaan van het welzijn van het paard.

Bij de paardenwelzijnscheck heeft de sector voor ieder gebruiksdoel afwegingen gemaakt bij het vaststellen van de minimum-, standaard- en streefnormen. In het persoonlijk adviesrapport van de welzijnscheck staat in welke mate de norm wordt behaald en of er verbetering mogelijk is. Daarom moet aan het begin van de checklist worden aangegeven voor welk doel het paard gebruikt wordt (bij een stal met meerdere paarden, wordt een gemiddelde gekozen of een steekproef gedaan). De uitkomst van de checklist is alleen van toepassing op dat specifieke gebruiksdoel. Let op: de paardenwelzijnscheck is géén vervanging van professionele hulp. Neem bij problemen altijd contact op met de dierenarts.

In de Gids voor Goede Praktijken (GvGP) staan de belangrijkste richtlijnen beschreven die het welzijn en de gezondheid van paarden moeten waarborgen. De GvGP geldt als een belangrijke, informatieve en normerende handleiding. De gids bevat 12 richtlijnen; basisregels die paardenhouders moeten stimuleren en ondersteunen bij het bevorderen van het paardenwelzijn. Uitgangspunten zijn de specifieke kenmerken van het paard. De zorg en het management van paarden moet erop gericht zijn dat een paard in voldoende mate in zijn natuurlijke behoefte kan voorzien, waarbij het vrij is van pijn en andere ongemakken. De Gids voor Goede Praktijken is in 2011 opgesteld door de Sectorraad Paarden in opdracht van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie.

Verankering binnen wettelijke kaders

Een Gids voor Goede Praktijken is een uitwerking van de algemene artikelen in de Wet Dieren en onderliggende regelgeving. Deze GvGP is richtinggevend voor alle paardenhouders, ook voor degenen die niet lid zijn van een organisatie die is aangesloten bij de Sectorraad Paarden. Als een paardenhouder zich houdt aan een goedgekeurde GvGP, dan voldoet hij - voor wat betreft de in de GvGP behandelde thema’s - ook aan de betreffende artikelen in de Wet Dieren en de onderliggende regelgeving. In de GvGP staat ook beschreven hoe de 12 richtlijnen voor de paardenhouderij verankerd zijn in de reglementen van sport- en fokkerijorganisaties en in welke kwaliteitssystemen en binnen welke wettelijke kaders. De gids is voor alle paardenhouders digitaal beschikbaar.

Keurmerk Paard en Welzijn is een onafhankelijke organisatie zonder winstoogmerk die bedrijven in de paardensector laat adviseren en beoordelen door eigen inspecteurs en erkende paardendierenartsen. Paardenbedrijven die aan de welzijnsnorm voldoen krijgen het Keurmerk Paard en Welzijn. Dat keurmerk is voor hen een erkenning van hun streven naar paardenwelzijn.   

Belangrijk uitgangspunt voor het keurmerk is de Welzijnsmonitor Paardenhouderij die in 2012 is ontwikkeld door Wageningen UR en die gefinancierd is door het ministerie van Economische Zaken, de FNHO, LTO, KNHS en de Dierenbescherming.

     

Bronnen:

Hieronder zijn de bronnen te bekijken, indien auteursrechtelijk mogelijk, die voor dit artikel zijn gebruikt.